Research

Security and Defence

Op-ed

Geheime geheimen

19 Nov 2013 - 13:23
Source: Flickr / Kate Ter Haar

Er zijn dus geheime afspraken over geheime geheimen – zoals kernwapens in Nederland.

Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

Aan die boete zijn oud-premiers Dries van Agt en Ruud Lubbers ontsnapt door een magistrale brainwave van een ambtenaar. Zij hadden elk op eigen wijze over het bestaan van kernwapens op de vliegbasis Volkel gesproken. En dat mag niet.

In het tv-programma De tijd vliegt: De Koude Oorlog van National Geographic zei Lubbers dat hij in 1963 als vaandrig zelf betrokken was bij de registratie van de kernwapens. Hij adviseerde zijn kolonel om de wapens (‘die malle dingen’) niet apart te kenmerken; dat zou te veel opvallen. Van Agt zei even later in het radioprogramma Dit is de Dag: ‘Ze liggen daar en het is van de zotte dat ze er nog altijd liggen.’

Onthulden ze daarmee een staatsgeheim?

De aanwezigheid van kernwapens op Volkel is in elk geval een publiek geheim, en meer dan dat. Zelfs een oud-commandant van de Koninklijke Luchtmacht had al eens toegegeven dat die dingen daar lagen. Toenmalig souschef bij de defensiestaf Dirk Starink schreef in het boek In de schaduw van de Muur (1997) dat voor de nucleaire taak van Nederlandse gevechtsvliegtuigen in 1961 nucleaire bommen werden opgeslagen in de storage van de vliegbasis Volkel.

Volgens staatsrechthoogleraar Wim Voermans zag het er toch niet fraai uit voor Lubbers en Van Agt. In de Volkskrant (13 juni) zei hij: ‘Dit is geen klein dingetje, beide heren hebben het vermoeden bevestigd en dat is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.’ Het Openbaar Ministerie moest er in elk geval maar eens goed naar kijken.

Een oud-F-16-piloot ging voor de verkoop van staatsgeheimen aan de Russen de bak in, en hoewel dat niet helemaal te vergelijken was, vond Voermans dat het niet zo kan zijn ‘dat een oud-premier hiermee wegkomt en een F-16-piloot niet’.

Het Openbaar Ministerie deed een verkennend feitenonderzoek en concludeerde dat er geen strafrechtelijke vervolging gaat komen. Reden: justitie kan niet vaststellen of er staatsgeheimen zijn gelekt.

Het enige dat nu geen geheim meer is, is dat het geheim is welke geheime geheimen er nu precies bestaan

Waarom kan dat niet worden vastgesteld? Omdat de regering niet mee kan werken ‘op grond van afspraken met bondgenoten’.

En dan kan je dus ook niet nagaan of Lubbers en Van Agt uit de school klapten.

Spitsvondig. Om vast te stellen of iemand een geheim verklapt, moet je kunnen verifiëren of het geheim een echt geheim is. Maar omdat de enige die kan weten of het een waar geheim is zelf ook aan geheimhoudingsplicht gebonden is, kan nooit bevestigd worden of het geheim een geheim is. En dus blijft het geheim een geheim geheim.

Dat roept de vraag op of artikel 272 ooit wel met succes kan worden ingezet tegen iemand wiens geheim alleen bekend is bij iemand die zelf ook weer aan geheimhouding is gebonden.

Hoe kunnen we trouwens weten dat onze regering niet mag meewerken aan het onderzoek van het Openbaar Ministerie? Het verweer dat ze dat niet kan ‘op grond van afspraken met bondgenoten’ moeten we ook maar weer geloven, want die afspraken over wat er dan zo geheim is, zijn ook weer geheim.

Er zijn dus geheime afspraken over geheime geheimen, en het enige dat nu geen geheim meer is, is dat het geheim is welke geheime geheimen er nu precies bestaan.

Wat me echter nu nog niet duidelijk is, is of je op grond van artikel 272 mag opschrijven dat het geen geheim meer is dat er geheime afspraken over geheime geheimen bestaan. Want daardoor alleen al wordt het geheim dat er geheime geheimen bestaan van zijn heimelijke bestaan ontdaan.