Research

Op-ed

Blije nagelvijlsters

10 Jun 2009 - 11:39
Van nature heeft Amerika een voorsprong. Maar bovendien en belangrijker: Amerika heeft meer over voor onderwijs en onderzoek. Er heerst een ontroerend geloof in de macht van kennis. Leren is vooruitkomen en wie vooruitkomt, krijgt een deel van het goede leven. Amerikanen geloven in vooruitgang, Nederland is daarvoor blijkbaar niet te vinden. Het dodenrijk Holland is te klein.

Deze zinnen schreef Abraham de Swaan in 1967 in de bundel Amerika in termijnen, en zo legde hij uit waarom het hier fout ging en daar altijd beter. In 2009 schreef Heleen Mees de bundel Tussen hebzucht en verlangen. De wereld en het grote geld. Een intelligent, aangenaam en wereldwijs boek in deze barre populistische en xenofobe tijden, en ondanks lange zijwaartse bewegingen (houd de opmars van China in de gaten, vergeet u vooral ook Indiase whizzkids niet, en weg met Fukuyama) is ook hier de rode draad: welk land zorgt het best voor zijn inwoners? Amerika, is ook haar antwoord, en New York in het bijzonder.

Maar daar houdt de overeenkomst met De Swaan op. Herkennen we in diens analyse nog immer het sociaal-democratische model van de optimistische en gelovige bovenlaag die het integratieprobleem via het onderwijsbudget overwint, Mees ziet hoe de cohorten migranten in New York zelf de smeltkroes van onderaf veroveren. Geen opgelegde kansen, maar zelfgecreëerde mogelijkheden. Voor een paar luizige dollars per uur boren ze zich opgewekt, generatie na generatie, nagelvijlend, waterschenkend, hondenuitlatend, deurpostend en mantelpakjes naar Amsterdam opsturend in de Amerikaanse samenleving. Vertrouw op de thermiek van de bodemloze arbeidsmarkt!

Geen leuke boodschap van de voorzitster van de Nederlandse tak van de Socialistische Internationale te New York, althans niet voor de moederpartij in de Europese verzorgingsstaat. Moeten we de nieuwe econoom of de oude socioloog volgen?

Economen hebben gelijk, schrijft Mees ergens in een passage over ontslagbescherming, maar dat doet geen recht aan het feit dat juist die beroepsgroep het op cruciale momenten in de huidige crisis behoorlijk heeft laten afweten (hun armzalige voorspellingen en, als puntje bij paaltje komt, hun excuus dat 'economie toch eigenlijk allemaal psychologie is'). Ooit werden politiek en economie na Adam Smith disciplinair van elkaar gescheiden, omdat dat academisch wel makkelijk was, maar als de wereld in nood is, hebben ze elkaar weer nodig. Macht en schaarste, ze zijn niet uit elkaar te houden.

De nagelvijlsters van Heleen Mees en de vooruitgangsambtenaren van De Swaan zijn niet meer dan de figuranten in een (in boekenplanken uitgedrukt) kilometerslang academisch debat over comparative political economy: welk sociaal-economisch systeem verzoent de eisen van productie, efficiency en rechtvaardigheid het best? Wie de vergelijking simpel wilde houden, beperkte zich lange tijd tot de wedstrijd tussen het socialisme en het kapitalisme, na 1989 tussen het Angelsaksische en Rijnlandse kapitalisme en nu dus tussen New York en Amsterdam. Zijn we veel opgeschoten? Niet echt, al lijkt het tijdperk van de pretentieuze ideologieën wel degelijk voorbij. Dat reduceert de discussie inderdaad tot vijlende individuen; migranten als krabbelaars in een kraslotmaatschappij.

Als ik ook een paar teleurgestelde zinnen mag schrijven over het resolute boek van (de niet erg door twijfels gehinderde) Mees: het lijdt zwaar onder herhalingen, sommige statements kom je letterlijk twee of drie keer tegen. Dankbare aangevers zijn Nobelprijswinnaar Paul Krugman, neoconservatief Robert Kagan, de blog van econoom Willem Buiter en de commentaren uit The Economist. Is dat haar platform? Schrijf dan niet vier keer hoe China ons sluipend omsingelt, neem niet vijf keer Fukuyama onder vuur vanwege zijn end of history-these en bash de bange Bos niet op elke bladzij. Dat is vermoeiend en hoeft echt maar één keer gezegd te worden.

En ben ik er nu van overtuigd dat de Amerikaanse kansenmaatschappij veel beter werkt dan verzorgingsstaat Nederland? Wijzen al die blije nagelvijlsters in New York de weg aan migrantenvrouwen die in het Laakkwartier op last van hun uitkeringstrekkende mannen achter met kranten dichtgeplakte ramen moeten verpieteren?

Hmm. Ik kan dat enthousiasme moeilijk rijmen met het feit dat er in de Verenigde Staten tien procent werkloosheid heerst, dat het land zevenendertigste staat op de wereldranglijst van gezondheidszorg, en dat er nog altijd meer dan veertig miljoen onverzekerde mensen leven, waarvan een derde tussen de negentien en negenentwintig jaar. Dynamisch? In de top-500 van Fortune staan meer Europese bedrijven dan Amerikaanse, Chinese of Japanse. 'Knisperend New York,' zoals Mees schrijft? Het knispert in de duizend gaarkeukens, voedselbanken, soeptenten en opvangcentra voor de armen van New York, waar binnenkort volgens de Food Bank dagelijks drie miljoen hongerige mensen worden voorspeld in rijen die zich nu al vanaf drie uur 's middags beginnen te vormen.