Research

Articles

Klimaatverdrag is zinloze affaire

15 Mar 2006 - 00:00
Het Kioto-verdrag, dat beoogt de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, verkeert in staat van ontbinding. En dat is misschien maar goed ook, schrijven Hans Labohm en Dick Thoenes. Dat verdrag levert namelijk een minuscuul, ja zelfs onmeetbaar resultaat op.In verschillende eerdere artikelen in de media (bijvoorbeeld in Het Parool van 28 maart 2002) hebben wij zowel gezamenlijk als individueel gewezen op de tekortkomingen van de wetenschappelijke onderbouwing van het Kioto-verdrag, dat beoogt de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, omdat deze de wereldtemperatuur doen stijgen, met allerlei schadelijke gevolgen voor mensheid en milieu. Bovendien wezen wij erop dat Kioto veel geld zou kosten en nauwelijks iets zou opleveren in termen van afkoeling. Onze conclusie was: niet doen dus! Die artikelen kwamen ons op een aantal bestraffende reacties te staan.

Thans verkeert Kioto in staat van ontbinding. De Europese Unie, die zich als ferventste voorstander van het verdrag heeft geprofileerd, blijkt zelf bij lange na niet aan de eisen te voldoen. Hiermee heeft de EU een geloofwaardigheidsprobleem.

Voorwaarde voor inwerkingtreding van het verdrag is dat er voldoende landen aan meedoen. Tezamen dienen zij ten minste 55 procent van de totale werelduitstoot van CO2 voor hun rekening te nemen. Dat kan pas als ook Rusland toetreedt. Maar volgens de media heeft Rusland nu laten weten dat het daar niet over piekert.

Is dat Russische besluit nieuws? Nee, in het geheel niet. Reeds op 6 juni 2003 heeft Andrej Illarionov, de economisch adviseur van president Vladimir Poetin, zich in gelijke bewoordingen over Kioto uitgelaten. Hij heeft dat nog eens herhaald tijdens de klimaatconferentie die eind september in Moskou werd gehouden. In de marge van deze conferentie gaf hij een interview waarin hij in detail inging op de klimaatwetenschappelijke onzekerheden alsmede de hoge kosten en de minuscule baten van Kioto. Dit interview is in extenso op internet te vinden. Het was voor het eerst dat een hoge beleidsmaker (niet-klimatoloog) een geïntegreerde visie op het klimaatprobleem ontvouwde die zowel de klimatologische als de economische aspecten omvatte. Noch in West-Europa, noch elders ter wereld is dat ooit gebeurd. De media achtten de nieuwswaarde van dit interview kennelijk beperkt, want Illarionovs uitleg werd genegeerd.

Uiteraard leidde de Russische beslissing tot het gebruikelijke ach en wee-geroep van de voorstanders van Kioto, inclusief Margot Wallström, de Eurocommissaris die verantwoordelijk is voor het klimaatprobleem en die zich in het verleden heeft onderscheiden door landen die Kioto niet wilden ratificeerden, de les te lezen. Nog onlangs verklaarde zij: "The Kyoto Protocol is not dead. It has maybe held its breath for a little while as we are all waiting for the Russian ratification.'' Dat lijkt ons een illusie.

Inmiddels groeit ook het aantal sceptische artikelen in de peer-reviewed wetenschappelijke bladen. In de eerste plaats kan worden gewezen op de analyse van Willie Soon and Sallie Baliunas, die op basis van een inventarisatie van bestaande klimaatstudies concludeerden dat het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change, dat verantwoordelijk is voor de wetenschappelijke onderbouwing van Kioto) ten onrechte suggereerde dat de huidige opwarming zonder precedent is. De Middeleeuwen kenden hogere temperaturen dan thans. En toen was geen sprake van door de mens veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen.

Een misschien nog belangrijker bijdrage was die van Stephen McIntyre and Ross McKitrick (Energy and Environment, 14, 751-771, 2003). Deze auteurs concludeerden dat de zogenoemde hockeystickgrafiek, die is opgesteld door Michael Mann en die door het IPCC als een betrouwbare reconstructie van het verloop van de wereldtemperatuur over het afgelopen millennium wordt beschouwd, niet deugt. Zoals de naam reeds aangeeft laat de hockeystickcurve een dalend temperatuurverloop zien tussen 1000 en 1900, om vervolgens snel te stijgen. Op basis van dezelfde gegevens als die Mann heeft gebruikt, hebben McIntyre en MacKitrick nieuwe berekeningen gemaakt en concludeerden daarbij hetzelfde als Soon en Baliunas.

Over de juistheid van hun bevindingen is overigens het laatste woord nog niet gezegd. De discussie is nog gaande. Maar als ze gelijk hebben, heeft ook het IPCC een geloofwaardigheidsprobleem.

Ook de economische veronderstellingen die aan Kioto ten grondslag liggen, zijn mikpunt van kritiek geweest. Hier hebben Ian Castles, voormalig directeur van het Australische Bureau voor de Statistiek, en David Henderson, voormalig chief economist van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), gewezen op de geweldige overdrijving van de groeicijfers in de wereldeconomie die het IPCC heeft gebruikt voor zijn projecties van de toekomstige uitstoot van broeikasgassen (The Economist, 6 november 2003).

Het is verwonderlijk dat Kioto nooit werd onderworpen aan een maatschappelijke kosten-baten-analyse. Noch de regering, noch het parlement, noch het publiek leek hieraan behoefte te hebben. Dat gold niet alleen voor Nederland, maar voor de gehele EU. Daarover is nooit duidelijke informatie verstrekt; er werd evenmin ooit naar gevraagd. Waarom zou men ook? Zoiets doet men niet met geloofsartikelen als Kioto. Maar in het licht van de grote problemen waarmee onze samenleving thans wordt geconfronteerd, zullen de maatschappelijke prioriteiten scherper gesteld moeten worden dan in het verleden het geval is geweest.

Wat zijn dan de kosten en baten van Kioto? In de literatuur kan men verschillende schattingen aantreffen. Hieruit rijst globaal het beeld op dat de kosten voor de deelnemende landen enkele honderden miljarden dollars per jaar bedragen. Daar staat een netto temperatuurverlaging tegenover van 0,02 (tweehonderdste!) graad Celsius in 2050. Het oorspronkelijke Kioto-verdrag zou een afkoeling van 0,07 graden Celsius hebben opgeleverd, maar Kioto werd tijdens de conferentie van Marrakech afgezwakt, hetgeen het genoemde lagere cijfer opleverde. Dat is op een normale thermometer niet waar te nemen.

De Nederlandse regering heeft het plan in het kader van het Kioto-verdrag een windmolenpark in zee te bouwen met een nominale capaciteit van zesduizend megawatt, dat wil zeggen een gemiddelde effectieve capaciteit van ongeveer twaalfhonderd megawatt. Hiermee is een bedrag gemoeid van naar schatting tien à twintig miljard euro. Let wel: deze windmolens kunnen nooit conventionele centrales vervangen; ze kunnen gedurende de tijd dat het flink waait, hooguit een klein deel van de stroomopwekking overnemen. De brandstofbesparing die dit oplevert, dekt een fractie van de gemaakte kosten. Om dezelfde reden is de invloed op de beperking van broeikasgassen maximaal twee procent en dat is minder dan de jaarlijkse toename. De invloed op het broeikaseffect is verwaarloosbaar. Ook hier is blijkbaar nooit een kosten-batenanalyse gemaakt!

Kioto is dus een geldverslindend project, dat een minuscuul, ja zelfs onmeetbaar resultaat oplevert. Wij blijven bij de conclusie die wij eerder trokken: niet doen dus!