Research
Op-ed
Versimpeld vraaggesprek
Ik tel reeds vier vormen die sterk in opkomst zijn. Het dichtstbij de ouderwetse journalistiek staat het interview met jezelf. Je weet niet wat er aan de hand is in Jemen en dat ga je aan jezelf vragen. Gegarandeerd een sluitend antwoord. Misschien niet altijd het meest inzichtrijke maar dan toch in elk geval wel een antwoord met een kop en een staart - en zo geformuleerd dat het perfect bij de vraag aansluit.
Waarom zou de vruchteloze luchtoorlog tegen Khadaffi wel eens plotsklaps afgelopen kunnen zijn? Antwoord: 'Hij zou wel eens zomaar plotsklaps afgelopen kunnen zijn omdat we de magische 78-dagengrens passeren. Dat is namelijk precies het aantal dagen dat de vruchteloze luchtoorlog in Kosovo in 1999 duurde en toen wierp Milosevic ook opeens de handdoek in de ring.' Bedrieglijk eenvoudig en zeer bevredigend. Naadloos antwoord. Goed gedaan interviewer! Ook leuk dat het zelfinterview altijd in mooie ronde getallen kan: je ziet deze vorm vrijwel altijd in de vorm van tien-vragen-en-antwoorden, al mogen het er soms ook vijf zijn. Vier of zeven kan niet, past niet in het format. Het nieuws in decimale nuggets.
We moeten hier eerlijkheidshalve de hand in eigen boezem steken. Vrij Nederland begon er zelf mee in 1991, toen de formule bij operatie Desert Storm behoorlijk leek aan te slaan. Generaal Schwarzkopf was de eerste generaal die, gewapend met aanwijsstok, een hi-tech oorlog real time op het scherm in de huiskamer bracht en sindsdien wilde het publiek met hapklare brokken bediend worden, ook in de krant.
De tweede vorm is het tweekeuzemenu. In deze variant bestaat de geïnterviewde echt, hij is niet dezelfde persoon als de ondervrager. Maar dat maakt de manipulatie nauwelijks minder. Zijn antwoordruimte wordt sterk beperkt want hij is volledig overgeleverd aan die ondervrager. Hij mag namelijk steeds maar twee alternatieven vergelijken en moet het beste kiezen. In de praktijk: het minste van twee kwaden. Net als in het echte leven zult u zeggen, dus zo erg is dat niet, maar voor hij er erg in heeft verdedigt hij de duivel omdat Beëlzebub kwalijker is. De vraagstelling is vaak seccer dan sec, wat het interview de spanning van een drijfjacht moet geven. Door zich te laten meeslepen in het keuzespel wordt de ondervraagde, als de interviewer het goed speelt, steeds verder in het nauw van de beperkte waarheid opgesloten. Wat is beter, Al-Qaida of taugé? Antwoord: Al-Qaida, want taugékiemen zijn verraderlijke biologische wapens en die hebben in één week tijd meer Duitse slachtoffers geëist dan Al-Qaida in tien jaar. Taugé of Hitler? Antwoord: allebei Duits, maar liever taugé. Ook nog gelezen: Ahmadinejad of Hitler? Antwoord: Ahmadinejad, want die laat in eigen land de Joden nog een beetje met rust (de Volkskrant, 4 juni). Spannende interviewtechniek, kan ook relativerend werken, maar een verstandig mens komt snel tot het inzicht dat de wereld ingewikkelder in elkaar zit dan steeds maar twee dingen met elkaar te vergelijken: a vinden we erger dan b, b vinden we erger dan c, maar toch vinden we c weer erger dan a. Iedereen weet dat, maar het tweekeuzeinterview is verleidelijk omdat het de politiek lekker plat maakt. Een afvalrace, waarin Ahmadinejad de winnaar kan zijn, zoals Saddam Hoessein voor hele volksstammen had gewonnen van George Bush.
De derde vorm is weer ietsje banaler. Hier mag de ondervraagde alleen maar met ja of nee, of met voor of tegen antwoorden. Iedere nuance is vanaf nu verboden verklaard. Bent u voor of tegen de democratie (voor). Bent u voor of tegen verkiezingen in Egypte (voor). Bent u voor of tegen een regering onder leiding van de Moslimbroedergemeenschap? (stilte mag niet, u moet binnen drie seconden voor of tegen antwoorden).
De vierde en allerplatste vorm is de versimpeling zelf. De vrager stelt geen vragen, de antwoorder antwoordt niet, de nieuwsbrenger ís de vrijheid van meningsuiting. Hij vereenzelvigt zich met niets minder dan het recht en de waarheid. Hij noemt zich Johan van Oldenbarnevelt en Johan de Witt tegelijk, hij meet zich in gedachten met Gandhi en Martin Luther King. Hij is bij voorbaat de martelaar van het recht en hij waarschuwt de rechtsstaat die het waagt om hem te bekritiseren.