In deze barre tijden ontstaat behoefte aan nieuwe begrippen, oude voldoen blijkbaar niet meer. Het onheilsgevoel bij de instortende beurskoersen, de wankelende euro, dubbele-dip-crisisberichten en schuldenlanden die een kansloze strijd voeren tegen de financiële markten is te groot om het in vertrouwde termen uit te drukken. Of oude termen krijgen ineens een nieuwe betekenis.
'Japanisering is het nieuwe angstwoord', kopt de Financial Times. Japanisering stond vijfentwintig jaar geleden ook voor angst, maar in een heel ander opzicht. Japan had het imago afgeschud van slecht jatwerk en namaakindustrie, liep voorop in de automatiserings- en ict-revolutie en rukte op naar een tweede plaats op de wereldwelvaartranglijst. De VS raakte in paniek over die opmars en wentelde zich in een wanhopig decline-debat. Ik herinner me pijnlijke discussies over nieuwe Amerikaanse gevechtsvliegtuigen die voor de micro-elektronica een beroep moesten doen op vernuft van Sony. Japanisering stond voor Japans succes, Amerikaans verval, en een uiteindelijk digitaal Pearl Harbor.
Nu staat japanisering voor een andere angst. Dwars tegen de voorspellingen van de jaren tachtig in verkeert de Japanse economie nu al twintig jaar in een toestand van malaise. Deflatie, beurscrises, schulden, nauwelijks groei. Gecombineerd met een vergrijzende bevolking en voortzeurende politieke verlamming is het een treurige toestand. Japanisering, zo moeten we weten, staat Europa en de VS nu langdurig te wachten.
Best interessant om stil te staan bij al die '-seringwoorden'. Eigenlijk zijn ze intellectuele zwakteboden. Als we ons geen raad weten met een eigenaardig verschijnsel, grijpen we een land en plakken er '-sering' achter. Alsof we dan ineens weten wat er aan de hand is. Verbale noodoplossingen voor syndromen die we nog niet goed kunnen duiden. Door een beroep te doen op een nogal primitief denkkader ('de wereld bestaat uit landen en die hebben allemaal zo hun eigen besognes') zien we de echte problemen en oplossingen misschien over het hoofd. Maar je kunt ook zeggen: juist omdat het overgangswoorden zijn, moet je ze goed in de gaten houden, ze zijn de voorboden van iets dat nog heel belangrijk kan worden.
Soms verraden '-seringen' zelf al dat de wereld niet alleen maar uit 193 landen bestaat. We zijn onderhand sufgeluld over het woord globalisering, we begrijpen misschien nog steeds niet wat dat nou inhoudt, maar het was toch een handige kreet die aangaf dat de wereld niet meer uit losse landen bestaat. De lading was nogal positief, globalisering was iets waar we verbondener, rijker en gelukkiger van zouden worden. Kwestie van meedoen en eerlijk verdelen. Nu is de illusie verloren. Europeanisering is ook zo'n term. Vijftien jaar geleden durfde een politicus er mee voor de dag te komen, nu is de term ook ver buiten rechts-populistische kring synoniem met schurft geworden. Hoe vaag dat g-woord en het e-woord ook mochten zijn, het waren termen die ooit op vooruitgang en integratie wezen. Een term als balkanisering deed het omgekeerde: de multi-etnische staat in verval, vechtend naar etnisch gezuiverde snipperlandjes. Talibanisering en islamisering zijn ook categorieën die erop wijzen dat het in de wereldpolitiek niet alleen meer om staten draait. We weten niet helemaal wat het is, maar het is slecht, grensoverschrijdend en het is fundamentalistisch-religieus.
Maar uit het 'seringen'-jargon blijkt ook dat we de staat nog niet mogen afschrijven.
Ik las al hongarisering, als verwijzing naar de democratische Oost-Europese staat die terugglijdt naar dictatuur. Pijnlijk, omdat het woord ooit juist op het onderhuidse tegendeel doelde. We hadden het al over de wedergeboorte van het woord japanisering. We zouden er binnenkort nog drie wedergeboortes bij kunnen verwelkomen. Hellenisering stond vroeger voor beschaving en culturele hegemonie. Het zou wel eens kunnen terugkeren als bedrog, armoede en slavenstatus. Finlandisering stond vijftig jaar geleden voor zelfcensuur, voorzichtigheid en benauwdheid om de grote Sovjetbuur niet te irriteren. Straks wordt het de metafoor voor gedurfd, eigen belang eerst, en de Europese buren in de gordijnen jagend. Nederlandisering heb ik nooit gelezen, voor ons was weer een eigen term gereserveerd. In de ogen van de rest van de wereld leden we aan hollanditis. Dat stond in 1981 voor halfhartigheid: tegen Sovjetraketten zijn, maar zelf geen raketten willen opstellen. Het zou wel eens kunnen terugkeren in een nieuwe halfhartige variant: schimpen op de Finnen, maar eigenlijk precies hetzelfde willen.