Research
Articles
De missie in Darfur wordt een fiasco
Ook Unamid heeft veel problemen; zo zijn er op dit moment circa 10.000 militairen en politieagenten op de grond; veel minder dan de beoogde 26.000. Sinds 1 januari 2008 zijn slechts 585 extra manschappen in Darfur gearriveerd. Deze troepen moeten naar de wens van Khartoem voornamelijk Afrikaans zijn. Er zijn ook maar weinig westerse landen werkelijk bereid troepen naar Darfur te sturen. Een aantal traint op dit moment wel Rwandese, Tanzaniaanse en Ghanese troepen en financiert hun uitrusting. Dit kost echter veel tijd.
Zelfs wanneer er op korte termijn voldoende manschappen beschikbaar zouden zijn, zijn er onvoldoende legerkampementen, infrastructuur en bevoorradingslijnen. Het proces om die op te bouwen, heeft vertraging opgelopen, waardoor ook de rest van de operatie moet wachten.
Tevens zoeken de VN al vanaf het begin van de operatie naar 6 aanvals- en 18 transporthelikopters. Zonder die helikopters kunnen troepen en goederen niet snel verplaatst worden en kunnen 's nachts geen patrouillevluchten worden uitgevoerd. Door de afwezigheid van luchtcapaciteit is de vredesmacht veel minder flexibel. De meeste westerse landen zetten hun luchttransportcapaciteit echter al in bij brandhaarden elders ter wereld, zoals Afghanistan en Irak.
Zelfs als de Unamid helemaal volgens plan zou worden uitgevoerd, biedt de vredesmacht onvoldoende uitzicht op een oplossing. De internationale gemeenschap houdt te weinig rekening met het feit dat dit conflict een regionale aanpak verdient, omdat zonder een werkelijke vrede tussen Tsjaad en Soedan ook de problematiek in Darfur niet kan worden opgelost. Daarnaast kan het conflict in Darfur niet los worden gezien van het conflict tussen Noord- en Zuid-Soedan, dat zonder voldoende internationale aandacht kans loopt opnieuw te ontsporen.
Ten slotte ontbreekt het de internationale gemeenschap aan goede bemiddelaars. De vredesonderhandelingen in Abuja die leidde tot het Darfur Peace Agreement en de vredesonderhandelingen afgelopen najaar in Sirthe, zijn jammerlijk mislukt. Bij een gebrek aan politieke wil bij de conflictpartijen moeten bemiddelaars inventief optreden. Momenteel ontbreekt het echter aan leiderschap in het bemiddelingsproces. Hopelijk zal de Senegalese minister van Buitenlandse Zaken Djibril Bassole, die waarschijnlijk op deze post wordt benoemd, een aanwinst zijn.
Waar sommigen een half jaar geleden hun hoop op de ontplooiing van Unamid vestigden, blijkt nu dat de internationale gemeenschap nog altijd niet in staat is snel een robuuste operatie in Darfur op de been te brengen. Tot nu toe verschuilt men zich graag achter de onwil van de regering in Khartoem, die de ontplooiing van de operatie waar mogelijk tegenwerkt.
Hoe waar dit ook moge zijn, de schuld voor de trage ontplooiing en de gebrekkige robuustheid van Unamid ligt toch grotendeels elders: het gebrek aan politieke wil om daadwerkelijk iets te doen. Als de internationale gemeenschap niet tot verbeteren in staat blijkt, dan moet men ook bij het eenjarig bestaan van Unamid niet opkijken als er eigenlijk maar bar weinig is bereikt. Dat zou een volgende nagel aan de doodskist van VN-vredesoperaties zijn.