Research
Articles
Discussie over Leitkultur is allang achterhaald
Het pleidooi van CDA-leider Balkenende om allochtonen te dwingen zich aan te passen aan de dominante cultuur, roept herinneringen op aan een soortgelijk debat in Duitsland, zegt P. van Ham. Daar is men toen gelukkig snel van dat idee afgestapt.
Wanneer de lezing van CDA-leider Jan Peter Balkenende over het echec van het multiculturalisme in het Duits zou worden vertaald, zouden er een aantal onaangename begrippen opdoemen. Balkenende roept immers op tot een Niederländische Leitkultur die zou moeten zijn gebaseerd op het gesundes Volksempfinden. Dit zijn concepten die bij menig lezer ongetwijfeld een gevoel van onbehagen teweegbrengen.Als één van de fundamenten van een 'gezonde samenleving' identificeert Balkenende een 'eigen cultuur met onderliggende waarden'. Zonder een duidelijke lijst te geven van die waarden en normen (behalve de gemeenplaatsen van openheid en tolerantie), stelt hij dat de Nederlandse samenleving niet goed kan functioneren wanneer er groepen zijn die zich deze 'basiswaarden' onvoldoende eigen maken. Deze groepen allochtonen moeten zich niet alleen met maatschappelijke grondwaarden vereenzelvigen, maar bovendien de Nederlandse taal beheersen. Dit is niet een vrijblijvende wens, maar Balkenende verbindt dit met een 'resultaatsverplichting'. Kort samengevat: wie de Nederlandse Leitkultur níet wil volgen, hoort in onze samenleving niet thuis.
Met deze visie sluit Balkenende naadloos aan bij een debat dat drie jaar geleden in Duitsland is gevoerd. CDU-leider Friedrich Merz deed soortgelijke voorstellen, gebaseerd op soortgelijke veronderstellingen. Merz en zijn partij werden bijna uit alle politieke en sociale hoeken onder vuur genomen en het debat is als een nachtkaars uitgegaan.
Leitkultur werd in 2000 zelfs genomineerd voor het Unwort des Jahres. De reden is eenvoudig: de idee van een nationaal-gebonden Leitkultur is zowel politiek als filosofisch onhoudbaar. Balkenende veronderstelt niet alleen dat allochtonen zich moeten houden aan de Nederlandse wetgeving (dat is een vanzelfsprekendheid), maar ook dat ze de ongeschreven waarden en normen moeten onderschrijven. Wanneer het CDA dit als een 'inburgeringseis' stelt, dan moet Den Haag potentiële immigranten een soort Dutch for Dummies-boekje meegeven. Maar wat staat er dan in die ongeschreven regels en wie gaat ze formuleren? Het CDA? Een nieuwe Raad van Wijze Mannen? Moeten allochtonen een jaarlijkse culturele APK-keuring doorstaan? Bovendien, is er wel zoiets als een Nederlandse identiteit die te codificeren valt?
Dit zijn het soort vragen die rechtstreeks uit Balkenendes visie volgen en het zijn ook de praktische vragen die het Duitse Leitkultur-debat hebben doen verstommen. Want zeker in een de facto multiculturele samenleving als de Duitse is één waardenlijst niet mogelijk. En dan heb ik het niet (alleen) over de vele verschillen tussen de gemiddelde Beier en Pruis. Er gaapt immers ook een groot cultureel gat tussen de deelnemers aan de jaarlijkse Berlijnse Love Parade en die van de eveneens jaarlijkse Corpus Christi-processie op de Staffelsee. Toch zal niemand willen ontkennen dat beide evenementen behoren tot het moderne Duitsland.
Een navelstaarderig debat over de inhoud van een nationale Leitkultur heeft tevens potentiële negatieve consequenties voor het internationale imago van Nederland. Ook dit heeft Duitsland al aan den lijve mogen ervaren, want toen Bondskanselier Schröder in augustus 2000 aankondigde 10 duizend buitenlandse IT-specialisten te willen werven, bleken zich maar weinig gegadigden te melden: computerspecialisten uit India voelden zich niet welkom in een land waar een CDU-politicus campagne mag maken met de slogan Kinder statt Inder.
Nederland is wellicht te klein en te onbelangrijk om onze buurlanden met zo'n nationalistische politiek te verontrusten. Dit ligt in Duitsland natuurlijk geheel anders en het is één van de redenen waarom het Leitkultur-debat daar weer snel is verdwenen. Toch zou Nederland daar iets van kunnen leren. Bovendien moeten we er rekening mee houden dat over enkele jaren zo'n 400 miljoen EU-burgers in ons land werk mogen komen zoeken, zich vestigen en leven, zonder dat de Nederlandse overheid hen één strobreed in de weg kán leggen. Wil het CDA dit soms terugdraaien? Dit strookt dan niet met Balkenendes Euro-enthousiasme.
Wat Balkenendes visie positief maakt is zijn oproep tot meer sociale verantwoordelijkheid, mede om de vergaande individualisering van de Nederlandse samenleving meer inhoud te geven. Daarin heeft hij volledig gelijk en hij sluit daarbij aan bij het gevoel van onvrede over de sociale eenzaamheid onder de bevolking.
Maar het is de vraag of zo'n bezinning op sociale verantwoordelijkheid op een nationale grondslag nog wel mogelijk is? Kunnen we ons zo'n onversneden patriottistisch gevoel nog wel veroorloven? Net als alle kleine landen voelt Nederland zich cultureel ingeklemd tussen de immer voortschrijdende mondialisering en Europese integratie. Maar behalve een overdenking van Nederlands sociale cohesie biedt Balkenendes visie ons geen duidelijk perspectief waarmee wij in een verenigd Europa verder uit de voeten kunnen.
Balkenendes kritiek op het multiculturalisme is daarom te lezen als een oproep tot culturele bezinning op (zoals hij het zelf formuleert) 'de waarden en normen die bepalend zouden moeten zijn voor onze samenleving'. Daarmee geeft hij een beginsignaal tot een breed debat en een lange zoektocht naar wat wel het 'Nut van Nederland' wordt genoemd. Dit is een klassiek thema, en het kan geen kwaad daarover van gedachten te wisselen. Maar dit moet niet verbonden worden met zoiets vaags en benauwends als een Nederlandse Leitkultur.