Research

Op-ed

Als de euro faalt, zal uit de schade pas blijken hoe belangrijk hij voor de wereld was

17 Aug 2011 - 11:51
Wie is de baas over wie: hij die veel geld heeft uitgeleend of hij die juist zwaar in het krijt staat? Over die vraag breken onderzoekers van de internationale politiek zich al sinds mensenheugenis het hoofd. Natuurlijk heeft de crediteur een betere uitgangspositie omdat hij de eisende partij is, maar in de praktijk heeft hij daar vaak weinig aan. De kale kip enzovoort. De paradox is dat de machtsrelatie soms omkeert. De schuldeiser heeft er zo veel belang bij dat de debiteur niet failliet gaat, dat deze laatste feitelijk de dienst uitmaakt. En de schuldeiser zelfs tot wanhoop kan drijven. De adembenemende vraag is waar dat omkeerpunt ligt, en hoe beide partijen er in die situatie nog het beste van maken.

De Europese en Amerikaanse situaties mogen in honderd opzichten verschillen, de ene gelijkenis van die wanhoopsparadox ligt voor het oprapen. Noord-Europa weet zich geen raad met de schuldenberg die de Zuid-Europese partners hebben veroorzaakt. Elke oplossing, if any, die tot nu is verzonnen, is niet meer dan een demonstratie van machteloosheid en schuift de oplossing verder vooruit. De cynische prijs is dat elk uitstel het probleem groter maakt, de fatale logica die eens de eurozone uit elkaar doet spatten tenzij de financiële markten door een wonder weer in de politiek gaan geloven.

Als Europa aan scherven ligt, zal het tot zijn verbazing (en spijt) merken dat het gehoonde continent nog lang niet zo op zijn retour was als tegenwoordig wel wordt aangenomen. De euro was in de korte tijd van zijn bestaan een gewaardeerde reservevaluta geworden, heeft aanzien en rijkdom gebracht, heeft ook Henk en Ingrid veel gemak en koopkracht in de schoot geworpen. We zullen de munt nog missen. En, om zijn belang negatief uit te drukken: als de euro faalt, zal uit de politieke en economische schade pas blijken hoe belangrijk hij ook voor de wereld was. Natuurlijk weten politici dat best, maar een perverse cocktail van bedrog, irrationaliteit, onverantwoordelijkheid en onbegrip hebben ons aan de rand van het ravijn gebracht.

Bedrog, omdat zwakke landen met de begrotingscijfers knoeiden. Onverantwoordelijkheid, omdat we het wisten en niets deden. We vertrouwden erop dat we een munt konden invoeren zonder een politieke unie, de discipline zou vanzelf wel volgen. Alsof de liefde vanzelf wel uitbreekt als je eerst een huwelijk sluit. Irrationaliteit omdat we gegijzeld zijn door het onvermogen om offers te brengen die de verstandige landen pijn doen, maar die het systeem uiteindelijk zouden redden. Onbegrip, omdat onze leiders zelf niet meer begrijpen wat er aan de hand is, bereikte compromissen niet kunnen uitleggen, en potsierlijk maar gênant met miljarden staan te goochelen. Maar een escape is er misschien nog, als Europa het eens kan worden over een coulant maar groeibevorderend medicijn dat de krakkemikkige valsspelers uit Zuid-Europa weer aan het werk krijgt. We zullen moeten tandenknarsen.

Nóg dramatischer voor de wereldpolitiek is de stand off tussen de VS en China. Het tandenknarsen is daar al hoorbaar. Na de afwaardering van de Amerikaanse kredietwaardigheid - bekritiseerd maar daarom niet minder schokkend - is het de grote crediteur China te gortig geworden en eist het Amerikaanse discipline. China bezit voor twaalfhonderd miljard dollar aan Amerikaans schuldpapier en is als de dood dat dat verschrompelt. 'De tijd dat jullie je een weg uit de rotzooi konden lenen, is voorbij,' schreef de regeringsspreekbuis Xinhua. Het wil de dollar vervangen door een nieuwe stabiele internationale reservevaluta, en het hoge woord is eruit: Amerika moet een eind maken aan 'de gigantische militaire uitgaven'.

Dat hebben de Amerikanen zelf ook wel enigszins door, maar hier zit natuurlijk het allerprecairste 'omkeerpunt'. Je militaire macht een beetje bijtrimmen kan geen kwaad, maar jezelf uitleveren aan je concurrent is wel het laatste wat je doet. Het Chinese appèl is even waar als wanhopig en resultaatloos. De impliciete boodschap is dat de Chinezen in feite Amerika tot nu toe het krediet hebben verschaft om dure oorlogen te voeren en zich daar niet langer voor lenen. Maar China heeft geen alternatief om zijn enorme reserves (drieduizend miljard dollar) geheel buiten Amerikaans schatkistpapier te beleggen, en loopt hier dus weer tegen de wanhoopsparadox aan.

Dumpt het Amerikaanse schulden, dan stort de dollar in en dupeert het zichzelf. De Amerikaanse buitenlandse politiek zou er, mild gezegd, niet vriendelijker door worden en de wereld niet ongevaarlijker. Ook in deze relatie zijn, net als in de eurozone, macht en machteloosheid nauwelijks van elkaar te onderscheiden.

Adembenemend maar niet ongebruikelijk, dit aftasten van een nieuw evenwicht tussen de supermacht in opkomst en de ander op zijn retour.