Research
Articles
Obama redt zich met een driehoekje uit een netelige cornersituatie
Internationale politiek is ook totaalvoetbal. Ook daar zitten politici soms in zeer benarde situaties.
Obama zat eind mei opgesloten bij de eigen cornervlag. Weliswaar had hij balbezit, maar eigenlijk kon hij niets met de grillige Jabulani. Het ding kon zo de verkeerde kant uit vliegen. Aan het thuisfront dreigde hij schade te lijden door de olieramp in de Golf van Mexico, het bijna letterlijke hoekvlaggebied van de VS. Hij werd al vergeleken met voorganger Bush, die het volkomen had laten afweten toen de cycloon Katrina huishield in New Orleans. Dat was nog maar een natuurramp geweest, in het geval van de spuitende oliebron moest Obama ook nog eens uitleggen waarom hij zojuist het vergunningenbeleid diepzeeboren had versoepeld. Het netto-resultaat van de BP-ramp was machteloze stampvoeterij.
Op een heel ander front zat Obama ook vast bij de eigen cornervlag. Eind mei had hij een flinke slag willen slaan in de confrontatie met Iran. Het moment leek er rijp voor, want de islamitische republiek had zojuist voor de zoveelste keer een slecht rapport gekregen van het Internationaal Atoomagentschap - het land wil de wereld er maar niet van overtuigen dat het een onschuldig nucleair programma heeft. Het heeft al drie rondjes VN-sancties aan de broek, maar trekt zich daar niets van aan. De VS kregen met hangen en wurgen de VN-Veiligheidsraad op één lijn voor een vierde strafronde, maar moesten zo veel water bij de wijn doen om Rusland en China aan boord te houden dat Iran er bijna openlijk mee spotte. Om het nog iets te laten voorstellen, moest dus een aanvullend rondje vrijwillige sancties van westerse landen de duimschroeven wat aandraaien. (Wie biedt zich als eerste aan?)
Tot overmaat van ramp moest Obama ook nog een nederlaagje slikken bij het afsluiten van de kernwapenconferentie in New York over het non-proliferatieverdrag. De slotverklaring, eind mei, zei niets over Iran, maar kapittelde wel Israël. Onevenwichtig, brieste de Amerikaanse regering, die weer moest toezien hoe het resultaat in Teheran lachend als een overwinning werd uitgelegd. De bal lag helemaal verkeerd.
Of Obama de wedstrijd wint, is maar zeer de vraag, maar ik moet zeggen dat hij vorige week een intelligent driehoekje heeft bedacht. Het was duidelijk dat hij Iran alleen pijn zou kunnen doen door het land op de achillespees te treffen. Dat is de olieraffinage. Het land beschikt over een onmetelijke hoeveelheid ruwe olie, maar auto's rijden en vliegtuigen vliegen alleen op bewerkte olie. Die moet Iran in het buitenland inkopen, of tanken. Sinds vorige week hebben BP, Groot-Brittannië, Duitsland en de Verenigde Arabische Emiraten (dat tegenover Iran ligt, als een soort Maasvlakte van de ayatollahs) besloten om geen Iraanse schepen en vliegtuigen meer te bedienen.
We zullen spoedig merken of deze raffinage-maatregel Europabreed is, maar het is hoe dan ook duidelijk dat de Britse regering zich uit de naad heeft gelopen om de sanctie tot EU-beleid te promoveren. Tel daar bij op dat BP de grootste olieleverancier van het Pentagon is: met een miljard dollar (twaalf procent van alle leveranties) per jaar kan het zich naast het Golf-van-Mexico-debacle niet ook nog eens het verlies van die positie veroorloven. Heel toevallig werd vorige week ook bekend dat het Pentagon voorlopig nog niet aan een leveranciersswitch denkt.
De boodschap zelf is al genoeg om het driehoekje zichtbaar te maken. BP maakt een zwarte inktvlek van de Golf, Obama kan daar niets aan doen maar maakt van de nood een deugd door de Britse regering en BP voor zijn Iran-sanctiekarretje te spannen. Is de olieramp toch nog ergens goed voor. Iraanse vliegtuigen moeten een eind omvliegen, Iraanse schepen omvaren, de bal is toch weer vrijgespeeld. Maar voor hoelang?