Research

Articles

Handelsliberalisering: Sisyphus in Actie

15 Mar 2006 - 00:00
De verklaarde voorstanders van globalisering maken de rol van de anti-globalisten zelf overbodig door een handelsbeperkende politiek te voeren.

Handel is een van de belangrijkste aanjagers van de groei. Mede door de handel heeft onze levensstandaard een hoogte bereikt die zijn weerga in de menselijke geschiedenis niet kent. In het tijdperk van de globalisering vindt een groeiend deel van de handel over de grenzen plaats. Zonder internationale handel zouden complexe produkten als auto?s, vliegtuigen of wasmachines niet hebben bestaan. Maar zelfs de eenvoudigste produkten, zoals een potlood, zijn samengesteld uit inputs die van heinde en verre komen. Het hoeft daarom geen verbazing te wekken dat economen, zoals Adam Smith en David Ricardo, reeds vanaf het begin van het ontstaan van de economie als zelfstandige wetenschappelijke discipline, de loftrompet over de internationale handel hebben gestoken.

Aan het eind van de jaren tachtig, geloofden velen dat de ineenstorting van het communisme met zijn commando-economie, de uiteindelijke overwinning zou inluiden van de markteconomie. Er heerste een welhaast euforisch optimisme. Men verwachtte een golf van marktliberalisering, zowel binnen als tussen landen. En inderdaad is er in de daarop volgende periode aanzienlijke vooruitgang geboekt, zoals de voltooiing van de Europese interne markt, de succesvolle afronding van de Uruguay Ronde, de vorderingen binnen NAFTA, de overgang van de voormalige centrale planeconomieën naar een markteconomie, privatisering alom enz. enz.

Aan het einde van de jaren negentig keerde het tij echter en leek er sprake te zijn van een zekere liberaliseringsvermoeidheid. De Ministeriële vergadering van de Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organisation, WTO) in Seattle (december 1999), die oorspronkelijk was bedoeld als opstap naar een nieuwe handelsronde (de Millennium Ronde) mislukte door fundamentele tegenstellingen tussen de belangrijkste handelsmachten.

In de West-West context manifesteerden deze zich in het meningsverschil over de agenda. De EU wilde een brede agenda om uitruil van concessies tussen verschillende beleidsterreinen mogelijk te maken, terwijl de VS de voorkeur gaf aan een beperkte agenda, waardoor sneller resultaat zou kunnen worden geboekt. Bovendien bestond er ook verschil van mening tussen beide over de liberalisering van de landbouw, waarin de Amerikanen verder wilden gaan dan de Europeanen.

In de Noord-Zuid context wensten de ontwikkelde geïndustrialiseerde landen aandacht te schenken aan arbeids- en milieunormen. Maar dat stuitte op verzet van de ontwikkelingslanden die vreesden dat de toepassingen van (hoge) westerse standaarden hun concurrentievermogen zou aantasten. Zij zien het in feite als een verkapte vorm van Westers protectionisme. Ook verzetten de ontwikkelingslanden zich tegen de reeds eerder afgesproken bepalingen over de bescherming van intellectueel eigendom, in het bijzonder wat betreft medicijnen tegen aids. Zij wensten vermindering of opheffing van die bescherming indien de volksgezondheid in gevaar zou zijn, zodat zij de betrokken medicijnen zelf goedkoper konden produceren.

Na de mislukking van Seattle gingen de conferentiedeelnemers weer naar huis om hun wonden te likken. Op 11 september werd de wereld opgeschrikt door de terroristische aanvallen op het World Trade Center in New York. Velen hadden het gevoel dat de haat van de fundamentalistische Islam tegen de VS en het Westen meer in het algemeen mede werd gevoed door wrok als gevolg van de grote inkomenskloof tussen rijke en arme landen. Deels ook om politieke steun van de Derde Wereld te verwerven voor de ?War against Terror?, werden de pogingen om te streven naar verdere handelsliberalisering daarom op andere leest geschoeid. Dat wat oorspronkelijk de Millennium Ronde heette, werd omgedoopt tot de Ontwikkelingsronde, om aan te geven dat er extra aandacht zou worden gegeven aan de belangen van de ontwikkelingslanden.

De eerstvolgende belangrijke WTO-vergadering na Seattle vond plaats in Doha (november 2001). Het resultaat daarvan werd als een glansrijk succes gepresenteerd. Maar de overeenkomst had alleen maar betrekking op de agenda van een toekomstige liberaliseringsronde; inhoudelijke onderhandelingen zouden later volgen. Ondertussen hebben de VS en Europa nieuwe maatregelen getroffen om hun landbouw te beschermen. De Amerikaanse landbouwwet die in mei werd goedgekeurd, stelt voor de komende tien jaar zo?n extra USA$ 180 miljard subsidie in het vooruitzicht, terwijl Frankrijk en Duitsland onlangs zijn overeengekomen om de hervorming van het Europese landbouwbeleid uit te stellen tot op zijn vroegst 2006. Protesten van andere EU-landen, zoals Nederland, die voorstander zijn van vermindering van Europese landbouwsubsidies waren aan dovemansoren gericht.

Dat betekent dat het resultaat van Doha na een jaar reeds zijn glans heeft verloren. Die indruk werd nog eens bevestigd op een recente vergadering van handelsministers uit 25 landen die in Sydney plaatsvond. Hier hebben de ontwikkelingslanden opnieuw aangedrongen op voortgang op het gebied van de landbouw als een conditio sine qua non voor de Ontwikkelingsronde. Maar in het bijzonder Europa en Japan lijken daar niets voor te voelen. In landen waar rechts en links wedijveren om de beslissende stem van de boeren - hetgeen vooral in Frankrijk het geval is - is er sprake van een botsing van alternatieve logicas, waarbij de economische logica het vaak moet afleggen tegen de politieke logica. En op deze manier blijft de staart met de hond kwispelen.

Met een dergelijke opstelling van de verklaarde voorstanders van globalisering kan men zich in gemoede afvragen welke rol nog voor de anti-globalisten is weggelegd. John Kenneth Galbraith heeft eens - ietwat kwaadaardig - opgemerkt dat de enige groep die nog zonder reserves vrijhandel bepleitte, bestond uit hoogleraren economie met een vaste aanstelling. Laten we hopen dat hij ongelijk had.