Research

Trade and Globalisation

Op-ed

Het snelle leger is al een halve eeuw onderweg

16 Sep 2014 - 14:01
Source: Flickr / CC / dvids

Immediate Reaction Force, Rapid Reaction Force, High Reaction Force, en dan nu: de Very High Readiness Joint Task Force. Het idee voor een NAVO eenheid die snel kan reageren stamt uit 1960 maar tot dusver is succes uitgebleven.

 eerste keer dat de NAVO met een flitsmacht kwam, was in 1960. De NAVO was op dat moment, vlak voor de bouw van de Berlijnse Muur, bang dat de Sovjets hun oog op de enclave West-Berlijn hadden laten vallen en in een vergelijkbare staat van bezorgdheid als nu. Zou Nikita Chroesjtsjov het Deense eiland Bornholm inpikken? Het noordelijkste stukje Noorwegen? Of een schijfje Thracië of Turkije? Met de oprichting van de ACE (Allied Command Europe)-flitsmacht stelden de bondgenoten zichzelf gerust en hielden ze de Russen het scenario voor dat elke inbraak onmiddellijk beantwoord zou worden door een kleine, multinationale eenheid. Als dat al niet afschrikwekkend genoeg was, dan moest zo’n flitsmacht de Sovjettroepen in elk geval zo veel last en vertraging bezorgen, dat de NAVO-landen genoeg tijd wonnen om intussen veel grotere versterkingen aan te voeren.

Steeds was het dilemma dat het veel te duur was om genoeg divisies paraat te houden. Maar het snel trans-Atlantisch kunnen aanvoeren van versterkingen bleek lastig. Tijdens oefeningen raakten tanks en vliegtuigen zoek, vlijtige NAVO-boekhouders raakten het overzicht en de tel kwijt, en de vijand keek glimlachend toe. De Amerikanen vonden daar wat op: prepositioning, het alvast klaarleggen van grote voorraden materieel en munitie in Europa en alleen de soldaten snel invliegen als de nood daar was.

Tijdens oefeningen raakten tanks en vliegtuigen zoek en keek de vijand glimlachend toe

Oefeningen als REFORGER (Return Forces to Germany) moesten jaarlijks demonstreren dat deze ‘we-zijn-er-net-op-tijd-als-het-nodig-is’-strategie de goedkoopste en effectiefste manier was om het Rode Leger op afstand te houden. Maar het was nooit tijdig genoeg, en een deel van de afschrikking werd in die dagen dan ook overgenomen door duizenden ‘kleine’ atoomwapens die oprukkende Russische tanks moesten vermorzelen.

Halverwege de jaren zeventig, toen er binnen de NAVO twijfel sloop of de inzet van die atoomwapens in het dichtbevolkte West-Europa wel zo verstandig was (want zelfmoord), vielen planners daarom terug op opgepoetste versies van de flitsmacht. Rapid Reaction Forces heetten ze, allemaal bedoeld om het bij agressie vanuit het Warschaupact tien dagen uit te zingen tot het moment waarop de NAVO tien divisies in het veld zou kunnen brengen om de opmars te pareren. Pakkende trefwoorden als ‘10-in-10’ hielden de moed erin.

Na de Koude Oorlog verdampte het scenario van een Russische inval in West-Europa. De NAVO schakelde een tandje lager, maar begon aan een wirwar van Immediate Reaction Forces, Rapid Reaction Forces, High Reaction Forces en ja, Lower Reaction Forces die op veel meer crisissituaties voorbereid moesten zijn. Vooral buiten het verdragsgebied, denk aan de Balkanoorlog en Afghanistan, met ver in het achterhoofd nog het vage idee dat ze zo nodig ook dichtbij huis nog voor de verdediging van volk en vaderland zouden moeten kunnen fungeren.

In 2002, een jaar na 9/11 en het uitroepen van de War on Terror, veegde de NAVO in Praag alle wirwar weer bij elkaar en werd de Nato Response Force geboren. Terug naar één flitsmacht, die als speerpunt was bedoeld voor allerlei brandhaarden. Twintigduizend man zouden klaar staan om ze binnen een week te blussen. Omdat veel landen zelfs die twintigduizend man niet paraat hadden, of voor het gemak ook andere taken hadden gegeven, en omdat de deelnemers ook nog eens de kosten zelf moesten dragen, kwam er weinig van terecht. In 2010 werd er daarom weer een nieuwe voorhoede van die voorhoede uitgeroepen: de Immediate Response Force, eentje van dertienduizend man die any mission, anywhere klaar zou staan.

En nu krijgen we dus een Very High Readiness Joint Task Force, de flitsflitsflitsmacht van 2014, en zijn we terug bij 1960.