Research

Europe and the EU

Op-ed

Explosief mengsel bedreigt de Unie

24 Feb 2015 - 10:15
Source: Flickr / Lorenzo Gaudenzi

Bij de recente verkiezingen in Griekenland behaalde de Eurokritische partij Syriza een daverende overwinning. Veel Grieken gaven daarmee hun stem aan een partij die hun belooft Griekenland te ontdoen van het door Europa opgelegde juk van bezuinigingen. Als nu in Spanje verkiezingen zouden worden gehouden, zou een soortgelijke partij, Podemos, gevoed door dezelfde frustratie de grote winnaar worden. En net als bij Syriza zou bevrijding van de strenge begrotingseisen van Brussel de inzet zijn van onderhandelingen met de EU van een door deze partij geleide Spaanse regering.

In Italië is het al niet anders. Daar is een regering onder leiding van Matteo Renzi aangetreden, die met de hete adem in de nek van de Eurokritische Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo aandringt op aanpassing van het door Europa opgelegde bezuinigingsbeleid.

Dat Zuid-Europa bezuinigingsmoe is, is duidelijk. Maar beperken de onvrede over de EU en de Euroscepsis zich tot het Zuiden of gaat het hier om een breder en fundamenteler fenomeen? Het eerste zou ernstig genoeg zijn. Immers, een Noord-Zuidtegenstelling binnen de EU zal een normaal functioneren van de Unie belemmeren. De moeizame onderhandelingen over de Griekse schuld zijn het bewijs. Maar het tweede scenario, een uitbreiding van de Eurokritische veenbrand naar de rest van de EU, zou tot een existentiële crisis kunnen leiden.

Op het eerste gezicht is er voldoende reden om dit tweede scenario te vrezen. De verkiezingen voor het Europese Parlement in mei 2014 liepen dan weliswaar uit op een teleurstelling voor de Nederlandse PVV, in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk werden het Eurokritische Front National en de uitdrukkelijk anti-Europese UKIP de grootste partijen. Buiten deze twee landen won ook in andere lidstaten de Euroscepsis aan kracht.

Tegelijkertijd valt echter op dat de meeste Eurosceptische winnaars niet tegen de EU of Europese integratie zijn. Zij zijn tegen deze Europese Unie, en dan vooral tegen het liberale migratiebeleid en de bezuinigingen. Heronderhandelen over de Europese verdragen; dat is bijvoorbeeld de belangrijkste inzet van Marine Le Pen, mocht zij met haar Front National de baas worden in Frankrijk. Van de serieuze politieke bewegingen zet alleen de Britse onafhankelijkheidspartij UKIP in op uittreding uit de EU. Maar dat past naadloos in een lange Britse traditie om vooral afstand te houden van het Europese continent. Een terugverlangen naar een imperiaal verleden dat geen enkele relatie meer heeft met de wereld van vandaag. Daarnaast: veel van de frustratie is op het eerste gezicht ingegeven door de opgelegde bezuinigingspolitiek. Gaat het economisch beter, dan zal de weerstand verdwijnen, zo is de hoop. Tot slot, het gezelschap aan Eurocritici is onderling zo verdeeld, dat het zich op Europees niveau op voorhand buiten spel heeft weten te plaatsen.

Is het zo simpel? Te vrezen valt van niet. Los van het gegeven dat ook in het belangrijkste land van de EU, Duitsland, een meer Eurokritische houding via de Alternative für Deutschland salonfähig begint te worden, staat de opkomst van deze bewegin gen voor een explosief mengsel dat de Unie in haar kern bedreigt. Natuurlijk, de economie en bezuinigingen spelen een belangrijke rol. Maar wie denkt dat dit probleem wordt opgelost met een procentje economische groei, houdt zichzelf voor de gek. Eerder staat Europa voor een lange periode van lage groei, die binnen de lidstaten de verhoudingen tussen zij die kansen hebben en de kansarmen verder onder druk zal zetten.

Flexibilisering van arbeidsmarkten, meer eigen verantwoordelijkheid van de burger; het zijn slogans waarachter groeiende maatschappelijke ongelijkheid en toenemende frustratie van hen die niet in staat zijn tot zelfredzaamheid schuilgaan. En waar deze maatregelen verkocht worden als opgelegd door Europa - een voor nationale politici vaak te verleidelijk verkooppraatje - is datzelfde Europa de zondebok.

Maar was het maar alleen de economie! De Euroscepsis wordt ook gevoed door wantrouwen tegen de politieke elite, de 'hoge heren' die altijd wel een duister compromis weten te vinden, tegen de overheid en haar instellingen, tegen de banken en het geld, tegen alles dat onze samenlevingen juist de stabiliteit zou moeten bieden die nodig is om burgers vertrouwen in diezelfde politiek te geven. Als derde is daar wat in het Engels identity politics heet: het terugverlangen naar een eigen nationale identiteit en veilige thuishaven, die niet bedreigd worden door migranten, moslims, of door wat dan ook dat van buiten komt. Vaak gebaseerd op een irreëel beeld van het verleden, is dit een voorstelling die in de roerige wereld van vandaag voor velen te aantrekkelijk is om niet te omhelzen. En vanuit dat beeld is het open Europa per definitie bedreigend.

De Europese Unie kan alleen functioneren als de lidstaten bereid zijn tot redelijkheid en compromissen. Dat vermogen staat gezien het bovenstaande zwaar onder druk. Europa is binnenlandse politiek geworden. Dat is geen geruststellende gedachte.