Nu al worden zo'n 50.000 Europese militairen bij vredesoperaties ingezet
De op het oog geslaagde recente rondreis van de nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, langs een aantal Europese hoofdsteden lijkt het pad te hebben geëffend voor een meer dan ritueel bezoek, volgende week, van een herkozen president Bush aan NAVO en Europese Unie in Brussel. Aan zowel Amerikaanse als Europese kant bestaat behoefte om de transatlantische hemel te doen opklaren.
Een overtuigend nieuw begin in hun langjarige verhouding zullen de transatlantische bondgenoten dinsdag waarschijnlijk (nog) niet markeren. Daarvoor ligt de openlijke breuk over Irak nog te vers in ieders geheugen, terwijl nieuwe splijtzwammen - Iran, China - alweer in het verschiet liggen. Wél zou de Brusselse top behalve een niet onwelkome feel good-stemming ook het gedeelde besef moeten opleveren dat voortaan zorgvuldiger moet worden omgesprongen met de transatlantische relatie, de conflictueuze elementen inbegrepen.
Amerikanen noch Europeanen kunnen zich verdere transatlantische schade veroorloven - de Europeanen, omdat zij nu eenmaal Europeanen zijn en de Amerikanen, omdat zij in het licht van Irak en andere buitenlands-politieke hoofdpijndossiers het multilateralisme herontdekken, dat wil zeggen nu alle vrienden nodig hebben die zij kunnen krijgen.
Voor zover Amerikanen en Europeanen naar elkaar toe worden gedreven, krijgen zij zo ook de kans om `hun' noodlijdende NAVO een nieuwe impuls te geven. In een wereld die niet alleen gevaarlijker wordt, maar ook een postmoderne `deconstructie' van staat en samenleving te zien geeft, is investeren in de NAVO geen kwestie van keuze, zoals in het aanvankelijk optimisme van na de Koude Oorlog werd beweerd, maar van harde noodzaak.
Politiek kan de NAVO een erosie van gezamenlijke, transatlantische waarden helpen compenseren door de hoognodige ontwikkeling van een westelijke grand strategy mogelijk te maken. Militair moet de NAVO de synergie opwekken die het verschil kan uitmaken tussen stabiliteit en chaos, tussen nation-building en failed states. Maar willen Amerikanen en Europeanen de NAVO zichzelf opnieuw laten uitvinden, dan zullen zij sommige instincten moeten zien te overwinnen.
Zo zullen de Amerikanen binnen de NAVO deugden ten toon moeten zien te spreiden die een oprechte terugkeer naar het multilateralisme veronderstelt. De Europeanen, van hun kant, zullen de verleiding moeten weerstaan om hun Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) als alternatief voor de NAVO te profileren.
Er is ook een dienst die alleen de Europeanen de NAVO kunnen bewijzen: de Europese Unie daadwerkelijke, dus zonodig ook militaire, verantwoordelijkheid laten nemen voor de realisering van haar verklaarde, wereldwijde ambities. Nu het EVDB de afgelopen vijf jaar politiek-institutioneel behoorlijk is opgetuigd, moeten de Europeanen hun inspanningen verleggen naar verbetering van de militair-operationele slagvaardigheid ervan.
Nu al worden zo'n 50.000 Europese militairen bij vredesoperaties in meer dan twintig landen ingezet. Deze forse Europese inspanning zou moeten preluderen op intensieve samenwerking tussen de Europese Unie en de NAVO, een samenwerking waaraan de NAVO als machinekamer van de westelijke veiligheid een nieuwe dynamiek zou moeten ontlenen.
In de toekomst zal Europa schouder aan schouder met de Verenigde Staten moeten kunnen staan, waarbij `Brussel' de moed zal moeten opbrengen om de warfighting niet aan de Amerikanen over te laten. Behalve moed zullen de Europeanen ook geld en eensgezindheid moeten opbrengen. Zonder een meer systematische pooling of resources in combinatie met beheerste stijging van de nationale defensiebegrotingen blijft de omvorming van de Europese legers tot moderne, expeditionaire strijdmachten aanslepen. Zonder verdere integratie van nationale veiligheidsculturen zal een inmiddels 25 leden tellende Europese Unie internationaal niet coherent genoeg kunnen optreden. Uitzicht op een slagvaardig EVDB wordt nog het meest geboden door een hernieuwde Brits-Franse entente, waarnaar Duitsland en de (meeste) andere EU-lidstaten zich vervolgens zouden schikken.
Hoe zou Nederland zich schikken? In zijn op 26 november 2004 in Leiden uitgesproken oratie als Cleveringa-hoogleraar stelt oud-ambassadeur Van Walsum dat ,,het in ons nationaal belang is als Nederland de herverkiezing van Bush aangrijpt om wat meer EU en wat minder NAVO in zijn beleid te doen''. Kennelijk gaat Van Walsum er van uit dat Bush tijdens zijn tweede ambtstermijn geen afstand zal kunnen of willen nemen van de neo-conservatieven, die het Amerikaans buitenlands beleid de afgelopen paar jaar tot op zekere hoogte wisten te kapen.
Afgewacht moet worden of een Amerikaanse terugkeer naar het multilateralisme alleen de toon of ook de substantie betreft. Voorzover het Amerikaans buitenlands beleid inderdaad afstand neemt van het neo-conservatisme, kan het in plaats van een nieuw richtingsgevoel een zekere stuurloosheid vertonen. Welk scenario ook opgaat, Nederland zou zijn beleid net iets anders moeten prepareren dan Van Walsum met zijn recept aanbeveelt, namelijk: ,,wat meer EU en wat meer NAVO''. Sterke, goed samenwerkende internationale instellingen blijven een essentieel Nederlands belang.
Door de militaire ambities van de Europese Unie wat ruimhartiger te omarmen dan voorheen valt Nederland zijn traditionele Atlantische gezindheid allerminst af. Profilering van de EU - als een volwaardige partner die belangrijke veiligheidsverantwoordelijkheden in de wereld met de Verenigde Staten deelt - zal immers de Europese neiging om zich uit onmachtige frustratie tegen de VS af te zetten temperen en een nieuwe transatlantische saamhorigheid bevorderen.
De stelling dat historisch gegroeide verbondenheid Amerikanen en Europeanen in laatste instantie toch wel bijeen zal houden, overtuigt tegenwoordig minder. Van die verbondenheid zou echter nog altijd voldoende over moeten zijn om een transatlantisch besef van gezamenlijke strategische uitdagingen te voeden, zeker in het licht van de opkomst op termijn van China en India als wereldspelers.
Zoals de internationale respons op de zeebeving in Azië heeft laten zien, zijn de transatlantische partners vaak genoeg de beste hoop van een wereld die door transnationale calamiteiten, al dan niet man-made geteisterd zal blijven.