Research

Trade and Globalisation

Op-ed

Democratie is geen exportproduct

28 Feb 2014 - 10:40
Source: Flickr János Balázs

Maar een beetje hulp achter de schermen kan wel.

Van elke revolutie wordt vooraf gezegd dat hij onmogelijk is, en achteraf dat hij onvermijdelijk was.’ Even eenvoudige als rake woorden van Michael McFaul, in 2007 opgeschreven in een analyse van de Oranje Revolutie in Oekraïne in het vakblad International Security. Wel zo interessant omdat die niets aan actualiteit heeft verloren, en omdat deze hoogleraar politieke wetenschappen uit Stanford voor zijn kennis beloond werd met een positie als Amerikaans ‘nationale veiligheidsadviseur Rusland’ en het ambassadeursschap in Moskou. Specialisatie van McFaul: hoe buitenlandse invloed een handje kan helpen bij democratiseringsprocessen. In Moskou was hij door Obama belast met een zware taak: nog iets proberen te maken van de gewenste reset in de betrekkingen met Rusland. Roeien tegen de stroom in, want Poetin was er niet enthousiast voor te krijgen, en de expertise van McFaul zal in het Kremlin ook niet onbekend zijn geweest.

Deze week was McFauls laatste in functie in Rusland. Daarom kan hij nu in wijsheid terugkijken. Geïnterviewd in de New Republic blikt hij nuchter terug op de armslag die hij had. Amerikaanse belangen gaan vóór alles. Die vormden het zichtbare deel van zijn baan. Hoe koel de relaties met Poetin ook zijn, nog niet zo lang geleden waren ze ‘veel erger’. ‘We runnen aan- en afvoerlijnen door Rusland met Afghanistan. Dat is van het allergrootste belang voor Amerika. In de twee grootste proliferatiekwesties van deze tijd, Iran en Noord-Korea, is er bijna geen licht tussen de Russische en de Amerikaanse posities, met misschien een doorbraak in het verschiet op het dossier-Iran. Syrië is ingewikkeld, want we verschillen radicaal van mening over de oorzaken van die tragedie. Maar op het punt van opruimen en vernietigen van hun chemische wapens is onze samenwerking ongekend. Er zijn plaatsen waar we samenwerken, en er zijn plaatsen waar we radicaal tegenover elkaar staan. Daar moeten we het mee doen.’

Kon hij dan iets doen op het vlak van mensenrechten en democratisering? Dat is het onzichtbare deel van het vak. Kun je erbij doen, is McFauls boodschap, door onvermoeibaar netwerken, contacten leggen met de civil society, en veel twitteren (aantal volgers McFaul: 80.000). En natuurlijk door Poetins verzoeken om Obama naar Sotsji te laten gaan te negeren want ‘we’re not chopped liver’.

Dit past naadloos bij zijn analyse van de revolutie in Oekraïne. Democratisering in griezellanden is zelden het resultaat van overleg tussen min of meer gelijke concurrenten, maar van de overwinning van een bovenliggende partij in een conflict. Rechtstreekse en zichtbare inmenging werkt niet, zegt McFaul. Democratie is geen exportproduct. Maar een beetje hulp achter de schermen kan wel.

De lessen van de Oranjerevolutie in 2004 zijn duidelijk. Afgezien van het feit dat de nu verjaagde Victor Janoe­kovitsj toen ook de hulp kocht van Amerikaanse campagnebureaus, was de revolutie toen in de eerste plaats een succes van het Oekraïense volk. Pogingen om volksopstanden af te doen als buitenlandse inmenging, laat staan als facilitering van staatsgrepen door extremisten, nazi’s of bandieten, zijn onzinnig. En zelfs dom, want wie daar werkelijk in gelooft, ontneemt zichzelf het zicht op de factoren die er wel toe doen.

Als ‘buitenlandse’ succesfactoren – nooit doorslaggevend maar wel behulpzaam – noemt McFaul er een stuk of drie. Een land als Oekraïne is geen complete dictatuur, zegt hij, maar een competitive autocracy van elkaar dwarszittende oligarchen, en het is genoeg om ervoor te zorgen dat je dat ‘onderhoudt’ en niet alle banden met zo’n land afkapt. Dat begint met blijven hameren op vrije en eerlijke verkiezingen – die zijn nu een internationale norm geworden waar geen regime ter wereld zich meer aan kan onttrekken. Steun aan alternatieve media is een tweede instrument dat ervoor zorgde dat een ­derde ronde in de gestolen presidentsverkiezingen werd afgedwongen. En elke operatie die laat zien hoe corrupt de oude heersers waren, hoe ze zich verrijkten, mobiliseert de oppositie en is zijn geld dubbel en dwars waard. Daar deed het inkijkje in het tweede huis van de verjaagde Janoekovitsj al onvermijdelijk aan denken.