Research

Articles

Uitsluiting drijft Duitse jeugd in het politiek extreme kamp

15 Mar 2006 - 00:00
De DDR-erfenis en conformisme maken de strijd tegen extreem-rechts een zaak van lange adem. Het verbieden van een partij en de uitvaardiging van een Berufsverbot en Radikalenerlaß zijn contraproduktieve maatregelen, meent Rob Aspeslag.Al maanden waarschuwt bondskanselier Schröder voor het rechts-extremisme in Duitsland. Met reden. Dit jaar steeg het aantal aanslagen op vreemdelingen. Hoewel alle vingers naar Oost-Duitsland wijzen, neemt ook in de andere delen van de Bondsrepubliek het geweld toe. Politici dringen erop aan de NPD (Nationale Partei Deutschland) te verbieden en een Berufsverbot in te stellen - wie als rechts-extreern te boek staat, komt niet in aanmerking voor een overheidsfunctie. Met zulke maatregelen spant Duitsland het paard achter de wagen.

De relatief grote aanhang van het rechts-extremisme in Oost-Duitsland wijten deskundigen vooral aan het totalitaire verleden. Het vijandbeeld, bij de burgers ingepompt door het DDR-bewind, vormt ook een verklaring, evenals grote werkloosheid en relatieve armoede in de nieuwe deelstaten.

Onderzoek in 1990, 1991 en 1992 toonde echter aan dat er in het oosten van Duitsland al bij de Wende een voedingsbodem bestond voor het extreemrechtse gedachtengoed. Het Duitse weekblad Der Spiegel onderzocht tweeduizend Westduitsers en duizend Oostduitsers. Meer Oostduitsers (86 procent) dan Westduitsers (69 procent) vonden de verhalen over de concentratiekampen overdreven. Andere onderzoeken onder jongeren over de effecten van anti-fascistisch onderwijs in de DDR toonden aan dat de neiging bestond om de nazi-tijd minder erg voor te stellen dan deze was.

De belangrijkste verschillen tussen West- en Oost-Duitsland bleken bij het oordeel over buitenlanders. De stelling, 'Al die buitenlanders hier hinderen mij', kreeg instemming van 42 procent Oostduitse en 26 procent van de Westduitse jongeren. Het onderscheid wordt pregnanter als we beseffen dat in Oost-Duitsland toen slechts 1 procent van de bevolking van buitenlandse herkomst was en in West-Duitsland al meer dan 6,5 procent. De wortels van het huidige rechts-extremisme moeten we dus in de DDR zoeken.

Het is iets te gemakkelijk gezegd dat het totalitarisme hier debet aan is. Er zijn genoeg voorbeelden van voormalige totalitaire staten waar zich geen woekering van rechtse extremisten voordeed. In de DDR vormden de geschiedschrijving en vooral de anti-fascistische opvoeding de belangrijkste bijdragen aan de huidige rechtsextremistische plaag.

In 1952 eiste de Sozialistische Einheitspartei Deutschland (SED) dat historici een patriottisch bewustzijn ontwikkelden en met trots de grote tradities van de DDR verkondigden. Met de antifascistische opvoeding streefde het regime vier doelen na:

* jonge mensen op de hoogte brengen van de anti-fascistische traditie in de DDR; * aandacht geven aan de vertegenwoordigers van het verzet tegen Hitler, waarbij het anti-fascistische verleden van de eigen leiders breed moest worden uitgemeten;

* de hoofdrol in de strijd tegen het fascisme bij de communisten leggen;

* Walter Ulbricht, Erich Honecker en anderen als verzetsmensen voorstellen en als voorbeeld voor de jeugd.

Die aanpak leidde ertoe dat burgers niet in staat waren om de complexiteit van de geschiedenis van het fascisme te begrijpen. De problemen van Führerkult en de verleiding van de Duitse bevolking konden ouders en docenten noch op rationele, noch op emotionele wijze op Oostduitse jongeren overbrengen. Tegenstrijdigheden in het verleden, die voortkwamen uit de voortzetting van het totalitaire systeem, ook al had dat een andere vorm, konden zij niet verklaren. De onderdrukte erkenning van de medeverantwoordelijkheid voor het nazisme weerhield kinderen ervan naar het verleden van hun ouders te vragen.

Zó kon de mythe ontstaan dat de DDR zijn nationaal-socialistische verleden had verwerkt en dat het land een wederopstanding van deze ideologie onmogelijk had gemaakt, zoals dat in het andere Duitsland wel het geval was. Maar de DDR-burgers konden via radio en tv de ontwikkelingen in WestDuitsland volgen. Zij zagen een democratie en een welvaart die zij tot de hunne wilden maken. Het door hun ongeloofwaardige politici gebrandmerkte fascisme kon daarom nooit zo slecht zijn als werd voorgesteld. Fascisme en nazisme kregen daardoor een onschuldig karakter, waardoor de DDR-burgers het verband tussen nazisme en, vreemdelingenhaat niet konden leggen. Een moreel oordeel over politiek werd de nieuwe generaties niet meegegeven. Het rechtsextremisme in Oost-Duitsland wordt niet verspreid in de stamkroeg, zoals Duitse politici beweren, maar al aan de eettafel.

Het lijkt er op dat het extremisme zich in heel Duitsland krachtiger manifesteert dan in andere Europese staten. Toch is het vergeleken met andere Europese staten niet groot. Wel is Duitsland een sterk conformistisch land met harde uitsluitingsmechanismen. Jonge Duitsers, die zich tegen hun conformistische samenleving afzetten, geven hieraan uiting door een opvallende haardracht en kleding en door provocerend gedrag. Uitsluiting drijft zulke jongeren in het extreme kamp, zowel dat van links als van rechts. De Duitse reflex om extreme partijen te verbieden vormt ook gedeeltelijk de verklaring voor het probleem van extreem-rechts.

Beide motoren achter het huidige Duitse extremisme - de DDR-erfenis en conformisme - maken de strijd tegen het rechts-extremisme een zaak van lange adem. Betere levensomstandigheden in het oosten van Duitsland en een opener samenleving, waarin politieke uitsluitingsmechanismen zijn weggenomen, vormen een begin van een aanpak. Het verbieden van een al lang bestaande Westduitse neo-nazi-partij en de uitvaardiging van een Berufsverbot en Radikalenerlaß zijn contraproductief, doordat daarmee een oorzaak van het rechts-extremisme wordt versterkt.

De grote aarzeling bij de regeringspartijen en aanvankelijk ook bij de leiding van de CDU, Angelika Merkel en Friedrich Merz, over het nut van een politiek verbod geeft aan dat er op dit punt beweging is in Duitsland. Want Duitsland verandert en is op weg van een risicoloze en conformistische naar een open samenleving, waarin vreemdelingen beter kunnen integreren en vreemdelingenhaat kan worden bestreden. Het besef van het politieke goed en kwaad kan op korte termijn het beste via de rechter aangekaart worden. Van een lik op stuk-beleid voor racistische kreten en andere uitingen van vreemdelingenhaat gaat vooral een dreigende werking uit in de richting van meelopers. Intussen blijven de werkelijke extremisten zichtbaar, zodat er een beleid ontwikkeld kan worden dat op lange termijn het extremistisch potentieel tot een minimale omvang terugbrengt.