EU Forum

Waarom toch die vergezichten?

29 Oct 2012 - 00:00

Bas Eijckhout is het oneens met de opinie van Adriaan Schout dat nationale instituties zich meer met elkaars beleid moeten bemoeien. Hij stelt dat de Europese instituties juist hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor democratische controle.

Adriaan Schout verzet zich tegen de vergezichten van 'Eurocraten'. Terecht stoort hij zich aan dromers die deze crisis aangrijpen om hun lang gekoesterde wens van een Verenigde Staten van Europa waar te maken. Een Guy Verhofstadt, die in de jaren 90 gek moet zijn geworden van het regionalistische gevecht tussen Vlaanderen en Wallonië, lijkt met wel erg grote zevenmijlslaarzen naar zo'n Unie te willen snellen. En terecht verzet Schout zich tegen de retoriek van 'Eurofielen' die elk tegengeluid wegzetten als populistisch of nationalistisch. De snelheid van het Europese project blijft een precaire evenwichtsoefening met draagvlak voor die federalistische richting.

Maar de oplossing van Schout is ook weinig bevredigend. Het klopt dat er veel problemen zijn met de kwaliteit van nationale instituties in veel Europese landen. En inderdaad kan Nederland met trots wijzen op een Algemene Rekenkamer die de overheidsuitgaven altijd kritisch tegen het daglicht houdt of op de drie Planbureaus die onze regering ongevraagd van advies voorzien op de drie gebieden van duurzaamheid (het Sociaal-Cultureel Planbureau voor People, het Planbureau voor de Leefomgeving voor Planet en het Centraal Planbureau voor Profit). Dat de laatste jaren de onafhankelijkheid van deze instituten ook in Nederland meer onder druk komt te staan, laat ik verder maar even onvermeld. De Europese Unie zou veel baat hebben bij dergelijke sterke instituten op zowel nationaal als Europees niveau. Maar het pleidooi van Schout dat dit eerst geregeld moet worden alvorens in vergezichten te stranden, is onvolledig en miskent de huidige dynamiek in de Raad.

Om met dat laatste te beginnen: Schout wil dat nationale parlementen en regeringen zich veel meer gaan bemoeien met elkaars beleid dan ze nu doen. Bijvoorbeeld dat de Nederlandse Tweede Kamer de Spaanse regering aanspreekt op haar huizenluchtbel. Maar ook dat de Duitse Bundestag onze hypotheekrenteaftrek gaat adresseren. Dat kan inderdaad nu al. Maar waarom gebeurt dit niet? Dat heeft veel te maken met de verhoudingen in de huidige Europese Raad tussen de 27 lidstaten. Daar heerst een 'live and let live' houding. Waarom? Heel simpel: zodra jij een ander land aanspreekt, weet je zeker dat dat land ook jouw beleid kritisch gaat bejegenen. Je kiest dus je onderwerpen waar je onderling de strijd aangaat. Zo liet Denemarken mij weten dat ze in het landbouwbeleid niet iets gaan zeggen over irrigatiebeleid, omdat ze weten dat ze dan Spanje tegen zich krijgen. En ach, Denemarken heeft niet zoveel problemen met watertekorten en dus is irrigatiebeleid geen prioriteit. Dit simpele en kleine voorbeeld laat precies de problemen zien van een Europa dat door 27 nationaal denkende overheden wordt bestuurd. Men kiest de gevechten waar ze op nationaal vlak de handen voor op elkaar krijgen en laten de rest lopen. Nederland zal dus nooit over de Spaanse huizenbubbel zijn begonnen. We zitten immers zelf ook nog steeds op zo'n bel. Dat is precies de reden waarom een overkoepelend orgaan als de Europese Commissie in het leven is gesteld. En daarmee een parlementair controlerend orgaan voor die Commissie: het Europees Parlement. Overigens heeft Schout gelijk dat de Europese Commissie nu teveel een vermenging in zich heeft van 'Planbureau'- achtige taken en politieke taken. Een splitsing van die taken is cruciaal, maar een politiek orgaan op Europees niveau is juist noodzakelijk om die 27 'live and let live'-houdingen van lidstaten te overstijgen. Het is niet voor niets de Raad die het Stabiliteits- en Groeipact in 2005 uitkleedde om onderling minder streng naar elkaar te hoeven zijn. De 'Brusselse' instituties stonden buitenspel en er was een Eurocrisis voor nodig om hen op dit vlak meer macht te geven.

De Bankenunie 

Maar zelfs als de dynamiek in de Raad substantieel verandert omdat alle 27 lidstaten ineens tot dezelfde inzichten als Schout zijn gekomen, is Schout's oplossing onvolledig. De keuze voor een gezamenlijke muntunie heeft namelijk in zich dat onze Europese economieën fundamenteel met elkaar vervlochten zijn geraakt. Het slecht controleren van de regionale Spaanse banken leidde tot een dodelijke omhelzing van de Spaanse bancaire sector en overheid. Als gevolg hebben private investeerders Spanje verlaten, waarmee de gehele bankensector ernstig is verzwakt. En laat 'onze' ING nu 45 miljard in de Spaanse banken te hebben zitten. Een faillissement van deze banken en dus van de Spaanse overheid zal desastreus zijn voor die 45 miljard van de ING. Dit zal dus ook 'onze' ING nekken. Daarom praten we nu over een Europese bankenunie met een resolutiefonds dat gevuld moet worden door de banken zelf. Zo'n bankenunie is slechts het politieke antwoord op de bancaire sector die al lang in een Europees verweven werkelijkheid leeft. En als je een Europese bankenunie op Europees niveau creëert, moet je hierop ook democratische controle creëren. Wellicht is dit geen populaire boodschap, maar het is wel hard nodig om niet de gehele Eurozone in de problemen te brengen als één land zijn controlerende taak op banken onvoldoende uitoefent.

De Economische Unie 

Maar de gevolgen van de muntunie gaan verder. Onze gehele economieën zijn met elkaar verweven. Een substantieel deel van onze Noordelijke economische groei komt namelijk door de toegenomen export van producten naar het Zuiden. De grootste profiteur van deze interne markt die de afgelopen tien jaar onder de euro een vogelvlucht heeft genomen, is niet voor niets Duitsland. Hoe heeft Duitsland dat geflikt? Door een beleid te voeren dat zeer streng op de export is gericht, met als kern loonmatiging. Dat heeft de Duitse arbeidsproductiviteit goed gedaan; helemaal tegenover de Zuidelijke lidstaten die minder scherp hierop toezagen. Als Duitsland in de Raad hier de Zuidelijke economieën streng op had aangesproken in 2005, hadden ze haar eigen export minder hard zien groeien. In 2005 zwegen de Duitse buren dus liever over dit onderwerp. En samen met hen ook Nederland, want elke verdiende euro in Duitsland leverde ons weer winst op. Met de kennis van nu kunnen we concluderen dat we in het Noorden allemaal 'Penny-Wise, Pound-Foolish' waren, maar het is wel gebeurd. En de Europese Commissie dan? Zelfs al had die dit geconstateerd in 2005, dan had het op geen enkele manier de macht om er iets over te zeggen. En nu nog steeds niet. Dat is precies de reden waarom nu wordt gepleit voor een economische unie met een 'ministerie van Financiën' in Brussel. Allemaal mooie termen, maar de kern zit hem in het feit dat er een overkoepelend politiek orgaan moet komen in Brussel dat alle (!) Europese economieën tegen het licht gaat houden op basis van een set criteria die verder gaat dan staatsschulden en overheidstekorten. Wederom, dit is geen populaire boodschap, maar de huidige Unie is economisch te vervlochten om hier niet centraal op te houden.

Dit leidt direct ook tot de situatie dat er politieke keuzes gemaakt moeten worden op Europees niveau. Je kan immers verschillende kanten op met de constatering dat de Eurolanden verschillend beleid voeren. Je kan ervoor kiezen om allemaal 'Duits' beleid te gaan voeren met loonmatiging in elk land, om zo de arbeidsproductiviteit in alle Europese landen omhoog te krijgen. Je kunt dat gezonde onderlinge concurrentie noemen. Je kan juist ook Duitsland vanuit Europees perspectief aanmoedigen om een minder strikt loonmatigingsbeleid te voeren. Daarmee kan Duitsland in moeilijke economische tijden meer de Europese economie aanzwengelen en krijgen de Zuid-Europese landen meer lucht omdat ze niet tegen een stijgende Duitse arbeidsproductiviteit moeten blijven opboksen. Dat is een politieke keuze die de Eurolanden niet afzonderlijk kunnen maken. Ja, hij kan wel beter worden gevoerd in elk Euroland. Maar nee, een gezamenlijk besluit is alleen op Europees niveau te maken. En dus heb je een Europees bestuur nodig om hierin afrekenbare keuzes te maken en te verdedigen. Inderdaad, tegenover een Europees controlerend orgaan. Laten we dat het Europees Parlement noemen.

De Fiscale Unie 

Zijn we er dan? Helaas niet. Zolang we als Europeanen alleen maar oog blijven houden voor het beperken van de overheidsuitgaven, zal het Europese sociale stelsel kind van de rekening blijven. De belangrijkste uitgaven van een overheid zitten nu eenmaal in ons sociaal stelsel. Daarom pleiten vele economen juist voor een focus op de overheidsinkomsten: belastingen dus. Op dit moment heeft Europa daar niets over te zeggen. Dit betekent dat de EU pas wat op belastinggebied kan regelen als elk land het ermee eens is. Er zijn dus 27 veto's op. Dit zorgt ervoor dat de 27 lidstaten elkaar beconcurreren met hun nationale belastingbeleid. Ierland heeft de laagste vennootschapsbelastingen om bedrijven naar Ierland te laten komen. Gevolg: het gemiddelde tarief voor vennootschapsbelastingen is tussen 2000 en 2010 gedaald van 35% naar 25%. Fijn voor de bedrijven die zich steeds goedkoper kunnen vestigen binnen de EU. Vervelend voor de overheden die steeds minder inkomsten krijgen en dan maar ter compensatie moeten snijden in hun overheidsuitgaven.

Nederland doet aan dit spel gezellig mee. Niet voor niets zijn de hoofdvestigingen van de twintig grootste Portugese bedrijven gevestigd in Nederland. Daarmee loopt Portugal heel wat belastinginkomsten mis. Het wordt in Lissabon niet zo gewaardeerd dat Nederland vervolgens via Jan Kees de Jager streng toeziet op vergaande bezuinigingen in Portugal. Over draagvlak voor het Europese project in Portugal gesproken...

Als we fiscaal beleid ook meer op Europees niveau willen coördineren, zal dat in de Nederlandse retoriek al snel worden platgeslagen tot 'meer macht naar Brussel'. Maar voor het gezamenlijke draagvlak voor het Europese project is zo'n richting wel cruciaal. Hier komt de Fiscale Unie om de hoek kijken. Als we namelijk de mogelijke 27 veto's in de Ministerraad vervangen voor besluitvorming op basis van een gekwalificeerde meerderheid, heb je ook een democratisch orgaan nodig op Europees niveau die de Europese besluiten controleert. En zo leidt de muntunie wel degelijk tot hoognodige 'Europanisering' van ander beleid. Wachten tot elk land hier klaar voor is, zou wel eens te laat kunnen zijn voor landen als Portugal.

Democratisch tekort 

Dat brengt ons bij de belangrijkste vraag: is hier wel draagvlak voor? Als je iets kan stellen, dan is het wel dat de huidige Eurocrisis ons keuzes opdringt waar we in een ideale wereld graag meer tijd voor hadden genomen. Maar het Europa van twee stapjes vooruit en weer eentje terug voldoet niet meer. De muntunie is een veel fundamentelere keuze dan menig politicus ons ooit heeft voorgehouden of ons nu nog steeds voorhoudt als je Rutte zo aanhoort. De uit elkaar groeiende Eurozone tussen 2000 en 2010 laat bij uitstek zien dat 17 nationaal bepaalde economische koersen niet houdbaar zijn binnen een muntunie. Het is belangrijk dat die 17 nationaal gestuurde debatten eens veel meer naar elkaars debat gaan kijken. En natuurlijk is het ook van belang dat de lidstaten kritisch gaan kijken naar het functioneren van hun eigen instituten. Maar we hebben de tijd niet om daarop te wachten. We hebben ook politici nodig die overtuigend kunnen vertellen waarom er meer nodig is dan wat los-vaste coördinatie tussen 17 Eurolanden. Daarom is het wel van belang dat politici laten zien waarom ze schermen met een Bankenunie, een Economische Unie en een Fiscale Unie. Unies die dermate grote stappen zijn dat je het ook moet hebben over die Politieke Unie, omdat de democratische controle in vergelijkbaar tempo mee moet ontwikkelen. 

Maar naast die vergezichten moet je oog houden voor het draagvlak. Uiteindelijk zal dat draagvlak het tempo bepalen van de stappen naar die Politieke Unie. De markten willen sneller; het publiek wil minder snel. Het is de opdracht voor elke politicus om daarin de balans te vinden. Een politicus kan legitiem concluderen dat hij of zij de route naar de Politieke Unie niet wil bewandelen. Maar deze moet dan wel eerlijk zijn en dan ook stellen uit de muntunie te willen stappen. Elke andere keuze is uiteindelijk een keuze voor de Politieke Unie. En het is de plicht van elke politicus om dat verhaal eerlijk te vertellen. Angst voor draagvlak erodeert het draagvlak alleen maar verder. Schout stelt terecht dat draagvlak creëren cruciaal is. Maar de vergezichten afdoen als Europees hobbyisme doet de Europroblemen ook geen recht. Als je iets het Europees Parlement kwalijk kan nemen, is dat deze fundamentele discussie niet duidelijk kan worden gemaakt. Deze zelfreflectie is EP-voorzitter Martin Schulz helaas vreemd. Op deze manier is er nog een lange weg te gaan in de Europese discussie, die verder moet gaan dan het debat tussen Eurofielen en Eurofoben.