Research

Op-ed

Halverwege de revolutie

14 Feb 2011 - 15:57
Het is geen goed idee om een column halverwege een revolutie te schrijven. Je moet het er ruim voor, of ruim na doen. De Jeugd- en Jasmijnrevolutie is aan het eind van het begin, nog niet eens het begin van het eind, laat staan achter de rug.

Zuinig gezegd is in Egypte het ene militaire regime vervangen door het andere. Het andere heeft beloofd om beter te zijn dan het ene, maar de personen zijn hetzelfde en de uniformen zijn niet verwisseld. De grondwet is buiten werking gesteld, we moeten het nu met decreten doen. Dat ze genummerd worden stemt niet tot optimisme.

Ruimgeestig gezegd wordt de persvrijheid ingevoerd, worden er vrije verkiezingen in het vooruitzicht gesteld, de staatsomroep draait leuke muziek en zendt straatinterviews uit, en je mag dansen en zoenen op straat. De Opperste Militaire Raad heeft nimmer met scherp geschoten, de Moslim Broederschap schuift geen presidentskandidaat naar voren, het gezag heeft beloofd zich aan alle internationale verdragen te houden dus ook aan het vredesakkoord met Israël. Ik hoop er het beste van.

De revolutie laat zich niet voorspellen, en misschien zelfs niet achteraf uitleggen.

Les één: kleine vonken leiden tot grote branden. In het in de wereldpolitiek onbeduidende Tunesië stak een marktkoopman zich in brand. Onder het brandglas van de moderne media werd het symbool van de onschuldige wanhoop razendsnel uitvergroot tot landelijke vuurstorm die zich met gemak door landsgrenzen boorde.

Les twee: je kunt een revolutie zonder leider beginnen, er een dictator mee verjagen, maar haar niet voltooien. Of zal dit toch een leiderloze revolutie zijn? Dat moet nog blijken, maar het is een feit dat Mohammed el-Baradei twee weken geleden op het Tahrirplein naliet wat Boris Jeltsin in 1991 wel op het juiste moment deed: bovenop een tank klimmen. Sommigen vinden een leider niet nodig, een logo voldoet tegenwoordig al. De stervende Neda in Teheran 2009, de brandende Mohammed Bouazizi in 2011. Zij maakten de protesteerders immuun voor bedreiging en intimidatie, maar kunnen geen president worden, zoals Havel of Walesa of Jeltsin. Dat waren onvolmaakte stervelingen, maar ik denk dat ze in het vervolg van de revolutie meer voor hun land betekenden dan een volmaakt onsterfelijk logo.

Les drie: Egypte - het land met de geheimste en meest repressieve veiligheidsdienst in de regio - nam het protestvuur over, andere gesloten dictaturen en autoritaire koninkrijken staan nog niet in brand, maar zoeken nerveus naar hun brandverzekering, wetend dat ze niet geïsoleerd zijn. Al weten we niet hoe het zal aflopen in Egypte, we weten nu dat regime change niet (alleen) een zaak is van gewapende interventie van buitenaf (Irak 2003) maar ook het gevolg kan zijn van een ongewapende interventie van binnenuit.

Les vier: we waren getuigen van tot nu toe bijna geweldloze revoluties. Toch waren militairen doorslaggevend, zij het meer door wat ze niet deden dan door wat ze wel kunnen. Ze lieten de betogers hun gang gaan, weigerden te schieten, en pleegden een soft coup toen Moebarak op het laatste moment off script ging en op 11 februari zijn volk vaderlijk toesprak en toch nog probeerde te ringeloren. Ze hebben veel te verliezen: goodwill bij het volk, maar ook de schandelijke privileges van het ancien régime. Ik hoop er alweer het beste van.

Les vijf: iedereen zegt tegenwoordig dat er geen scheiding is tussen binnen- en buitenlandse politiek. De gebeurtenissen in Egypte lijken dat te bevestigen. Als de revolutie wordt gekaapt door moslimfundamentalisten, zou het vredesakkoord met Israël op de tocht staan. Maar dat is áls. De eerste toezegging die de Opperste Militaire Raad op 12 februari deed, was die scheiding juist wél maken. Alles is bespreekbaar, maar tornen aan de internationale verplichtingen is er niet bij. De geschiedenis zal leren of de militairen deze keuze zelf maakten, of door de VS werden beïnvloed. Machtspolitiek is impopulair, maar ook niet dood. De macht van de VS is impopulair, maar ook niet nul.

Les zes: de oppositie in Egypte werd geleid door jeugd, uitgerust met seculiere middelen (Facebook, iPhone), bevlogen door seculiere idealen (mensenrechten, vrijheid en democratie) en geladen met seculiere haat (tegen corruptie, machtsmisbruik, armoede, werkloosheid, sekseongelijkheid). Er is, kortom, een oppositioneel alternatief voor moslimfundamentalisme en anarchie. Het Al Qaida-model heeft er een concurrent bij gekregen.

Les zeven: we werden weer verrast. Na de Val van de Muur, nine-eleven, en de omhelzing van Ruud Gullit door Ramzan Kadyrov heeft de geschiedenis ons weer overvallen. Dat noemen we black swans, een mooie metafoor die ons geen steek verder helpt omdat we bij zwanen altijd in witte waarschijnlijkheid denken.