Research
Articles
Met Arafat verdwijnt twistappel
Arafat was de belichaming van een noodlottig en explosief mengsel met drie componenten.
Allereerst heeft hij het Palestijnse volk een nationale identiteit verschaft. Arafat beschikte over een enorm charisma, en heeft als geen ander de Palestijnse kwestie op de wereldkaart gezet.
Maar deze krachtige Palestijnse identiteit is opgebouwd rond een onmogelijk ideaal: de eliminatie van de staat Israël. Dit ideaal is later afgezwakt, maar bleef de diepste drijfveer van de Palestijnse revolutie. Over een toekomstige Palestijnse staat dacht Arafat hoofdzakelijk in mythische termen. De kloof tussen het gedroomde rijk met Jeruzalem als hoofdstad, en het armlastige rompstaatje van de politieke werkelijkheid, wilde hij nooit dichten.
De derde component was het meest rampzalig: Arafat probeerde zijn mythische idealen te realiseren door middel van geweld. Door aanslagen afgedwongen Israëlische concessies telden voor hem zwaarder dan resultaten aan de onderhandelingstafel. In het PLO-Handvest stond het al expliciet: geweld is het enige middel waarmee de 'Zionistische entiteit' van de kaart moet worden geveegd. Dit Handvest is in 1996 officieel door de PLO herroepen, maar de centrale boodschap wordt nog steeds openlijk uitgedragen door tal van Palestijnse groeperingen, ook binnen Arafat's eigen Fatah-beweging.
Legio zijn de terreurdaden waar Arafat rechtstreeks verantwoordelijk voor was: de moord op de Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen (1972, München,) de moordaanslag op de Amerikaanse ambassadeur in Khartoum in 1973, de vliegtuigkapingen in dezelfde jaren, en meer recentelijk de (zelf)moordaanslagen op Israëlische burgers door onder meer de Aqsa-martelaarsbrigades, die door Fatah, dus door Arafat zelf, werden aangestuurd. Arafat mag een der founding fathers van het moderne internationale terrorisme worden genoemd.
Zijn andere wapenfeiten omvatten onder meer een poging tot staatsgreep in Jordanië (1970), de ontwrichting van Libanon daarna, en openlijke steun voor de Iraakse invasie van Koeweit in 1990. Men kan zich voorstellen hoe in deze Arabische landen over hem wordt gedacht, ondanks alle plichtplegingen jegens het 'Palestijnse broedervolk'.
Voor de internationale gemeenschap was het grootste probleem dat Arafat nooit de draai wist te maken van revolutionair tot staatsman. Hij heeft weliswaar Israël erkend en zijn handtekening gezet onder de Oslo-akkoorden, maar de vredesvoorstellen van Clinton en Barak in Camp David (zomer 2000) werden resoluut afgewezen. Arafat ontketende een paar maanden later welbewust de tweede intifada, al was de Amerikaanse diplomatie nog volop bezigeen Palestijnse staat te realiseren op 97 procent van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Het is voor de Europese beeldvorming misschien nuttig er aan te herinneren dat het toenmalige Palestijnse geweld niet een reactie was op de harde lijn van Sharon en Bush (die zaten toen nog niet in de regering), maar op de voorstellen van president Clinton en de leider van de Arbeidspartij, premier Ehud Barak.
Het is dus begrijpelijk dat de Israëlische regering hem in de ban deed. De regering-Bush had hem ook afgeschreven, evenals de Democratische presidentskandidaat John Kerry, die tijdens zijn campagne Arafat een 'outlaw van het vredesproces' noemde. De EUlanden hebben Arafat ruim dertig jaar te vriend gehouden in de hoop hem tot matiging te dwingen. Maar op beslissende momenten had de EU geen greep op de Palestijnse despoot.
De regering-Bush besteedt in tweede termijn hopelijk meer aandacht aan het 'vredesproces' in het Midden-Oosten dan de afgelopen tijd. De EU moet ondanks de gemengde gevoelens over Bush haar beleid in het Midden-Oosten nauw afstemmen met Washington. Nu Yasser Arafat van het toneel verdwenen is, wordt in elk geval één transatlantisch twistpunt verleden tijd.