Research
Op-ed
Moet je een Iraanse kernbom willen...?
Ten eerste: er was sinds lange tijd optimisme dat er nu een deal in de maak was, maar het resultaat is dus voor de zoveelste keer nul. Ten tweede: het was de laatste kans om nog voor 1 juli iets te bereiken. Dan worden nieuwe sancties tegen Iran van kracht, en blijkbaar heeft ook die deadline geen indruk op Teheran gemaakt. De EU voert een olie-embargo tegen Iran in, de VS gaan landen straffen die nog wel handel met Iran drijven, en verzekeringsmaatschappijen zullen olietransporten uit Iran niet langer in dekking nemen.
Het falen van de onderhandelingen is een tegenslag voor Obama, die in dit verkiezingsjaar zijn kaarten op de werking van sancties en diplomatie heeft gezet. Israël daarentegen bestempelde de onderhandelingspoging al bij voorbaat als verloren tijd, was er als de kippen bij om 'I told you so' te roepen en om de noodzaak van militaire actie tegen Iran op te poetsen. Die heftig beleden 'noodzaak' kan ook louter wapengekletter zijn om Iran in beweging te krijgen, maar de geschiedenis leert dat Israël het roekeloze niet schuwt als het om existentiële dreigingen gaat. In 1981 verwoestte de luchtmacht de Iraakse reactor Osirak, in 2007 een verdachte fabriek bij Al Kibar in Noord-Syrië. Aan de bereidheid om Natanz, Ark en Fordow aan te vallen hoef je dus niet te twijfelen, vorige week liet Israël nog eens weten niet op toestemming van Obama te zullen wachten.
Intussen zijn er ook nog andere middelen, die in 1981 en 2007 niet voorhanden waren. Het Stuxnet-virus deed de Iraanse ultracentrifuges ontsporen maar is inmiddels uitgewerkt. Op dit moment teistert het nieuwe, nog veel geraffineerdere computervirus Flame de Iraanse machinerie.
Op de dag dat Flame werd ontdekt, hintte premier Moshe Ya'alon erop dat Israël achter de virusaanval zit (naar verluidt: de cyberorganisatie Unit 8200 van de Israëlische strijdkrachten). De cyberoptie wordt van harte gesteund door de VS, want is onder de huidige omstandigheden het ideale vertragingsmiddel van wat gezien wordt als een heilloos Israëlisch luchtbombardement. Stuxnet en Flame zijn zó geavanceerd dat velen aannemen dat het niet anders dan het werk van de VS en Israël samen kan zijn.
Maar er zijn nog andere interessante bewegingen in het debat. Misschien wel niet zo invloedrijk dat ze de kaarten totaal veranderen, en zeker de Israëlische niet, maar opvallend getimed zijn ze wel. Het onderzoeksbureau van het Amerikaanse Congres publiceerde begin juni een analyse van het Iraanse programma, waarin wordt geconcludeerd dat het op zijn minst onduidelijk is of Iran het non-proliferatieverdrag eigenlijk wel schendt. Het verdrag bevat daartoe geen handleiding, kent geen schendingsprocedure, en de VN-Veilig heids raad heeft 'nooit verklaard dat Iran in overtreding van het NPV is'. Overigens is door de Veiligheidsraad wel vastgesteld dat Iran niet aan de onder het verdrag hangende inspectieregelingen heeft voldaan. Deze lezing van het prestigieuze Congres bureau, hoewel natuurlijk lang niet door iedereen in de VS gedeeld, flirt nogal met een centrale Iraanse eis, namelijk dat de wereld het recht van Iran op nucleaire verrijking erkent als opstap naar een diplomatieke deal.
En dan is er nog de totaal tegendraadse mening van de hoogleraar Kenneth M. Waltz, nestor van de leer der internationale betrekkingen (Berkeley, Columbia, et cetera) in het zomernummer van Foreign Affairs. Waltz beveelt niets minder dan een Iraans kernwapen aan: hoe eerder, hoe beter voor de stabiliteit in het Midden-Oosten. Niet het Iraanse nucleaire programma, maar het Israëlische kernwapen heeft jarenlang voor crisis gezorgd, zegt Waltz. Het zou een zegen voor de vrede zijn als er een nucleair afschrikkingsevenwicht zou komen, dan kan er eindelijk eens met vrucht over het Palestijns-Israëlisch conflict worden onderhandeld. Waltz verwijst naar de zelfbeheersing die China, India en Pakistan aan de dag hebben gelegd sinds het kernwapenstaten zijn.
Waarom steekt een zo gelauwerde professor zo zijn nek uit? Simpel: power begs to be balanced.