Research
Op-ed
Afhankelijk van Pakistan
In zulke situaties vallen grootmachten terug op onversneden realistische reflexen.
Crisisbeheersing, nationale veiligheid, eigenbelang komen op de eerste plaats. In de relatie tussen de VS en Pakistan waren rechtsstaat en democratie sowieso al bijzaken en hoefde Musharraf zich niet al te veel zorgen te maken over zijn positie. Sinds 9/11 overgoten de Amerikanen hem met dollars, slikten strafsancties in die Pakistan waren opgelegd omdat het in 1998 atoomproeven had ondernomen, en promoveerden het land tot een strategische bondgenoot in de War on Terror.
Pakistan mocht dan een corrupte dictatuur zijn met massavernietigingswapens, de regering-Bush had andere prioriteiten en kneep een oogje toe. De Amerikaanse steun moest soms omzichtig zijn, want een al te hartelijke band zou de positie van Musharraf weer in gevaar brengen. Met genoeg vijanden die het op zijn leven gemunt hebben, slalomde de president-generaal soms tussen de bomaanslagen door en was hij op zijn beurt genoodzaakt de Pakistaanse steun aan de War on Terror sluw te doseren.
Dat leverde een spel vóór en achter de schermen op waarvan de choreografie niet gemakkelijk viel te duiden. De dictator leek betrouwbaar genoeg om zich af en toe een (geregisseerd?) conflict met de Amerikaanse beschermheer te kunnen permitteren, waarmee de binnenlandse oppositie wind uit de zeilen werd genomen. Maar tegelijk manoeuvreerde hij onbetrouwbaar genoeg om hem van dubbelspel te verdenken, want zijn soldaten arresteerden wel Al Qaida-terroristen, maar lieten talibanstrijders die vanuit het grensgebied in Afghanistan opereren met rust. Bush en Cheney zwegen erover, want bottom line is dat de Amerikanen de vragende partij zijn en dat het Musharraf niet al te lastig gemaakt mag worden.
Neem het Pakistaanse kernwapen. Op zichzelf al omstreden omdat Pakistan geen partij is bij het non-proliferatieverdrag, maar nóg dubieuzer omdat de vader van de islamitische bom, ir. Abdul Qadeer Khan, een nucleaire supermarkt bleek te runnen. Had Khan zijn atoomkennis aan Iran, Libië en Noord-Korea kunnen verkopen zonder medeweten van de Pakistaanse regering? Niet aannemelijk, maar begin 2004 kreeg de wereld een ander antwoord opgevoerd. De atoomgeleerde excuseerde zich oprecht, waarop generaal Musharraf hem onmiddellijk pardonneerde en de 'nationale held' een luxe huisarrest oplegde. Internationale inspecteurs werd verboden hem nader aan de tand te voelen. Bush en Rice omarmden zonder aarzelen de lezing van hun bondgenoot en gaven Musharraf een schouderklopje voor de afhandeling van de zaak. Niemand weet wat hier achter de schermen is afgesproken, maar ik waag me aan een speculatie: de VS dekten een schandaal toe (eind 2004 onthulde de New York Times dat de CIA een arrestatie van de atoomspion Khan door Nederland had ontraden) in ruil voor de verzekering dat Pakistan zijn atoomkennis niet langer aan het buitenland zou verkopen en intern een boekje over zijn verleden zou opendoen.
Ook nu speelt het Pakistaanse kernwapen een hoofdrol. Pakistan heeft er waarschijnlijk vijftig. Zouden ze in handen van terroristen (Al Qaida?) of een fundamentalistische opvolger van Musharraf vallen, dan treedt een Amerikaans nachtmerriescenario in werking. Sinds 2000 heeft Musharraf ze 'veilig' onder zijn bevel geplaatst. Nog groter zijn de zorgen over de betrouwbaarheid van Pakistaanse officieren die met de bewaking van het atoomarsenaal zijn belast, zodra het gezag van Musharraf zou wegkwijnen.
Nederland kan in dergelijke scenario's alleen maar de adem inhouden. Ook ons land heeft, op een lager maar precair niveau, zijn lot aan dat van het regime-Musharraf verknoopt. In mei 2006 sloot ons land geheime militaire overeenkomsten met Islamabad. Ze gingen over de veilige aanvoer van militaire goederen naar Uruzgan via de havenstad Karachi, maar volgens de lokale pers ook over samenwerking met de geheime dienst MI over de uitwisseling van informatie over terreuraanslagen. Als die lijnen opdrogen of onbetrouwbaar worden, heeft de ISAF-missie een groot probleem, en Den Haag ook.