De min-win-situatie: waarom sancties perverse gevolgen hebben
12 Mar 2014 - 16:32
Source: Flickr / Bob Shand
Sancties zijn bedoeld om een ander pijn te doen. Het prettigst is het natuurlijk als je er zelf geen last van hebt en de ander wel. Dat komt niet vaak voor.
Als landen relaties met elkaar aangaan, doen ze dat nooit uit pure onbaatzuchtigheid. Cadeautjes worden in de internationale politiek niet uitgedeeld. In de zuiverste vorm ligt aan elke ‘internationale betrekking’ een win-winsituatie ten grondslag. Zo bezien kan het instellen van sancties niet anders dan min-min zijn.
Tot zover de theorie. De praktijk is anders. In de eerste plaats zijn internationale betrekkingen geen inter-streepje-nationale betrekkingen meer. De gedachte dat het spel alleen maar door een kleine tweehonderd staten wordt gespeeld, is achterhaald. Als dat al zo zou zijn, dan zijn die staten bovendien niet autonoom maar volstrekt vernetwerkt en afhankelijk van elkaar. Hun leiders kunnen wel doen of ze immuun zijn voor elkaar, kosten-batenberekeningen van sancties bedenken die louter nationaal zullen neerslaan, maar dat is een illusie. Als Rusland Kiev wil pesten door de gaskraan dicht te draaien, treft Rusland ook zichzelf en bederft het de verhouding met de EU, die alternatieve leveranciers zal zoeken.
In de tweede plaats is de tijd soms een verrassende spelbreker. Sancties kunnen vandaag een bedoeld effect hebben, maar over tien jaar kan het verkeren. Behalve zeker zijn ze dus ook speculatief. ‘Omgekeerde’ sancties trouwens ook: het drinken van een pilsje met Poetin levert onze koning misschien een business card met Vladimirs privé 06-nummer op en je weet nooit waar dat over tien jaar nog goed voor kan zijn. Of niet.
Sancties zijn net beursopties. Na de Tweede Wereldoorlog stelde Stalin het buurland Finland, waarmee het een dubbele oorlog had gevoerd, onder toezicht. Omdat de Finnen in zijn ogen een bondgenoot van de Wehrmacht waren geweest, moest Finland na de oorlog Moskou-vriendelijk blijven en gedwongen ijsbrekers bouwen voor de Russen tegen afbraakprijzen. Daar hadden de Finnen geen ervaring mee, maar ze bleken het wonderwel te kunnen. Zó goed dat de Finse naaldhouteconomie er een succesvol exportproduct van wist te maken. De straf bleek een zegen.
In de derde plaats is het vaststellen van sancties geen rationeel politiek proces. Een strakke ‘goede’ dictatuur zou misschien nog een pakket sancties kunnen decreteren dat het eigen land het minst pijn doet en de verschillende bevolkingsgroepen bovendien ook nog het meest zou ontzien. In een democratie, waar lobbygroepen vrij spel hebben, levert het instellen van sancties pijnlijke en gênante afschuiftaferelen op. De Britten waren vorige week erg voor sancties tegen de Russen, zolang die de financiële wereld van The City maar niet zouden treffen. Duitsland wil Gazprom te vriend houden.
In Nederland zag ik een tuinbouwmijnheer op televisie jammeren bij de gedachte dat er geen bloemen meer geleverd mochten worden aan mevrouw Poetin. ‘De hele wereldmarkt stort in elkaar,’ waarschuwde hij. In het lobbyparadijs Brussel is het afschuifspel tot legitieme kunst verheven: je mag als belangengroep of als land proberen om er in het Europese pakket uiteindelijk zo ongedeerd mogelijk uit te komen. En omdat iedereen dat doet, moet je het ook doen, anders ben je gekke Henkie.
Het targetland ziet dat allemaal rustig aan, dus kan er zijn voordeel mee doen. Poetin ziet de westerse worsteling en begrijpt dat het in Washington iets makkelijker is om sancties voor te bereiden dan in Brussel, waar de verdeeldheid en afhankelijkheid van Rusland groter is. Het sanctieproces is in zoverre zelfs pervers dat het de creatie van voldongen feiten versnelt. De EU stelde sancties een beetje uit, Poetin haalde gauw het referendum over de Anschluss van de Krim naar voren. Dapper vanaf de zijlijn roepen dat we al die grijze landen tussen Oost en West nu maar zo snel mogelijk lid van de NAVO moeten maken, of dat we ons door de zachte winter een energieboycot van de Russen kunnen veroorloven, is ijdele en fraaie theorie en lokt nieuwe perversie uit. ‘Anders zijn volgend jaar Moldavië en de Baltische staten aan de beurt,’ wordt dan een selffulfilling prophecy. Het moet slimmer, anders wordt het min-win.