Research

Articles

Klimaatverandering is verworden tot een dogma

15 Mar 2006 - 00:00
Source: Asia Development Bank
In de publieke presentatie van het werk van het ?Intergovernmental Panel on Climate Change? (IPCC), dat een centrale rol speelt in de wetenschappelijke onderbouwing van het Kyoto-protocol, komt prominent naar voren dat de opwarming in de volgende eeuw wel 1,4 - 5,8 0 C zou kunnen bedragen. Vooral het hogere getal is dusdanig schrikaanjagend dat het kostbare en ingrijpende maatregelen lijkt te rechtvaardigen. Maar is dat wel juist?Hoe komt het dat de vermeende opwarming van de aarde als gevolg van het broeikaseffect zo hoog op de internationale agenda is gekomen? Het antwoord op deze vraag ligt in een convergentie van deelbelangen, maatschappelijke ontwikkelingen en denkbeelden die elkaar hebben versterkt. Het schrikbeeld van de opwarming van de aarde is van vrij recente datum. Immers, in de jaren zestig en zeventig waren verschillende prominente klimatologen nog van mening dat niet de opwarming maar de afkoeling van de aarde een dodelijke bedreiging voor de mensheid vormde. Maar in 1988 kwam daarin verandering. In de uitzonderlijk hete zomer van dat jaar legde de klimatoloog James Hansen een verklaring af voor de Amerikaanse Senaat waarin hij beweerde dat de hoge temperaturen nagenoeg zeker veroorzaakt werden door de opeenhoping van broeikasgassen in de atmosfeer en niet door natuurlijke variabiliteit.

Belangen

Deze verklaring veroorzaakte een schokeffect in de publieke opinie. In datzelfde jaar werd het IPCC opgericht. In zijn mandaat lag reeds min of meer de suggestie besloten dat de geconstateerde klimaatverandering buitengewoon was, dat deze werd veroorzaakt door menselijke activiteiten, dat de effecten daarvan overwegend schadelijk zouden zijn en dat deze hoe dan ook een halt dienden te worden toegeroepen. De mogelijkheid van twijfel aan het dogma werd nog verder beperkt door de selectie van de leden van het IPCC. Astronomen (in het bijzonder zij die het gedrag van de zon bestuderen) geologen, hydrologen/oceanologen, biologen en paleontologen, die ook inzichten hebben ontwikkeld ten aanzien van de ontwikkeling van het klimaat, betwisten vaak dat er sprake is van een door de mens veroorzaakte klimaatverandering en zijn in het algemeen sceptisch over de waarde van klimaatmodellen. Ondanks het feit dat zij een nuttige bijdrage aan het onderzoek hadden kunnen leveren, werden zij van het IPCC uitgesloten. Ook de belangen van de betrokken wetenschappelijke instituten speelden een rol. Om de continuïteit van hun onderzoek te waarborgen hebben zij fondsen nodig. Fondsenwerving kan worden bevorderd door het aanpassen van de onderzoeksagenda in de richting van ?maatschappelijke relevantie? en ?beleidsondersteuning?. Dat betekent dat de betrokken instellingen geneigd zijn zich positief op te stellen tegenover de wensen van de bureaucratie en sociale bewegingen die electoraal succesvol zijn. Bovendien bood de klimaatproblematiek nieuwe kansen aan verschillende internationale bureaucratieën om hun werkterrein te verbreden en hun bevoegdheden uit te breiden.

Ideologisch vacuüm

Waarom reageerden brede lagen van de bevolking zo scherp op de alarmistische uitlatingen vanuit de wetenschap en de media? Een deel van de verklaring zou kunnen zijn gelegen in het feit dat het klimaatalarmisme en doemdenken appelleren aan archetypische denkbeelden die in de Westerse beschaving een belangrijke plaats innemen: apocalyptische visies die door de eeuwen heen steeds weer in nieuwe gedaanten opduiken, zoals het eerste rapport aan de Club van Rome van Dennis Meadows (The Limits to Growth, 1972), waarin fysieke grenzen aan de groei werden voorspeld die omstreeks 2000 tot allerlei catastrofes zouden leiden. De ontvankelijkheid van het publiek voor dit doemdenken werd nog versterkt door het bij velen aanwezige religieuze zondebesef en schuldgevoel, alsmede de afkeer van hedonisme met zijn materialisme en consumentisme en de tegenstelling tussen arm en rijk in de wereld. Daarnaast hebben ook sommige media een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan van het dogma. Dramatisering van de vermeende risico?s van klimaatverandering is nu eenmaal bevorderlijk voor de kijk- en oplagecijfers. Bovendien heeft ook het verdwijnen van de ideologische egenstelling tussen Oost en West een belangrijke impuls gegeven aan de verhoogde aandacht voor de milieuproblematiek. De traditionele paradigma?s voldeden niet meer. De ineenstorting van het communisme, de opkomst van een nieuwe informatietechnologiemaatschappij, het onvermogen van de bestaande theorieën om economische ontwikkeling te verklaren en te sturen, de uitdagingen vanuit het Verre Oosten, de toenadering van de sociale democratie tot het marktliberalisme in Europa, het milieudebat en vele andere factoren maakten een fundamentele ideologische heroriëntatie noodzakelijk. Het milieudenken bood de mogelijkheid om het ideologisch vacuüm op te vullen en daarmee de kiezers die sympathiseerden met ?groen? aan zich te binden.

Kostbare maatregelen

Betekent dit dat de dreiging van een door de mens veroorzaakte klimaatverandering slechts een artefact is? De meningen lopen daarover uiteen. Het IPCC stelde in 1996: ?the balance of evidence suggests a discernable human influence on global climate?. Maar is deze invloed belangrijk en/of schadelijk? En kunnen we er via de modelbenadering achter komen wat er in de toekomst zal gebeuren? De critici ontkennen dit, doch het IPCC wekt de indruk dat men genoeg weet om beleidsactie te rechtvaardigen. Maar als men wat dieper graaft, geeft ook het IPCC toe dat de thans gebruikte modellen geen betrouwbare toekomstvoorspellingen kunnen opleveren. Daarvoor in de plaats kwam het beroep op het voorzorgbeginsel. Maar als men eenmaal deze weg opgaat is het einde zoek. De mensheid staat aan vele denkbare en ondenkbare bedreigingen bloot. Men kan met het voorzorgsbeginsel dus alle kanten op. Al met al verdient de aardopwarmingsthese naar mijn mening in ieder geval een nadere en vooral een koelere analyse voordat kostbare maatregelen worden genomen. Maar is dit niet mosterd na de maaltijd nu Nederland en de EU hebben verklaard bereid te zijn ?Kyoto? te ratificeren? Misschien, maar misschien ook niet. Die overeenkomst kan pas in werking treden wanneer minimaal 55% van de CO2-uitstoot van de geïndustrialiseerde landen daardoor wordt gedekt. De VS en Australië hebben zich inmiddels teruggetrokken. Japan en Canada zitten nog te dubben. Indien zij uitvallen zou het minimumpercentage niet meer worden gehaald, hetgeen dus de politieke dood van ?Kyoto? zou betekenen. Dat doet de vraag rijzen of de Europese Unie dan maar in haar eentje moet doorgaan. Naar mijn mening niet. De uitvoering van ?Kyoto? kost honderden miljarden dollars per jaar en het daarmee bereikte afkoelingseffect is slechts 0,07 0C in 2050, een waarde