Research

Security and Defence

Op-ed

Afgrijselijkheidsindex

08 Jan 2015 - 11:49
Source: Antoine Walter / Flickr / CC

Een aanslag is meer dan het aantal slachtoffers.  De aanslagen die de meeste indruk op ons maken zijn statistisch gezien lang niet de ergste. Waarom wijkt ons gevoel zo af van de cijfers?  

In de computers van de Global Terrorism Database van de universiteit van Maryland zijn de gegevens van 125.000 aanslagen, gepleegd sinds 1970, opgeslagen. Het claimt de grootste openbare opslagplaats ter wereld te zijn en vermeldt er bij: ‘regardless of doubt’. Per definitie bevat de database dus geen geruchten of onbekende aanslagen.

In die database zitten gegevens over 58000 bomaanslagen, 15000 moorden, en 6000 ontvoeringen.

Voor 1998 ging het verzamelen nog betrekkelijk eenvoudig, sinds dat jaar worden de incidenten samengesteld uit gegevens uit meer dan vier miljoen artikelen en berichten uit 25000 andere nieuwsbronnen.

De afgelopen tien jaar (van 2004 tot en met 2013) werden relatief veel aanslagen geregistreerd: een kleine 50000. Frankrijk betreurde in die periode 47 aanslagen, minder dan één duizendste. Van die 47, zegt de Global Terrorism Database, werden er twee tegen journalisten gepleegd. In Frankrijk zijn meestal bedrijven (12) het doelwit, gevolgd door overheidsinstellingen (10). De plegers waren in Frankrijk meestal separatisten (Corsica, Baskenland, Provence). Radicale islamisten staan vier keer genoemd op de lijst vermeld. In opsporen zijn de Franse autoriteiten nog niet heel succesvol te noemen, bij 16 aanslagen zijn de daders onbekend gebleven.

In de enorme lijst aanslagen lijkt Frankrijk – heel de westelijke wereld trouwens - een oase van rust

Hoe komt het toch dat cijfers zo ‘meevallen’, als dat woord gebruikt mag worden? In de enorme lijst aanslagen lijkt Frankrijk – heel de westelijke wereld trouwens - een oase van rust in vergeleken met het Midden Oosten of Zuid-Azië. Onze perceptie wijkt sterk af van de statistieken. Kennelijk ontbeert de statistiek een dimensie die de afgrijselijkheid verbergt, en schiet ze tekort in iets wat terreurdaden werkelijk ‘belangrijk’ maakt. Vraag je aan Europeanen of Amerikanen wat in hun herinnering de vreselijkste terreuraanslagen zijn, dan is het zeer waarschijnlijk dat nine eleven bovenaan staat, en dat de aanslagen op de metro in Madrid en London (2004 en 2005), de school in Beslan (2004) ook hoge ogen gooien.

Recent leefde de verontwaardiging over aanslagen en ontvoeringen door Boko Haram sterk op. De lage aanval van de Taliban op een school in Peshawar (vier weken geleden, 132 kinderen vermoord, een tiental onderwijzers) haalde het nieuws en keerde de harten om, maar zorgen voor minder emotie en openbreken van radio- en tv-programmering dan aanslagen in westerse hoofdsteden.

Kennelijk ontbeert de statistiek een dimensie die de afgrijselijkheid verbergt, en schiet ze tekort in iets wat terreurdaden werkelijk ‘belangrijk’ maakt

De aanslag op Charlie Hebdo op 7 januari zorgt qua afschuw voor een reactie die vergelijkbaar is met die uit de afgrijselijkheidstop-vijf. Hoe komt dat? Aanslagen die niet alleen dood en verderf zaaien, maar méér dan dat ook kernwaarden van een samenleving raken, zorgen vrijwel zeker voor dat effect. Nine eleven raakte het Amerikaanse kapitalisme. Met het inzakken van de Twin Towers stortte voor het oog van de wereld ook het model van economische suprematie in. Met de poging het Pentagon te raken werd de ongenaakbare veiligheid getroffen. Met het nooit aangekomen vliegtuig dat zich in het Congres had moeten boren zou de westerse democratie verwond zijn geweest. De heilige kernwaarden van het machtigste westerse land: democratie, kapitalisme en hegemonie werden in het hart belaagd en zorgden voor identificatie in elk ander westers land.

In Madrid en London werden, net als in Washington en New York, de politieke centra van de landen getroffen – de aanslagen waren perverse demonstraties van de willekeurige kwetsbaarheid van des landens ziel. Parijs maakt het rijtje vol. Zoals de verontwaardiging van ook Poetin extra groot leek toen Tsjetsjeense terroristen kans hadden gezien om bommen in de metro van Moskou te laten exploderen (maart 2010, 40 doden), zo benadrukte premier Hollande ook het feit dat de Charlie-aanslag in Parijs had plaatsgevonden als extra argument voor zijn afschuw. De hoofdstad als doelwit vertegenwoordigt hart en ziel, en miljoenen mensen identificeren zich als medehoofdstadbewoners met de kwetsbaarheid van degenen die wèl het slachtoffer waren.

Charlie Hebdo vertegenwoordigde ook de aanslag op de vrijheid van meningsuiting, kernwaarde van de westerse samenleving. Hoofdstad (hart en ziel), kernwaarde (rechtsstaat, vrijheid, veiligheid, markt) en identificatie (totale weerloosheid, het had evengoed ons kunnen treffen) zijn de elementen die terreurdaden meer doen huiveren dan duizend andere aanslagen die een of meer van die ingrediënten missen. De moordaanslag op de kinderen in Peshawar miste ‘hoofdstad’, maar je zou zeggen dat ze overgecompenseerd was qua ‘kernwaarde’: veilig onderwijs, scholen moeten uit de war zone blijven. Hetzelfde geldt voor de vrije meningsuiting.

Eind december deed Simon Schama een hartstochtelijk beroep op , ja eigenlijk de hele wereld, om de massa-aanslag op onderwijs aan onze kinderen te stoppen, whatever it takes. Zijn schreeuw is aan ons voorbij gegaan, kennelijk speelt ‘afstand’ ook een rol in de afgrijselijkheidsindex. Maar zijn oproep, twee weken voor Parijs, was er niet minder waar om: de armies of ignorance moeten gestuit worden.