Research
Op-ed
Romney verandert steeds z'n standpunten, maar dat is in de VS echt geen probleem
Romney heeft, van de abortuskwestie tot en met de deadline voor de Afghanistanoorlog, zijn standpunten veranderd. Soms zelfs meerdere malen. En dat allemaal ook nog eens zonder blikken of blozen. Op het zo belangrijke China-dossier leek hij tot en met het laatste debat standvastig. Ook afgelopen maandag noemde Romney China 'een muntmanipulator', welke kwalificatie hij op de eerste dag van zijn presidentschap beloofde te herhalen.
In de uren na het debat zwenkte Romney weer naar een positievere houding: 'Als het gaat om een voor ons welgevallige monetaire en handelspolitiek zie ik de Chinezen vorderingen maken.'
Veel Nederlanders ? gewend als zij zijn aan dichtgetimmerde partijprogramma's, gericht 'op de vierkante millimeter' ? verafschuwen deze onprincipiële politiek. Ik merk ook dat mijn collega-commentatoren hier te lande de ex-gouverneur van Massachusetts zwaar onderschatten. Iemand die in zo'n sterke mate zwalkend gedrag vertoont, deugt niet en moet eigenlijk zo vlot mogelijk worden afgeschreven als een geloofwaardige presidentskandidaat.
Dat getuigt van onbegrip voor de Amerikaanse politieke cultuur. Daar heeft zoiets als een partijprogramma een lage status. In de Verenigde Staten worden op de nationale partijconventie wel de zogenaamde 'planks' in elkaar getimmerd: in wezen intentieverklaringen die na de conventie al weer vlot zijn vergeten. Dat geeft een politicus veel speelruimte om standpunten aan de actualiteit aan te passen.
Die actualiteit gebiedt in het land van de welhaast permanente campagne dat je voortdurend kiezers voor je moet winnen. In de electorale supermarkt Amerika, met een grote diversiteit aan kiezersgroepen, moet er voor elk wat wils zijn en is de moderne campagnevoerder als vanzelf een pragmaticus die vooral ook zelf uitgebreid laat peilen wat er leeft onder het publiek en die daarop zijn boodschap aanpast. Als Romney president wordt heeft hij vele in feite pragmatische voorgangers die het flip-floppen uitgebreid beoefenden. Bill Clinton leek het wel zowat te hebben uitgevonden.
Vergeet ook niet dat politieke standpunten in onze Nederlandse politieke cultuur veelal ontleend worden aan diepgewortelde politieke ideologieën, zoals het liberalisme en het socialisme. In het meest religieuze land van de westerse wereld baseert een Amerikaanse politicus doorgaans zijn standpunten vooral op zijn religieuze overtuiging en die staat ? in ieder geval ook formeel vanwege de scheiding tussen kerk en staat ? buiten de politiek.
Politiek is in Amerika vooral 'retail politiek'. Politiek is een product en de kiezer een klant die met allerlei marketingtechnieken moet worden verleid. Standpunten zijn rekbaar en vaak vaag. Een politicus is er in het land van het pragmatisme vooral om problemen op te lossen. Hij is in de eerste plaats een 'problem solver'.
Ondanks al het felle campagnegekissebis is Amerika het land van een nu al paar eeuwen oude brede ideologische consensus ten aanzien van het democratisch kapitalisme. Een klassenstrijd heeft het land nauwelijks gekend. Dat maakt politieke haarkloverij over standpunten minder interessant. Niet voor niets zijn in campagnes karakterimpressies zo belangrijk.
Natuurlijk heeft Romney z'n door de mormoonse kerk geïnspireerde privé-opvattingen, zoals Barack Obama die aan het christendom ontleent. Het is geen toeval dat Ronald Reagan, de beide Bushes, Clinton en ja, zeker ook Obama, tijdens hun presidentschap weinig blijk gaven van die religieuze opvattingen. Veelzeggend is dat de echte conservatieven in de Reagan-tijd 'Ronny' steeds meer wantrouwden. Het overheidsbudget en het overheidsapparaat werden steeds omvangrijker, ondanks conservatieve toespraken van de president. De genoemde presidenten waren allen, ondanks soms betoverende retoriek, zakelijke pragmatici.
Republikeinen hebben een traditie hoog te houden van vrijhandel. Om zieltjes, lees Amerikaanse werknemers in sleutelstaten die hun baan zijn kwijtgeraakt aan 'outsourcing', te winnen maakt Romney de Chinezen nu aan de lopende band voor rotte vis uit. (Obama noemde Chinezen zelfs 'vijanden' tijdens het maandagdebat, maar zwakte dat onmiddellijk weer af in de uren erna). Het Chinese persbureau Xinhua leek die tweeslachtige houding te begrijpen, want het reageerde veelzeggend: 'Romney was bitter en agressief in het debat, maar moet ook worden gecomplimenteerd met zijn verstandige, gematigde optreden na afloop.'
Een president Romney zal al heel vlot de zo belangrijke relatie met China onderschrijven, omdat dat in het belang van de Amerikaanse economie is. In bredere zin zal hij de vrijhandelspolitiek voortzetten. Als de zieltjes zijn gewonnen, daalt de realiteit van alledag in. Flip-flop gedrag is al gauw weer vergeten en vergeven. Romney is hét schoolvoorbeeld van een zakenman-politicus. De mormoonse kandidaat van huis uit is op zeker geen religieus-conservatieve partijideoloog.