Ruttes voorganger dacht er in 2008 anders over toen een eerdere particuliere oprisping van Wilders het land in rep en roer bracht met het filmgedrocht dat Fitna heette. Het kabinet-Balkenende mobiliseerde het diplomatieke corps om de schadelijke gevolgen in moslimlanden, en dus voor ons land, te beperken. Waarom nu niet?
Verklaring één is misschien dat we toen de Deense cartoonrel net achter de rug hadden en dat die het klimaat onheilspellender maakte dan nu. Het kabinet moest rekening houden met vergelding uit radicale hoek.
Verklaring twee is een variant op één. Niet de wereld is veranderd, maar Nederland. We zijn inmiddels niet meer het aardige, tolerante land van vroeger. Het kabinet denkt dat de wereld aan het veranderde Nederland en Wilders gewend is geraakt en geen uitleg meer nodig heeft.
Verklaring drie is dat we nu niet met boze moslims, maar met boze Polen van doen hebben. Die zullen wel anders reageren, kan Rutte redeneren, want Polen zijn toch heel andere mensen. Geen redenering die van de gelijkheid der medemens uitgaat natuurlijk. Maar Rutte zou kunnen argumenteren dat de terreurdimensie in het Fitna-geval wel aanwezig was en in het Polengeval niet.
Verklaring vier is dat de PVV nu - althans voor het afhaken van Hero Brinkman - het kabinet-Rutte aan een Kamermeerderheid helpt. Eigenlijk had Balkende het in dit opzicht zelfs nog makkelijker dan Rutte: hij had de steun van de PVV niet nodig, dus had Fitna zonder coalitierisico kunnen wegwuiven als een privé-uitglijder van een gek geworden parlementariër. Maar dat deed hij niet, en dat contrasteert met Rutte. Rutte kan zich blijkbaar geen kritiek op gedoogpartner Wilders permitteren. De coalitie weegt het zwaarst.
Verklaring vijf is dat Rutte werkelijk meent wat hij zegt en het - anders dan Balkenende - allemaal niet zo interessant vindt wat gewone Nederlandse politici roepen en doen. Dat is jammer, onkies, onverschillig, ongeloofwaardig en bovendien erg zuinig in vergelijking met wat hij twee jaar geleden in het debat over de regeringsverklaring beloofde. Toen was hij weliswaar niet van plan om 'als commentator' iedere keer iets over Wilders te zeggen als hij het met hem oneens was, maar wel als het nodig was om problemen te analyseren en oplossingen aan te dragen. Zo'n probleem is er nu. En hij zei toen ook: 'Wij zullen mensen nooit, maar dan ook nooit, afschrijven omdat ze een bepaald geloof of bepaalde etnische achtergrond hebben.'
Ook Maxime Verhagen ging twee jaar geleden een stap verder dan nu blijkbaar is toegestaan. Over het plan van Wilders om op 11 september in New York eens flink te keer te gaan tegen de bouw van een moskee op Ground Zero zei hij toen: 'Op het moment dat er zaken gezegd worden die haaks staan op mijn opvattingen, zal ik in net zo scherpe bewoordingen afstand nemen als ik in het verleden heb gedaan.' Wilders' moskeetoespraak viel uiteindelijk nog mee, maar Verhagen hield woord en bekritiseerde het optreden. Dat was dapperder dan het tactische zwijgen nu.
Hoewel alle verklaringen wel een beetje van toepassing zijn, kun je voor de zoveelste keer concluderen dat buitenlandse politiek door dit kabinet zonodig wordt opgeofferd aan coalitiepolitiek en populisme. Dat is droevig genoeg, voor het land dat volgens de jaarlijkse 'Index on Globalization' het op twee na meest geglobaliseerde land ter wereld is. Het is behalve onfatsoenlijk bovendien contraproductief. Dit kabinet heeft economische diplomatie tot een apart en hoog beleidsdoel verheven. Binnen de departementen circuleren waslijsten van maatregelen en goede voornemens om de BV Nederland in de grote wereld vooruit te helpen.
Diplomatieke posten worden gesloten als ze daar niet aan bijdragen, anderen gaan juist open, laptopgezanten gaan op pad om boter, kaas en eieren te promoten, en er wordt gedacht aan een 'exportadmiraal' die Hollandse wapens aan de man brengt. Enzovoort. Als je vindt dat economische diplomatie een landsbelang is, moet je daar ook naar handelen. Het minste wat je dan zou verwachten, is dat economische diplomatie niet alleen landen, markten en harten verovert, maar ook andere landen niet wegzet. Een premier wordt niet afgerekend op zijn valsstarrige liefde voor Wilders, maar op het landsbelang.