Research

Articles

Polarisatie ondermijnt fundamenten van rechtsstaat

07 Apr 2006 - 00:00
Maak een einde aan de verdeeldheid. Dat is de boodschap van acht oud-politici die het wij-zijdenken van dit kabinet willen doorbreken. In het manifest ’Een land, een samenleving’ stellen zij dat het kabinet nieuwe burgers van het bestuur en samenleving vervreemdt en nieuwkomers niet tot integratie, maar tot assimilatie dwingt.

Allochtone en autochtone jongeren staan steeds meer ’met de rug naar elkaar toe’. En de harde taal van politici zoals Hirsi Ali is ook al niet behulpzaam bij het verzoenen van allochtonen met de samenleving, zei Hans Dijkstal, oud-VVD-leider en één van de acht, in ’Netwerk’ van afgelopen dinsdag.

Ik steun de opvattingen van de bende van acht. Als publiek figuur weet je dat je woorden meer gewicht hebben dan die van de taxichauffeur die je zojuist bij huis heeft afgezet. Je hebt als opiniemaker een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een beroep op democratie en vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief voor polarisatie, zoals Wilders dat doet. Zeker, democratie en vrijheid van meningsuiting zijn ook voor mij fundamenten van onze rechtsstaat. En ook ik vind dat aan nieuwkomers eisen moeten worden gesteld. Maar polarisatie ondermijnt die fundamenten. En daardoor verwoest polarisatie uiteindelijk de rechtsstaat die men wil beschermen.

Het probleem zit vooral in de toon van het debat en de wijze waarop eisen worden gesteld. In ons land is de taal harder dan in omringende landen. Dit kan verklaren waarom alleen in Nederland de djihad zich op specifieke personen richt. Zonder ’Submission’ had Theo van Gogh nog geleefd en stond Hirsi Ali niet onder permanente bewaking. Samir A. is net veroordeeld omdat hij eind vorig jaar politici wilde doden. En Yahya K. zat in zijn eentje in een kamertje in Sas van Gent te radicaliseren en Hirsi Ali te bedreigen. Dit alles is tamelijk uniek in Europa.

Zou Nederland veiliger worden als wij autochtonen wat aardiger tegen nieuwkomers zijn? Of de aanpak van De Acht van Dijkstal Nederland veiliger maakt hangt af van de redenen waarom jongeren tot de gewelddadige djihad bereid zijn. Ik ga bij de AIVD te rade, die zojuist het uiterst lezenswaardige ’De gewelddadige jihad in Nederland’ heeft afgescheiden. Dit rapport stemt, zoals alle rapporten van deze dienst, niet vrolijk. Het meest waarschijnlijke scenario is volgens de AIVD dat een ’informele pool van bereidwilligen voor de jihad’ ontstaat. Dat zijn individuele djihadisten die alleen of met anderen gewelddadig worden. De AIVD roept daarom op tot een effectief contraterrorismebeleid, zonder overigens uit te leggen wat dat is.

Radicalisering blijkt zich volgens de AIVD te voltrekken in een virtuele oemma, een niet-bestaande moslimwereld, die vooral op internet en achterkamertjes tot wasdom komt. Veel jonge moslims worden verscheurd tussen de snel veranderende westerse wereld en hun traditionele cultuur. Radicaliserende jongeren voelen zich sterk verwant met broeders elders in de wereld, zien een groot westers complot tegen de islam en vinden daarvoor het bewijs in de westerse escapades in Irak, Afghanistan, Tsjetsjenië en het Midden-Oosten. En Aboe Ghraib en Guantánamo Bay versterken hun beeld. De aanslagen van Madrid en Londen en de moord op Van Gogh zijn eveneens trigger events, die volgens de AIVD van directe invloed zijn op radicaliseren in djihadisering. Tot slot heeft een aantal jongeren onvrede met de sociaal-economische situatie, maar dit speelt een ondergeschikte rol.

Dat leidt tot de conclusie dat radicalisering en djihadisering vooral een internationale voedingsbodem hebben en in een virtuele wereld ontstaan, waarop Dijkstal en de zijnen weinig invloed hebben. Misschien dragen de acht oud-politici bij aan noodzakelijke mentaliteitsverandering in Nederland, maar een omwenteling van de buitenlandse politiek van alle westerse landen kunnen ook zij niet afdwingen.