Research
Kandidaat-status Servië tot het laatste moment onzeker door koppeling aan Schengen dossier
In mei vinden in het land parlementsverkiezingen plaats en de kandidaat-status is bepalend voor de overlevingskansen van de huidige pro-Europese regering. Zonder die status zou zij het grote risico lopen door de kiezer afgerekend te worden op de slechte economische vooruitzichten. De oppositie wordt aangevoerd door Tomislav Nikolic, wiens SNS een afsplitsing is van de Radikale Partij van - de in Den Haag gevangen zittende - ultranationalist Voislav Seselj. Nikolic heeft voor een gematigder profiel gekozen en heeft de weg naar Brussel gevonden. Zijn tegenstanders wijzen erop dat dit maar schijn is omdat de SNS en haar bondgenoten in het parlement pro-Europese hervormingen niet steunen. De coalitie van Nikolic heeft een geringe voorsprong in de peilingen. Maar dit hoeft niet te betekenen dat hij bij winst in mei een regering kan vormen. De Democratische Partij (DP) van president Boris Tadic heeft de betere kansen om met de Socialistische Partij van Servië (SPS) een meerderheidscoalitie te vormen. Er wordt ook gespeculeerd over het laten samenvallen van de parlements- en de presidentsverkiezingen. De DP zou dan profiteren van de populariteit van Tadic. Volgens opiniepeilers is moeilijk te voorspellen wat de uitslag zal zijn. 50% van de kiezer is onbeslist, 33% zegt te gaan stemmen en 66% van de bevolking is ontevreden. Een onvoorspelbare mix.
De huidige regering heeft alles op alles gezet om - status neutraal - een akkoord met Pristina te bereiken. Dat lukte dus op 24 februari. Er komt een gezamenlijk management van de grenzen ( voor de gelegenheid 'boundaries' genoemd) en Kosovo mag onder die naam deelnemen aan regionaal overleg waarbij is aangetekend dat dit los staat van de statuskwestie en in lijn is met VN-resolutie 1244 en de uitspraak van het VN-Hof in Den Haag over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. Het wordt dus Kosovo* bij internationale bijeenkomsten. De EU heeft een onderzoek beloofd naar de mogelijkheid om met Kosovo een Stabilisatie- en Associatie Akkoord te sluiten.
De kou is echter nog niet helemaal uit de lucht. Eerst moet blijken of er enige mate van orde kan komen in het door Serviërs bewoonde Noorden van Kosovo. Daar heerst een situatie van illegaliteit waarop noch de Servische regering noch EULEX - de rule of law operatie van de EU - voldoende greep hebben. Onlangs sprak een overweldigende meerderheid van de 40.000 inwoners zich uit tegen het gezag van de autoriteiten in Pristina. De Servische regering was overigens tegenstander van dit lokale initiatief. Belgrado betaalt nog steeds de salarissen van de ambtenaren in het Noorden en sluit niet uit dat de lokale verkiezingen van dit voorjaar ook in Kosovo georganiseerd zullen worden hetgeen in strijd is met internationale afspraken.
Maar ook zonder deze problemen is een definitieve oplossing nog niet in zicht. In Servië is Kosovo nog steeds een brisant politiek thema. Veel Serviërs hebben natuurlijk andere kopzorgen - het bestaan van alledag - en uit peilingen blijkt dat ze die belangrijker vinden dan Kosovo. Maar zodra Kosovo weer in het nieuws is, verandert dit en kunnen de emoties hoog oplopen. Geen politicus kan hier omheen. De gesprekspartner, die dit benadrukte, voegde eraan toe dat het probleem van de status van Kosovo alleen in internationaal verband opgelost kan worden. Vooralsnog lijkt de EU die rol niet te kunnen spelen omdat vijf lidstaten de onafhankelijkheid van Kosovo weigeren te erkennen. President Tadic denkt stappen vooruit te kunnen zetten door vooral de nadruk te leggen op de bescherming van de Serviërs in Noord Kosovo en een aantal enclaves en de statuskwestie even te laten voor wat het is.
Ondanks de positieve uitkomst van het overleg tussen Belgrado en Pristina bleef het tot op het laatste moment onduidelijk of de kandidaat-status er zou komen. Roemenië lag dwars onder verwijzing naar de slechte behandeling van een met het land verwante minderheid in Servië. Volgens waarnemers was dat niet de ware reden. De regering in Boekarest zocht een drukmiddel om de toetreding van haar land tot de Schengen-zone mogelijk te maken. Dat stond immers ook op de agenda van de Eurotop. In deze opzet slaagde zij niet omdat premier Rutte niet van plan was het Nederlandse standpunt te wijzigen en zijn veto in te trekken. Volgens Den Haag zijn Roemenië en Bulgarije onvoldoende voorbereid op het verwijderen van de grenscontroles. Ons land verwijst daarbij naar de afspraken die bij toetreding tot de EU in 2007 met beide landen gemaakt zijn over onder meer de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Het zou graag zien dat het volledig voldoen daaraan onderdeel wordt van het voorwaardenpakket voor de uitbreiding van Schengen. Dit weigeren de overige lidstaten. In de slotverklaring van de Eurotop wordt nogmaals bevestigd dat beide landen voldoen aan de juridische voorwaarden. Ietwat tegenstrijdig daarmee is vervolgens de opdracht aan de bevoegde ministerraad om maatregelen te identificeren en uit te voeren die kunnen bijdragen aan een succesvolle uitbreiding van Schengen. De zinsnede laat in het midden of het hier om Schengen zelf gaat of om door Bulgarije en Roemenië te nemen stappen. De Raad van Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken kan dan in september een besluit nemen. Roemenië is tevreden met deze oplossing die wordt uitgelegd als een roadmap naar een positief besluit in het najaar van 2012. Het land liet zijn verzet tegen Servië varen. De acties, die Brussel in de tussentijd onderneemt, lijken er vooral op gericht om Nederland - eventueel door een aanscherping van de regels binnen Schengen - te masseren zodat het zijn verzet opgeeft. To be continued.