Belast met details of niet: Bolkestein in 1983 in Bagdad
[Column Ko Colijn in Vrij Nederland] In een NRC-column over idealen en werkelijkheid dook ineens Frits Bolkestein weer op. Hij wordt daar door Bas Heijne in een ingewikkelde vergelijking tegenover Diederik Samsom geplaatst.
De laatste als de idealist die zijn hoofd stoot door vast te houden aan de strafbaarstelling van illegale asielzoekers. Moraal: het eeuwige lot van elke PvdA-leider is dat er compromissen moeten worden gesloten die tot wroeging en bloedneuzen leiden. Met VVD'ers als Bolkestein is het juist andersom. Die hebben geen last van dromerige idealen, maar zijn Realpolitiker. Hun pragmatisme pakt 'vaak dodelijker uit dan idealisme'. Misschien leidt dat achteraf ook tot wroeging, maar 'jammer dat Bolkestein daar nooit een boek over heeft geschreven'. Moraal: realisme is niet fraai, maar je kunt er mooi mee wegkomen.
Je kunt er een fijne ethische discussie over voeren, schrijft Heijne. 'Wie heeft er meer op zijn geweten, de verdwaasde Hollandse nieuw-linkser of maoïst uit de jaren zeventig óf de zuiver pragmatische staatssecretaris van Economische Zaken die begin jaren tachtig op handelsmissie ging in het Irak van Saddam Hoessein - dat verwikkeld was in een bloedige oorlog met Iran, waarbij gifgassen werden gebruikt?'
Daar laat hij Bolkestein bungelen; niet fraai, want zonder het expliciet te zeggen, wordt hier een verband gesuggereerd tussen de koele pragmatiek van Bolkestein op missie in Bagdad en de bevoorrading van Saddam Hoessein met Hollands gifgas.
Het eerlijke verhaal is dat van de derde werkelijkheid, die zich tussen idealisme en realisme bevindt. Maar waar precies?
Begin jaren tachtig woedde er een strijd tussen de ministeries van Economische Zaken en Buitenlandse Zaken over de vraag welke chemische grondstoffen nu wel/niet 'strategisch' konden worden genoemd, lees: vergunningsplichtig bij export naar een land als Irak. Dat Saddam gifgas gebruikte in de strijd tegen zijn eigen Koerden en Iran was bekend, dus uiterste voorzichtigheid bij de levering van chemicaliën was geboden. BuZa koos voor streng, EZ (en dus Handelsbevordering, Bolkestein) voor soepel. EZ wilde de export van chemicaliën niet dwarsbomen en gebruikte twee argumenten: het had geen zin om streng te zijn als andere Europese landen dat niet waren, en veel chemische stoffen zijn dual use, dus kunnen niet alleen voor gifgas maar ook voor kunstmest of nagellak worden aangewend. Naar verluidt instrueerde Bolkestein zijn ambtenaren op 3 april 1984 handgeschreven: 'In geval van rechtvaardige twijfel moet niet worden opgetreden.'
Wat is rechtvaardige twijfel? Bolkestein heeft de incriminatie indertijd krachtig van de hand gewezen, staat moreel niet bepaald sterk, maar het is geen keiharde zaak.
In elk geval wél militair en vergunningsgevoelig was in die tijd de verkoop van Delftse nachtzichtkijkers aan Saddam. Die levering liep via een fake Portugese klant, het bedrijfje Optagrex. Uit een oude hangmap dwarrelt een 'streng vertrouwelijk' memo van de directeur van het Nederlandse optische bedrijf Oldelft gedateerd 22 maart 1983. Daarin schrijft 'DrD' (directeur Duinker) dat 'Oldelft in vertrouwelijke gesprekken over het exportbeleid met ambtenaren van Economische Zaken zowel als van Buitenlandse Zaken (…) niet heeft verheeld dat bij gelegenheid middels buitenlandse firma's gebruik gemaakt werd van de omstandigheid dat verschillende NAVO-landen ten aanzien van de export-politiek voor strategische goederen uiteenlopende maatstaven aanleggen' en dat 'bovengenoemde ambtenaren er bij zulke gelegenheden duidelijk blijk van gaven van deze feiten weliswaar op de hoogte te zijn, doch niet belast wensten te worden met details over de werkelijke toedracht en samenhang van deze zaken'. Met andere woorden: ze zouden in geval van de sluiproute Delft-Portugal-Bagdad de andere kant op kijken 'mits er op discrete wijze gebruik gemaakt van zou worden'.
Ook schrijft Duinker dat 'de toenmalige staatssecretaris voor Exportbevordering na een bezoek aan Bagdad tijdens de oorlog tussen Irak en Iran, middels een met de hand bijgeschreven notitie op een brief aan een Oldelft-directielid, op positieve wijze liet blijken te hebben vernomen dat Oldelft zojuist aanzienlijke vervolgopdrachten uit Irak had verkregen'.
Volgens dit memo was Bolkestein dus wel met details belast, en dat doet inderdaad naar zijn boek verlangen.
Foto: Marcel Oosterwijk