Research
Articles
Klimaatdiscussie tussen feiten en stellingnames
Rooijers werd gevraagd: "In de discussie over het klimaatbeleid klinkt nog steeds twijfel door over de werkelijke oorzaak van de opwarming van de aarde. Hoe erg is dat?" Hij antwoordde: "Er blijft altijd een onzekerheid bestaan. We hebben het over een ecosysteem, een heel complex geheel van op elkaar inwerkende factoren. Maar de onzekerheden zijn inmiddels heel klein geworden. (...) In professionele kringen worden de sceptici niet meer serieus genomen. Wij hebben dat wel gedaan en ik heb gemerkt dat veel sceptici zich bedienen van verouderde, reeds weerlegde argumenten. Een kleine groep is nog wel bezig met nieuwe argumenten. In elke wetenschap lopen natuurlijk sceptici rond, maar in de klimaatdiscussie krijgen ze overmatige aandacht en spelen ze graag de Calimero."
Mijn indruk is tegengesteld aan die van Frans Rooijers. Allereerst moet worden beklemtoond dat het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC: een soort netwerk van -voornamelijk- klimatologen, dat periodiek bij elkaar komt om een inventarisatie te maken van de vorderingen op het gebied van de klimaatwetenschappen) in zijn laatste 'Summary for Policymakers' de twijfels waarmee hun nog relatief jonge wetenschap worstelt, eerlijk heeft toegegeven. In deze 'Summary', die 17 bladzijden tekst beslaat, komt het woord onzekerheid of equivalenten daarvan zo’n veertig keer voor. Op bladzijde 8 van dat document staat een aardig grafiekje, waarin 12 verschillende mechanismen worden weergegeven die van invloed zijn op de warmtebalans van de aarde. Het IPCC geeft bij elk van deze mechanismen aan wat het niveau van kennis waarover de klimatologie thans beschikt. Men erkent dat men van één mechanisme (de broeikasgassen) een hoog niveau van wetenschappelijke kennis heeft. Van twee andere mechanisme denkt men dat men een middelmatig niveau van kennis heeft, en ten aanzien van de negen overige mechanismen erkent men dat men er weinig tot niets van weet.
Inmiddels verschijnen er in de wetenschappelijke literatuur aan de lopende band publikaties die wijzen op de tekortkomingen van de antropogene (door de mens veroorzaakte) broeikashypothese. Deze richten zich onder andere op de zogenoemde hockeystick-grafiek die in de rapporten van het IPCC een centrale plaats inneemt. Deze grafiek geeft een reconstructie van de oppervlaktetemperaturen op het Noordelijk halfrond over de laatste 1000 jaar. De curve laat een geleidelijke temperatuurdaling zien van het jaar 1000 - tot ongeveer 1900 (de stok van hockeystick) om daarna snel te stijgen (het blad van de hockeystick). De curve is zeer suggestief, ja zelfs vreesaanjagend. Zij lijkt een waarschuwing in te houden dat de mens verantwoordelijk is voor de recente opwarming van de aarde die zonder precedent is.
Van het begin af aan zijn er wetenschappers geweest die deze de temperatuurreconstructie verdacht vonden. Dit wantrouwen heeft de laatste tijd geculmineerd in een aantal artikelen in de wetenschappelijke bladen waarin ernstige kritiek op de hockeystick werd uitgeoefend (Soon & Baliunas, McIntyre & McKitrick, Storch et al). Deze heeft ertoe geleid dat de oorspronkelijke auteurs van de grafiek (Mann et al) een correctie hebben moeten publiceren in het blad Nature. Maar volgens de critici gaat deze correctie niet ver genoeg en zal nadere aanpassing dienen plaats te vinden.
Globaal genomen komt de kritiek erop neer dat de hockeystick geen betrouwbare weergave is van de temperaturen uit het verleden. Deze hebben veel grotere schommelingen vertoond dan de curve aangeeft. De implicatie hiervan is dat het debat tussen degenen die het huidige klimaatsverloop toeschrijven aan natuurlijke klimaatvariabiliteit enerzijds en de aanhangers van de menselijk broeikashypothese anderzijds weer geheel open ligt.
Maar wat is nu precies de relatie tussen CO2 en temperatuur? De meest gedurfde alternatieve hypothese is misschien wel die van twee Nederlandse wetenschappers, Arthur Rörsch en Dick Thoenes, alsmede één Engelse wetenschapper, Richard Courtney. Zij zijn van oordeel dat de temperatuur bepalend is voor de CO2-concentratie in de atmosfeer, en niet andersom, zoals dat volgens de antropogene broeikashypothese het geval is. Anders gezegd: een omgekeerde causaliteit. Uiteraard zal een dergelijke revolutionaire these nog veel discussie vergen.
Helaas krijgt dit soort publikaties tot op heden te weinig aandacht van de wetenschappers die nauw betrokken zijn bij het IPCC-proces en à fortiori van de politici die zich als voorvechters van het Kyoto-verdrag hebben geprofileerd. Hun weerstand om van deze analyses kennis te nemen is dusdanig dat bij wat afstandelijker waarnemers het vermoeden is gerezen dat zij gebukt gaan onder een acute vorm van cognitieve dissonantie. "Don’t confuse me with the facts. I have made up my mind!" Hierop past slechts één reactie: beterschap!