Research
Articles
Relatie met VS verschaft vooral status
Het Nederlands buitenlands beleid is geënt op de Olympische gedachte dat meedoen belangrijker is dan winnen. Het is mooi meegenomen als soldaten een bijdrage leveren aan de wereldvrede, maar hun belangrijkste functie blijft symbolisch. De belangrijke beslissingen worden nu immers genomen door de EU, de NAVO, de VN, of kleine 'coalities der bereidwilligen' onder leiding van Washington. En bij gebrek aan politiek gewicht, zijn troepenleveranties verworden tot het Nederlandse entreegeld tot de speeltafels van de macht. Voor onze bewindslieden is het zeker aardig om met 'Colin' en 'Tony' over de toekomst van Irak te praten. Het streelt de nationale trots om onze Jan Peter in het Witte Huis te zien rondlopen en te weten dat onze Jaap de NAVO mag leiden. Maar eigenlijk is dit niet meer dan politieke zelfbevrediging.
Het is namelijk onzin te denken dat Nederland in Washington wat in de melk te brokkelen heeft. Het maakt niet uit hoeveel JSF's we aanschaffen, of we troepen leveren, of politieke steun geven: voor de VS blijft Nederland een quantité négligeable. Nederland zou maar wat graag eenzelfde special relationship met de VS hebben als Groot-Brittannië, maar ook in Londen vraagt men zich steeds vaker af wat dit oplevert. Voor de regering-Bush is het nut evident, want zonder de Britse steun zou de aanval op Irak helemaal de onfrisse geur hebben van een unilaterale Amerikaanse aanvalsoorlog. Maar op welke manier heeft Blair het beleid van zijn vriend Bush nu precies kunnen bijsturen? Wellicht zou Washington zonder Brits aandringen de VN direct genegeerd hebben, en geen poging hebben gewaagd een VNmandaat te bemachtigen. Maar het bewijs daarvoor is flinterdun, en bovendien hebben alle Britse inspanningen geen concreet verschil uitgemaakt.
Als Groot-Brittannië in Washington al nauwelijks iets kan bereiken,dan is de Nederlandse invloed natuurlijk nihil. Nederland heeft zeker veel krediet in Washington, maar helaas blijkt politiek krediet een beperkte houdbaarheidsdatum te hebben. Dit werd pijnlijk duidelijk toen Duitsland in ongenade viel door een 'verkeerde' besluit te nemen in de zaak Irak. Dit heeft Den Haag natuurlijk de stuipen op het lijf gejaagd. Als de VS op deze wijze met Duitsland omgaan, dan kan Nederland het na een soortgelijke misstap natuurlijk helemaal wel vergeten. De Amerikaanse toorn werkt op Nederland ook disciplinerend, want het laatste dat we willen is in Washington uit de gratie vallen.
Schoo suggereert verder dat een goede relatie met de VS Nederland meer armslag geeft in de EU in de veronderstelling dat we anders door Europa's Grote Drie terzijde worden geschoven. Het beeld dat zich dan opdringt is dat Nederland op het Europese schoolplein meer respect afdwingt omdat men anders met de 'grote broer' te maken krijgt. Dit is natuurlijk een mythe, maar daarom politiek niet minder relevant. Want door de goede relatie met Washington kan Nederland zich in Europa nèt eventjes wat breder maken, hetgeen goed uitkomt omdat ons nationale ego aanzienlijk groter is dan het eigen grondgebied. Den Haag werpt zich graag op als het bruggenhoofd tussen Europa en de VS, of als transatlantische relatietherapeut.
Ook in de EU en de NAVO fungeert Nederland vaak als belangenmakelaar. Om deze positie te handhaven moet het immer en overal krediet en geloofwaardigheid opbouwen. Dat de regering vorig jaar besloot wel politieke, maar (voorlopig) geen militaire steun te geven aan de oorlog tegen Irak, was daarom niet vreemd. Het steunde daarmee de VS zonder Frankrijk en Duitsland voor het hoofd te stoten.
Voor Nederland gaat het dus maar om één ding: status. En wanneer je door de VS niet langer serieus wordt genomen, zakt ook je politieke aandeel in de EU. Om dit te voorkomen probeert Nederland op alle politieke bruiloften te dansen: troepen in Bosnië, Afghanistan en Irak. Maar laten we eerlijk zijn: de Nederlandse troepen zijn hoofdzakelijk in Irak om te bevestigen dat we een 'serieus land' zijn. Nederland wil een speler zijn, en geen speelbal. Binnen Europa lukt ons dit aardig. Maar ook daarbuiten willen we per se meespelen, en dat we dan geen invloed meer hebben op de uitkomst en de regels van het spel nemen we maar op de koop toe.