Research
Articles
Stellen dat in EU-Grondwet 'focus op militarisering leidt tot wapenwedloop' is demagogie - SP misleidt over 'dure' Europese krijgsmacht
Althans, dat stelt de Socialistische Partij en ook het Comité Grondwet Nee. De grondwet verplicht de lidstaten immers hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren. Volgens de SP leidt dat ertoe dat de gezamenlijke Europese defensie-uitgaven van 150 miljard euro met 50 miljard euro worden verhoogd.
Als een lidstaat wil bezuinigen op defensie om meer te kunnen investeren in verpleeghuizen of scholen, is dat volgens de SP strijdig met de Grondwet.
Zo'n redenering is niet minder dan misleiding.
Onduidelijk is waar die 50 miljard euro vandaan komen. Het Instituut Clingendael heeft berekend dat er over een periode van tien jaar ongeveer 50 miljard euro extra nodig is om de militaire wensen van de Europese Unie en de NAVO te vervullen; een eenmalige stijging van het totale Europese budget van 3,3 procent.
In de praktijk blijkt dit onhaalbaar. De meeste Europese landen hebben weinig met defensie. Er is publiek en politiek draagvlak voor vredesoperaties, maar militaire belangenbehartiging staat haaks op de 'postmoderne' Europese cultuur.
Door de Europese integratie is geen grote krijgsmacht meer nodig om de soevereiniteit van landen te beschermen. De veiligheid wordt in het integrerende Europa gewaarborgd door het vrijwillig opgeven van soevereiniteit, zelfopgelegde gedragsregels, toegestane inmenging in elkaars binnenlandse aangelegenheden en 'Brussel' als forum voor geschillenbeslechting. Dat is uniek in de wereld en een grote verworvenheid.
Militaire macht is als politiek instrument in onbruik geraakt en daarmee de bereidheid erin te investeren, Grondwet of niet. De voorspelling van de SP dat 'sterke focus op militarisering van Europa kan leiden tot een nieuwe wapenwedloop' is daarom demagogie.
Dat geldt ook voor de visie dat de Grondwet de deur naar preventieve oorlogen open zet. Hier wordt het 'bewijs' gevonden in het artikel dat voorziet in 'missies buiten het grondgebied van de Unie met het oog op vredeshandhaving, conflict preventie en versterking van de internationale veiligheid'. Wat is er mis met gezamenlijk militair ingrijpen om de kans op terreur te verminderen? En wat is er mis met een militaire operatie om de stabiliteit in een regio te vergroten waardoor niet alleen een humanitaire tragedie wordt voorkomen, maar ook onze handelsroutes en toegang tot grondstoffen worden gegarandeerd?
In een integrerend Europa vallen belangen samen en die belangen moeten dan ook gezamenlijk beschermd worden. Het probleem van Europa is dat dergelijke operaties militair onmogelijk zijn, ook al zijn ze soms noodzakelijk. Het gevolg is dat we van de Amerikanen het vuile werk laten opknappen. Vervolgens is er kritiek, vooral bij de SP, op de wijze waarop ze dat doen. Kortom: 'nee' tegen de Grondwet, is 'ja' tegen afhankelijkheid van de Verenigde Staten.
Zo wordt Europese crisisbeheersing nooit geloofwaardig. De wijze waarop de EU crises in het buitenland oplost is weinig spectaculair, maar zeker niet ineffectief. Dat blijkt uit successen in Macedonië, Libië en Iran. De EU ziet een hoofdrol voor de VN en het internationale recht. Diplomatie wordt ondersteund door beloningen en zo nodig economische sancties. Dat is een heel andere aanpak dan de Amerikaanse, waarbij de nadruk ligt op militaire oplossingen.
Tegenstanders van de Grondwet negeren bewust dat Europa als vredesproject is begonnen. Jean Monet en Robert Schuman namen het initiatief voor de oprichting in 1952 van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Het supranationaal gezag over staal en kolen - grondstoffen voor de oorlogsindustrie - maakte een eind aan de oude vijandschap tussen Frankrijk en Duitsland.
Daarmee was een belangrijke stap gezet naar vrede en ontstond een politieke cultuur van overleg. Zonder deze visionaire ideeën zou Europa zich niet tot een baken van vrede, stabiliteit en voorspoed hebben kunnen ontwikkelen en zouden wij nu op zijn gunstigst terugkijken op ruim een halve eeuw oplaaiende ruzies tussen de Europese grootmachten. En dan is er de vrees dat de Grondwet de band tussen de EU en de Verenigde Staten in beton giet. De Grondwet, zo betoogt de SP, wijst nadrukkelijk op de band tussen de Europese Unie en de NAVO. Dat is juist, want een aantal landen heeft verdragsrechtelijke verplichtingen ten opzichte van de NAVO. Het Europese defensiebeleid mag de NAVO niet ondermijnen. Dat is altijd al zo geweest. De Grondwet is in veel opzichten niet meer dan het in één verdragstekst bijeenbrengen van bestaande afspraken. Daarom is de vrees ongegrond dat de EU niet langer een neutrale positie kan innemen. Bittere transatlantische controverses zoals over Irak, kan ook deze Grondwet niet vermijden.
Desondanks is de Grondwet een grote stap vooruit. Ten eerste bevordert de Grondwet de Europese solidariteit omdat er afspraken worden gemaakt elkaar bij te staan in geval van rampen, terreuraanslagen en agressie.
Ten tweede kunnen de door de SP verfoeide artikelen de effectiviteit van het defensiebeleid iets vergroten. Daardoor kan de EU in de toekomst een meer volwassen speler worden in de internationale politiek.
Zelfs als dat betekent dat vaker militaire middelen worden ingezet bij crises in de wereld, dan nog vormen de anti-militaire Europese cultuur en het feit dat besluiten over de inzet met eenparigheid van stemmen moet worden genomen, een rem op de door de SP gevreesde militarisering van Europa.