Research

Articles

Vrijlating Kuijt goed voor imago ministerie

19 Mar 2007 - 14:44
Nederland kan niet onbeperkt hulp bieden aan landgenoten die in het buitenland in nood verkeren, vinden Maaike Heijmans en Jan Melissen. Ministeries zijn immers geen servicebureaus.De terugkeer van Machiel Kuijt na bijna tien jaar gevangenschap in Thailand is een grote opluchting. Kuijt, die na aanvankelijke vrijspraak in hoger beroep tot levenslang werd veroordeeld voor handel in hard drugs, kreeg veel aandacht in de media. Maar dit is de top van een ijsberg.

Nederland heeft in vergelijking met andere landen veel onderdanen in buitenlandse gevangenissen. Vorig jaar waren dat meer dan 2500 mensen, in vergelijking met slechts 579 personen in 1988 en rond de eeuwwisseling 1880. Dat is voor het ministerie van Buitenlandse Zaken een aanzienlijk hoofdpijndossier. Het zijn echter niet alleen gevangenen die aankloppen bij de overheid. Veel landgenoten komen over de grens in de problemen en doen een beroep op hulp.

Politici wagen zich niet aan de discussie over de grenzen van dienstverlening aan Nederlanders in het buitenland en de media concentreren zich op individuele lotgevallen. De druk vanuit parlement en media heeft Nederland koploper in de begeleiding van gevangenen in het buitenland gemaakt. Hier is sprake van een algemene trend in het werk van ministeries van buitenlandse zaken. Die natuurlijk niet verworden tot servicebureaus voor landgenoten in nood, maar veel burgers vinden dat wel de belangrijkste taak van de diplomatie. De toegenomen dienstverlening wijst mede op de vermaatschappelijking van het diplomatieke werk. Traditionele taken hebben niet altijd hogere prioriteit dan het servicegerichte werk, al is dat voor sommige diplomaten nog even wennen.

Voor het ministerie zelf is er ook wat te halen. Met de vrijlating van Kuijt en onlangs ook de terugkeer van twee naar Syrië ontvoerde kinderen, kon Buitenlandse Zaken zijn relevantie in eigen land onderstrepen. Dat is niet eenvoudiger geworden bij de klassieke buitenlandspolitieke thema's zoals de Europese integratie en de transatlantische betrekkingen. BZ laat de kans dus niet schieten om met soms high-profile dienstverlening aan de reputatie in eigen land te schaven. Bovengenoemde zaken illustreren de potentiële PR waarde van consulaire zaken. Dit is eveneens onderdeel van bredere veranderingen in de diplomatie, die zich steeds meer bezighoudt met vragen van imago en reputatiemanagement. Er is in Europa geen land te vinden dat niet geobsedeerd is door publieksdiplomatie, die neerkomt op de verbetering van de reputatie van het eigen land bij het buitenlandse publiek.

Er is veel veranderd sinds Machiel Kuijt werd gearresteerd. Buitenlandse Zaken heeft een ruime staf die familieleden van gedetineerden bijstaat. Daarnaast ondersteunt het de Stichting Reclassering Nederland en Stichting Epafras, die regelmatig bezoek brengen aan gedetineerden. Nederland gaat ver. Buitenlanders die te horen krijgen dat gedetineerden buiten de EU een maandelijkse toelage van 30 euro ontvangen zijn stomverbaasd.

Er is helaas geen discussie over de vraag of dit soort dienstverlening is doorgeslagen. Er zijn landen die burgers duidelijker durven wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid en de beperkingen van dienstverlening door de overheid. In Den Haag lijken consulaire diensten almaar te worden opgerekt onder publieke druk en ambtelijke anticipatie op vermeende pressie van buiten. Het is tijd voor het stellen van grenzen en het hanteren van normen die dat tegengaan.