Research

Op-ed

Chinese exportrestricties een keerpunt? Onzin

05 Nov 2010 - 13:51
Twee weken geleden werden we via radio en krant overspoeld met nakend onheil en ondergang. De Chinezen draaien ons de duimschroeven aan, houden zeldzame grondstoffen voor zichzelf, er blijft niets meer voor ons over en het licht kan uit.

Ineens blijkt ons lot af te hangen van rare earth, mineralen waar we nog nooit van hadden gehoord zoals neodybium, terbium, yttrium en lanthanum. Harde schijven, mobiele telefoons, magneten, windmolens, laser- en röntgenapparatuur - als de Chinees het wil, ligt heel ons raderwerk stil.

Tezelfdertijd kreeg ik een vlammende oproep van het Haags Strategisch Beraad om een petitie aan het kabinet te ondertekenen. Laurens Jan Brinkhorst, oud-minister van Economische Zaken, was een van de ondertekenaars. Na-tuurlijk, er stond veel waars in het betoog. Het naar binnen gekeerde Nederland moet inderdaad weer naar buiten kijken, onze veiligheid en welvaart hangen van de wereld af en zijn niet gediend met populisme en eng nationalisme. Nederland moet weer Europees worden, en Europa moet een wereldspeler worden. Ondanks zinnen als 'het kabinet moet zijn mindset veranderen' en ondanks de kromspraak dat onze 'naar binnen gerichte maatschappij (moet) worden omgebogen naar kansen voor groei', zette ik al bijna mijn handtekening.

Maar wacht. In de oproep van Brinkhorst c.s. staat ook dat China in een recent dispuut met Japan niet bleek 'terug te schrikken voor het gebruik van exportrestricties van schaarse aardmetalen als politiek pressiemiddel'. 'Dit is niet minder dan een keerpunt in de internationale betrekkingen.' Ik val van mijn stoel van zulke onzin.

Niet minder dan een keerpunt?

Vijfentwintighonderd jaar geleden schreef Thucydides al over de strijd om grondstoffen tussen Atheners en Thraciërs. Piet Hein ging voor zilver. De Engelsen riepen de Acte van Navigatie uit om de handelsroutes uit handen van de Nederlanders te houden. Meteen na WO I werden kolen, olie en staal door de meeste landen die ertoe deden tot strategische goederen verklaard. Hitler manipuleerde met handelstarieven om Oost-Europa economisch in te lijven. De VS deed de oliekraan naar Japan dicht in 1937 toen het Mantsjoerije binnenviel. In London werd in 1941 het Ministry of Economic Warfare opgericht. China, de Sovjet-Unie en de rest van het Oostblok vielen na de WO II langdurig onder allerlei exportrestricties in het kader van het zogeheten COCOM-regime.

Amerika vertrouwde zelfs de eigen bondgenoten niet: het importeerde tungsten uit China, grafiet uit Madagascar, koper uit Chili, mica uit India en tot elke prijs moest worden voorkomen dat de vrienden een onderlinge jacht op deze zeldzame materialen ontketenden, want daar zou het Amerikaanse leiderschap ernstig onder lijden. De Amerikaanse wetgeving is doorweven van strategische handelspolitiek. De Strategic and Critical Materials Stockpiling Act uit 1946, Reagans National Defense Stockpile Policy uit 1985 waren erg 'Chinees'. In oorlogstijd was daar natuurlijk al sinds 1917 de Trading with the Enemy Act. Maar in vredestijd beschikt de Amerikaanse president al decennialang over alle bevoegdheid om de internationale handel te controleren op basis van de Export Administration Act. Als hij vindt dat Amerika zelf bepaalde grondstoffen of goederen tekort komt, of als hem dat in zijn buitenlandse politiek goed uitkomt, kan hij de kraan dichtdraaien.

Zelfs Nederland heeft sinds 1962 wetgeving - die ook onder rechtstreekse bevoegdheid van minister Brinkhorst viel - waarin staat dat 'Chinese' maatregelen kunnen worden genomen in het belang van de volkshuishouding, de internationale rechtsorde of de nationale veiligheid. Ook de oliecrises van 1973 en 1979 waren natuurlijk exportrestricties die als politiek drukmiddel werden ingezet: landen die Israël steunden konden op een olie-embargo rekenen, landen die een Arabische buiging maakten niet.

De boeken over strategische handelspolitiek en economische oorlogvoering tuimelen bijna uit mijn boekenkast. Grondstoffen, technologie, speciale producten, alles wat schaars is wordt in de internationale politiek gebruikt om andere landen het leven zuur te maken. Daar moet je je maatregelen tegen nemen, inderdaad. Het gaat meestal om een kortetermijnprobleem - er worden bijna altijd inventieve manieren bedacht om de handelsmaatregelen te omzeilen, nieuwe bronnen aangeboord, of tegensancties uitgevoerd (er is trouwens nog altijd een westers wapenembargo tegen China!). Maar het is een spel dat al duizenden jaren wordt gespeeld en het is onzin om te doen alsof China de herontdekking van de wereld over ons afroept.