Research
Articles
Top in Annapolis mag niet mislukken
De Palestijnse gebieden zijn verdeeld in twee rivaliserende entiteiten. Ondanks de alleenheerschappij van Hamas is de Gazastrook een baaierd van criminaliteit en geweld gebleven. Het gezag van de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever is uiterst fragiel. De Palestijnse economie is ingestort. De twee-statenformule - een Palestijnse staat naast Israël - die volgens de internationale gemeenschap de enig denkbare oplossing is, lijkt verder weg dan ooit.
Een extra complicatie zijn de nucleaire ambities van Iran, dat openlijk steun verleent aan Palestijnse terreurorganisaties en al even openlijk de vernietiging van de staat Israël bepleit. Iran vormt ook een serieuze bedreiging voor de Golfstaten. De Arabische wereld is er veel aan gelegen de Iraanse aspiraties af te stoppen. Het Palestijns-Israëlisch conflict staat daarbij Arabische eendracht in de weg en verhindert ook een optimale samenwerking met de VS. Het dit voorjaar gelanceerde plan van de Arabische Liga om Israël te erkennen, in ruil voor een Israëlische terugtrekking uit alle bezette gebieden, wil ook eenheid smeden in de Arabische gelederen.
De Saoedische plannen passen goed in het straatje van de VS. De regering-Bush kan aan het eind van haar achtjarige termijn best een succesje gebruiken. Haar wordt vaak verweten het Palestijnse vraagstuk op zijn beloop te hebben gelaten en slechts te hebben toegekeken hoe het escaleerde en de situatie in de bezette gebieden verslechterde. Dit verwijt is niet helemaal terecht. De regering-Bush heeft in 2003 de Routekaart helpen lanceren en Bush was de eerste Amerikaanse president die expliciet de twee-staten oplossing ondersteunde. Wel heeft hij meer dan zijn voorgangers de nadruk gelegd op stopzetting van de Palestijnse terreur en in zijn briefwisseling met de toenmalige Israëlische premier Sharon van april 2004 biedt hij Israël de ruimte bepaalde nederzettingen te behouden.
Condoleezza Rice heeft een actieve pendeldiplomatie in gang gezet en de Amerikanen hebben de verschillende partijen in de regio grootscheepse wapenleveranties toegezegd om hen te bewegen zich achter het Annapolis-initiatief te scharen.
De tegenstellingen zijn echter enorm groot. De Palestijnse onderhandelaars willen nog vóór de top concrete afspraken over de invulling en timetable van de twee-statenformule. De Palestijnse eisen op deze punten zijn hard en onvoorwaardelijk. Israël moet zich terugtrekken uit alle bezette gebieden. Om Hamas niet in de kaart te spelen, kan Abbas op deze punten onmogelijk concessies doen.
Daarom is wel gesuggereerd ook Hamas bij het overleg te betrekken. Maar dit lijkt een doodlopende weg. Hamas is een extreem fanatieke, antisemitische beweging die niet alleen het grofste geweld tegen de staat Israël predikt en praktiseert, maar ook in Palestijnse kring aardig weet huis te houden, zoals haar machtsovername in Gaza heeft laten zien. Te veronderstellen dat zij door verkiezingsdeelname en regeringsverantwoordelijkheid haar gewelddadige en onverzoenlijke programma zou afzweren, is gelogenstraft door de feiten. Hamas weigert de voorwaarden van het Kwartet - bestaande uit de VS, de EU, de VN en Rusland - te weten het afzweren van geweld, erkenning van Israël en van eerdere Palestijns-Israëlische akkoorden, te aanvaarden, zonder welke ieder vredesoverleg zinloos is. Artikel 13 uit het Handvest van Hamas laat er geen misverstand over bestaan: 'vredelievende oplossingen, initiatieven en internationale conferenties' wijken af van de gewelddadige jihad, en moeten ten principale worden verworpen.
De Palestijnen moeten na zestig jaar strijd beseffen dat het Arabische kamp altijd te zwak en verdeeld is geweest om het tegen Israël te kunnen opnemen en dat hun favoriete instrument, het gebruik van geweld, volledig contraproductief is gebleken. Na elke oorlog of opstand sinds 1948 is het grondgebied voor de oprichting van een Palestijnse staat kleiner geworden, en bij elke nieuwe fase in de onderhandelingen staan de Palestijnen zwakker dan in de vorige.
Door het onophoudelijke geweld tegen Israël is de Palestijnse samenleving zelf vergeven van overbewapende veiligheidsdiensten en 'verzetsmilities', ten koste van de interne vrede en de opbouw van civiele staatsinstellingen. Gelukkig is Abbas er beter dan zijn voorganger Arafat van doordrongen, dat terreur zich vooral tegen de Palestijnse zaak zelf keert. Alleen Hamas, voor wie het geweld tegen de Joden een religieuze levensvervulling is, heeft belang bij de voortzetting van geweld. Voor Israël is de huidige status quo, waarbij de annexatie van grote stukken land en van Jeruzalem de facto wordt geconsolideerd en het Palestijnse geweld redelijk binnen de perken blijft, te prefereren boven een proces waarbij pijnlijke concessies moeten worden gedaan. De regering likt nog steeds de wonden van de Libanonoorlog uit 2006 en wil de indruk van zwakte vermijden. Bovendien is er grote binnenlandse weerstand tegen vergaande concessies, en niet alleen bij de oppositionele Likoed. De ultraorthodoxe Shaspartij heeft al aangekondigd uit de regering te stappen wanneer in Annapolis de 'finale' punten aan de orde zouden komen. Hetzelfde geldt voor vicepremier Lieberman en zijn nationalistische Israel Beitenu-partij.
Toch moet ook Israël lessen uit het verleden trekken. Het is nog steeds de sterkste militaire macht in de regio en de economie bloeit. Maar de Palestijnse opstanden vreten aan het moreel en de Libanonoorlog heeft uitgewezen dat militair overwicht relatief is. Het is bijna onvermijdelijk dat de regering-Olmert aangeeft hoe de twee-statenformule moet worden ingevuld. Op korte termijn moeten bezettingsactiviteiten worden gestaakt die vanuit veiligheidsoogpunt nauwelijks te rechtvaardigen zijn, zoals onnodige wegversperringen of bouwactiviteiten in de nederzettingen. Die zetten niet alleen kwaad bloed in de bezette gebieden, maar ook in Europa en Amerika. Jeruzalem beseft onvoldoende dat het Palestijns-Israëlisch conflict óók wordt uitgevochten in de westerse publieke opinie.
Gunstig is dat de VS en de EU nagenoeg op dezelfde lijn zitten. Nauwe transatlantische samenwerking blijft essentieel voor het welslagen van Annapolis. De kersverse gezant voor het Kwartet, Tony Blair, kan hierbij nuttige diensten bewijzen, evenals de Franse president Sarkozy, die zich beter met de VS en Israël weet te verstaan dan zijn voorgangers.
Niemand verwacht een doorbraak in Annapolis. De meeste commentaren zijn uitgesproken sceptisch. Belangrijk is dat de conferentie in ieder geval uitzicht blijft bieden op een Palestijns-Israëlisch vergelijk. Wat dat aangaat zijn de afspraken die Condoleezza Rice begin november met Abbas en Olmert heeft gemaakt bemoedigend. De partijen zijn het er in principe over eens dat er vóór het verstrijken van de ambtstermijn van Bush een akkoord op hoofdpunten moet komen. Een mislukking is niet alleen een nieuwe slag voor het Amerikaanse prestige, maar speelt ook de radicale islamitische krachten in de kaart, zowel in het Midden-Oosten als daarbuiten.