Research
Articles
De Responsibility to Select
Rouwende Libiërs in Tripoli na de luchtaanvallen van de coalitie (foto: Ahmed Jadallah/Reuters via The Big Picture) President Gbagbo, president Saleh, koning Hamad, we laten ze gewoon hun gang gaan in Ivoorkust, Jemen en Bahrein.
Nu de internationale gemeenschap dan wél een fatsoenlijk interventiemandaat van de Veiligheidsraad heeft, is het wéér niet goed. De militaire interventie in Libië blijft onder vuur liggen: arbitrair, ongewis, disproportioneel, dubbele agenda, partij kiezen in burgeroorlog, enzovoort.
Maar de voorstanders van de Responsibility to Protect-doctrine staan te juichen. Een heerser die zijn eigen volk niet beschermt, verspeelt de soevereine macht aan de internationale gemeenschap. Die mag in dat geval de plicht tot bescherming van de burgers overnemen. Zo werd het plechtig besloten door een bijzondere VN-vergadering van wereldleiders in New York in september 2005.
Daar had zich een stille revolutie voltrokken. De R2P was een slimme, maar beschaafde manier om het hinderlijke niet-inmengingsbeginsel in de internationale politiek te omzeilen. Een creatieve redenering die de immuniteit van de Mugabes, Loekashenkos en, jawel, de Khadaffis zou opheffen. Nooit meer Rwanda, nooit meer Srebrenica. Onmiddellijk omarmd door secretaris-generaal Kofi Annan, die het hoge gehoor op 23 september 2005 de gedenkwaardige woorden voorhield: "Your Excellencies, you will be pledged to act if another Rwanda looms". (Zie Vrij Nederland 24 september 2005)
Maar de nieuwe doctrine had het niet gemakkelijk.
Rechtsgeleerden bleven er over hakketakken, dictators voelden de bui al hangen. Regimes die in eigen land huishielden onder lokale minderheden blokkeerden elke concrete toepassing van de jonge doctrine in andere landen, uit angst dat er precedenten zouden worden gecreëerd. China tegen ingrijpen in Birma of Zimbabwe, want Tibet zou de volgende casus kunnen zijn. Zo dreigde de mooie R2P-gedachte een dode letter te worden, gedegradeerd tot een Responsibility to Project. Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
Resolutie 1973 is voorbeeldig in die zin dat ze precies tot de grens gaat: het beschermen van de Libische burgerbevolking. Geen regime change, in theorie mag Khadaffi blijven als de militairen dat doel zouden bereiken en als hij zich zou houden aan het staakt-het-vuren waar de resolutie ook toe oproept.
De kritiek is niet van de lucht en komt van twee kanten. De eerste komt van de scherpslijpers die zeggen dat de westerse jachtvliegtuigen de R2P-grens rauwelijks overschrijden. Ze vallen ook stilstaande tanks van Khadaffi aan om de rebellen een handje te helpen, en dat is dus wél regime change. De tweede kritiek komt uit de hoek van leunstoelstrategen. 'De no-fly zone is niet genoeg,' zeggen die, 'een vliegverbod heeft nog nooit zijn doel bereikt.' Dat snijdt geen hout, om de simpele reden dat de resolutie verder gaat dan zo'n vliegverbod. 'Met het luchtwapen is nog nooit een oorlog gewonnen,' is het volgende argument. Die beperking staat evenmin in de VN-resolutie. All necessary means mogen worden toegepast, een bezettingsmacht uitgezonderd. Grondtroepen mogen dus wel, special forces ook. 'Er is geen einddoel geformuleerd,' zegt een andere groep. Ook niet helemaal waar, de resolutie zegt immers dat bescherming van de burgerbevolking het doel is. De politici gaan verder dan dat. Obama, Sarkozy, Cameron en Henk Jan Ormel, allemaal zeggen ze op hun eigen manier dat verdwijnen van Khadaffi eigenlijk wel het einddoel is.
'Toch is het een vreselijk domme interventie,' is de volgende kritische linie, 'want je bent nu verplicht om in veel ergere landen in te grijpen. En omdat we daar de middelen niet voor hebben zullen we weer beschuldigd worden van selectieve verontwaardiging. Zo hol je die mooie Responsibility to Protect-doctrine uit, en bewijs je de internationale rechtsorde geen dienst.' Daar zit wel wat in. President Gbagbo, president Saleh, koning Hamad, we laten ze gewoon hun gang gaan in Ivoorkust, Jemen en Bahrein. Inconsequentie dreigt tot doctrine te worden verheven.
Sommige strategen vinden die inconsequentie niet zo erg. Sterker nog, ze stellen als eis dat je mag pas interveniëren als succes verzekerd is. Falen is immoreel. Eigenlijk bepleiten zij de Responsibility to Succeed.
Je kunt niet overal ingrijpen, dat moet je niet willen. Succes is alleen verzekerd als er een vitaal nationaal belang op het spel staat. Libië moet je achtertuin zijn, je moet er historische banden mee hebben, je haalt er olie uit de woestijn, je wilt een stroom vluchtelingen uit dat land tegenhouden. Je mag, nee je móét, vinden die strategen, kieskeurig zijn. In de praktijk is de R2P dus tot de Responsibility to Select geworden.