Research

Articles

Uitbreiding EU: mag het een onsje meer zijn?

15 Feb 2006 - 08:00
Alle politieke pretenties van de Europese integratie ten spijt is het zonder meer duidelijk dat de interne markt het hart vormt van de Unie. Het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen is het bindmiddel achter het integratieproces. Op dit terrein ook manifesteert zich het Communautaire Europa ten volle in de vorm van regelgeving, Commissie, Parlement en meerderheidsbesluitvorming.

Lidmaatschap is dan ook pas volledig als landen volwaardig mogen meedoen aan de vier vrijheden. Na alle mooie woorden over 'de terugkeer naar Europa' had men dus ook mogen verwachten dat de nieuwe lidstaten met open armen zouden zijn ontvangen op het moment van hun toetreding. Maar aan de vooravond daarvan waren die woorden vergeten, en werden de oude lidstaten beheerst door de angst overspoeld te worden door werkzoekenden uit de nieuwe landen. Met als argument hun eigen (jeugd-)werkloosheid en dat zij -de oude lidstaten- er nog niet kaar voor waren, besloot een grote meerderheid vervolgens restricties op het vrije verkeer van werknemers in te stellen.

Een daad die zijn negatieve symboliek niet alleen ontleent aan het late tijdstip waarop men dit besloot, maar vooral aan het signaal dat er van uitging: u bent niet welkom. Twee jaar later krijgen die lidstaten de kans hun leven te beteren. Vóór 1 mei moeten zij aangeven of zij de restricties - al dan niet aangepast - willen handhaven. Lijkt het antwoord op die vraag in het licht van de voorgeschiedenis op voorhand duidelijk. Na lezing van het recente rapport over deze materie van Europees Commissaris Spidla kan er al helemaal geen twijfel bestaan: de restricties moeten verdwijnen.

Het rapport geeft haarfijn aan dat van de gevreesde massale toestroom van gelukszoekers geen sprake is geweest. Het beste bewijs daarvoor zijn de drie lidstaten die geen beperkingen hanteren (Zweden, VK en Ierland). De instroom van Oost-Europese werknemers is ook in die landen zeer gering en heeft niet tot verdringing van 'autochtone' werkenden geleid. Sterker, de studie suggereert dat de instroom van werknemers uit de nieuwe lidstaten positief heeft uitgepakt voor de economie van de drie landen. Vooral in die sectoren waar sprake is van arbeidskrapte is hun komst meer dan welkom. Een overweging die extra betekenis krijgt nu de werkzoekenden in meerderheid beter opgeleiden blijken te zijn. Schrijnend worden deze bevindingen als in dezelfde studie wordt geconstateerd dat bij uitstek de restrictieve landen te maken hebben met zwartwerken en 'schijnzelfstandigen'. Kortom, als ze willen, dan komen ze toch wel. Maar dan illegaal. Daar is niemand mee geholpen!

Is het antwoord dus wel duidelijk, tegelijkertijd is deze zaak illustratief voor de omslag die heeft plaatsgevonden in het denken over uitbreiding van de EU. Werd een aantal jaren geleden nog gesproken over de historische kans het Europese continent te verenigen, nu overheersen angst, scepsis en terughoudendheid. Een opstelling die ook niet ontdaan is van dubbelzinnigheid. De weerstand tegen de Poolse loodgieter wordt vaak moeiteloos gecombineerd met een zeer welkome goedkope Poolse winterschilder.

Na het nee tegen de Europese grondwet klinkt dit lied van terughoudendheid nog zoveel sterker: 'Europa moet pas op de plaats maken'. Met doemscenario's van verval wordt betoogd dat de Unie volgende uitbreidingen niet aankan. De absorptiecapaciteit schiet tekort. Wie niet beter weet zou welhaast denken dat de recente uitbreiding een historische vergissing is geweest.

Deze opstelling is kortzichtig en a-historisch. Zij miskent de grote betekenis die het vooruitzicht van toetreding heeft en heeft gehad voor de ontwikkeling van de landen in kwestie en gaat voorbij aan de positieve effecten van uitbreiding op het integratieproces. Als alle eerdere voorspellingen van doem en desintegratie waren uitgekomen, dan was de EU bovendien al lang geleden ter ziele gegaan. De reactie is vooral kenmerkend voor een onbedwingbare neiging om in tweede instantie terug te komen op eerder genomen besluiten. Een reflex die het gebrek aan visie onderstreept op een ontwikkeling die van zo historische betekenis is voor dit continent: de uitbreiding van de Unie.