In 2014 lijken we de keus opgedrongen te krijgen tussen angst en hoop in een wereld die wankelt tussen hoop en vrees.
Je kunt beter gevreesd zijn dan geliefd. Als beide tegelijk onmogelijk zijn – Machiavelli zei het vijfhonderd jaar geleden al – dan maar beter het eerste. Het is het geheim van de wereldpolitiek samengevat in zeven woorden, het eenvoudigste en meest geniale recept voor vorsten die de hoop hebben zich staande te houden door angst te scheppen
De as Rusland-China-Iran heeft zich niet bij het resultaat van de Koude Oorlog neergelegd
Een mooie tussenstand in dat gevecht wordt ons geboden in het zomernummer van Foreign Affairs, waarin de hoogleraren Walter Russell Mead en John Ikenberry excelleren in een duel tussen de angst en de hoop. Mead schudt in ‘The Return of Geopolitics’ de lezer uit zijn post-historische droom en waarschuwt ons voor een nieuwe as van het kwaad, de axis of weevils (wormen). Dachten we in het Westen dat we ons na de Val van de Muur konden opmaken voor een liberale wereldorde waarin alle landen onder aanvoering van de VS alleen nog maar win-win-oplossingen voor wereldproblemen zouden nastreven (klimaatverandering, rule of law-beslechting van geschillen), zo ruw blijkt het verzet van de oude revisionisten te zijn.
De as Rusland-China-Iran heeft zich niet bij het resultaat van de Koude Oorlog neergelegd en vreet zich terug naar de suprematie over de Euraziatische landmassa. Wie die beheerst, beheerst de wereld, schreef de historicus Mackinder al in 1904. Zij zien de wereldpolitiek nog als een oude arena waarin zero-sum gevechten worden gevoerd. Winst van de een is verlies van de ander, landjepik, strijd om grondstoffen, toegang tot voedsel en water.
Walter Russell Mead lijdt aan een kolossaal misverstand, antwoordt John Ikenberry in ‘The Illusion of Geopolitics’. Iran, Rusland en China zijn helemaal geen as, het zijn onderling verdeelde, ‘illiberal outliers’, slechts verbonden door afkeer van democratie, hoogstens spoilers van de huidige orde, en als het erop aankomt, willen ze gewoon deel uitmaken van die heersende orde. En die is nog altijd stevig Amerikaans. Amerika is geen naïeve filantroop in de wereldpolitiek, integendeel. Omdat geopolitiek en het scheppen van die mooie naoorlogse wereldorde samenvielen onder Amerikaans leiderschap, viel het machtspolitieke vernuft gewoon minder op.
Maar het is nog altijd zo dat het Westen 75 procent van de totale militaire uitgaven in de wereld doet, de VS meer dan zestig militaire bondgenootschappen heeft en Rusland en China samen nog geen tien. Dat netwerk van bondgenootschappen is als een mes dat aan twee kanten snijdt. Het stelt de Amerikanen, zelf bij uitstek een empire by invitation en niet gebaseerd op intimidatiepolitiek, in staat overal en onverminderd macht te projecteren, en het spreidt de onderhoudskosten van de wereldorde. Waar Walter Russell Mead ons een wereld van angst voorhoudt, biedt de wereld van John Ikenberry het perspectief van de hoop.