De Veiligheidsraad biedt nieuwe kansen voor het Haagse Strafhof
De unanieme Libië-uitspraak van de VN-Veiligheidsraad was historisch. Deze stelt het Internationaal Strafhof in Den Haag in staat om onderzoek te doen naar 'misdaden tegen de menselijkheid'. Dat is een eerste en belangrijke stap naar uiteindelijke pacificatie en stabiliteit.
Het is niet alleen een juridische, maar ook een politieke actie. Gaddafi en zonen zullen bij bewezen feiten worden gestraft en worden indirect ook door een politiek VN-hoofdorgaan onder druk gezet en verantwoordelijk gehouden als politieke en maatschappelijke leiders. In feite worden Den Haag en New York, als juridische en politieke VN-centra, in elkaar geschoven.
De juridische werkelijkheid staat nooit los van andere realiteiten. Het eventueel bestraffen van de hoofddaders is het begin van een proces dat belangrijke aspecten dient te bevattenvan transitional justice. Waar het Internationaal Strafhof zich op dragers van verantwoordelijkheid aan de top richt, moeten - in een nieuw op te zetten juridische en politieke structuur - ook andere geweldplegers voor de rechter verschijnen. Een waarheidscommissie doet onderzoek naar wie 'fout' is geweest. Compensatieregelingen worden opgesteld voor slachtoffers. Een instrumentarium voor verzoening moet worden ontwikkeld.
De nog recente oorlogsmisdaden in Srebrenica leren dat niet vroeg genoeg kan worden begonnen met genoemde acties. Uiteraard kan midden in een burgeroorlog nog relatief weinig worden ondernomen, maar op z'n minst kunnen actiegroepen, hulporganisaties en ngo's worden ondersteund en voorbereid op wederopbouw. Alleen al een zuivere verslaglegging van wat werkelijk op de grond gebeurt, is van essentieel belang voor 'later'.
Natuurlijk staan niet zozeer 'Den Haag' of 'New York' in de mondiale schijnwerpers. Wat in Libië en elders in de Arabische wereld gebeurt, beroert de wereldopinie.
Bij de eerste uitspraak van de Veiligheidsraad over Soedan onthield de regering-Obama zich nog van stemming. Inmiddels is duidelijk geworden dat ook Washington bereid is om samen te werken met het Strafhof. Dat is moedig, omdat ook in de Senaat de invloed van de op eigen land gerichte Tea Party steeds duidelijker zichtbaar wordt. Het aloude, internationaal georiënteerde centrum dunt uit. Oftewel, steeds minder 'Richard Llugars' plaatsen Amerikaanse waarden en belangen genuanceerd in een internationale context.
Voorlopig hebben internationale instituten als het Internationaal Strafhof nog de tijd om ook aan Washington te bewijzen dat serieuze vooruitgang kan worden geboekt bij het gezamenlijk bevorderen van vrede en recht in de wereld. De Amerikaanse VN-ambassadeur Susan Rice was al als onderzoeker bij het Brookings Instituut principieel voorstander van zo'n 'wereldrechtbank'. In 2009 ondertekende Obama een wet waarin werd opgeroepen om extra steun te geven bij het implementeren van transitional justice in Oeganda.
Dat impliceert alleen al op basis van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens dat de Amerikaanse regering het belang van transitional justice onderkent bij in feite iedere brandhaard in de wereld en bij de wederopbouw van falende en fragiele staten.
De volgende stap moet worden gezet. Het International Center for Transitional Justice in New York heeft een uitgebreid netwerk van partnerorganisaties binnen de civil society in de Arabische wereld. In Den Haag begint binnenkort het pas opgerichte The Hague Institute for Global Justice. Het is van belang dat gerenommeerde instellingen een ruime kring vormen rondom het Internationaal Strafhof.
Transitional justice moet altijd rekening houden met lokale tradities, maar in onze global village mag niemand meer verkeren in een juridisch en politiek isolement. Aan sommige regels moet elke wereldburger, dus ook elke politieke leider, zich houden. Iedereen heeft recht op hulp bij de wederopbouw van zijn staat na een ernstige conflictsituatie waar hij of zij niet voor verantwoordelijk is.