Research

Op-ed

Een deal met Iran is zo slecht nog niet

20 Apr 2015 - 09:44
Source: Flickr / United States Mission Geneva

Halbe Zijlstra doet de deal met Iran af als slecht, maar de argumenten die hij aandraagt, overtuigen niet.

Op 8 april schreef Halbe Zijlstra een stuk in NRC Handelsblad onder de kop ‘Deal met Iran is juist riskant en onzeker’. Die kop is correct, want er is geen speld tussen te krijgen: riskant en onzeker. Je weet nooit of de andere partij zich aan een deal zal houden, en dat kan knap vervelend zijn als jij dat wel doet. Er is bij mijn weten nog nooit een deal tussen landen gesloten die niet riskant en onzeker was.

Een goede overeenkomst zorgt er altijd voor dat de naleving goed geregeld is, en dat er zo min mogelijk wordt gesteggeld over definities en feiten. En verder moeten de politici die een deal nastreven, er vooral voor zorgen dat het middel niet erger is dan de kwaal.
VVD-kamerlid Han ten Broeke schreef dat geen deal beter is dan een slechte deal, zijn baas Halbe Zijlstra concludeert in zijn artikel dat een diplomatiek akkoord dat de weg naar een Iraanse bom daadwerkelijk blokkeert, beter is dan elk ander alternatief. Hetzelfde standpunt in andere woorden, want wie Zijlstra’s stuk leest, kan niet anders dan concluderen dat voor hem ‘riskant en onzeker’ synoniem zijn met ‘slecht’.

Slechte argumenten
Ik vind een riskante en onzekere deal soms aanvaardbaar. In dit geval ook, want ik vind dat er een acceptabele tijd is gekocht om de risico’s en onzekerheden nu verder te reduceren. En de argumenten van Zijlstra zijn op een aantal punten niet sterk, of niet overtuigend.

Qua feiten is het onzin en gênant dat hij spreekt over afspraken ‘ten aanzien van de mogelijkheden om uranium en plutonium te verrijken’. Plutonium wordt niet verrijkt, en dit akkoord spreekt overigens al van stopzetting, geen beperking van de huidige activiteiten van de gewraakte Arak-reactor.

Het toestaan van vijfduizend uraniumverrijkingscentrifuges vindt Zijlstra ‘riskant, want deze installaties kunnen ook voor niet-vreedzame doeleinden worden gebruikt’. Er draaien honderdduizenden ultracentrifuges op de wereld die niet riskant worden gevonden omdat ze onder toezicht staan. Dat toezicht zal ook in Iran plaatsvinden. Het Plan of Action, dat op 24 november 2013 de uitgangspunten voor de onderhandelingen vastlegde, heeft er nooit een geheim van gemaakt dat de eindsituatie Iran zou toestaan ‘to fully enjoy its right to nuclear energy for peaceful purposes under the relevant articles of the Non Proliferation Treaty’. Ergo: een land mag die centrifuges hebben. Ik heb nooit vernomen dat de VVD tegen de onderhandelingen as such op die basis was.
Zijlstra zegt dat de deal geen beperkingen stelt aan de ontwikkeling van ballistische raketten door Iran, en dat in de richtlijnen uit 2013 stond dat Iran wel aan alle VN-resoluties ter zake moet voldoen. Zou ik ook willen, maar de richtlijnen waren vager: de final step moet ‘addressing the UN Security Council resolutions’ inhouden. To address is echt geen voldoen aan, jammer maar helaas.

Elf jaar
Iran heeft zich tijdens de onderhandelingen vrijwel, maar inderdaad niet helemaal gehouden aan de verplichtingen die in 2013 waren vastgelegd. Er is nog onzekerheid over twee van de oorspronkelijk twaalf zorgen die het Atoomagentschap had over militaire dimensies van de Iraanse activiteiten, o.a. in Parchin. Maar om te schrijven dat ‘toegang van inspectieteams door het regime in Teheran stelselmatig (wordt) geweigerd’ gaat te ver. Ten slotte schrijft Zijlstra dat de winst van het akkoord slechts is dat de break out time van Iran tot één jaar is vertraagd. Onjuist: het is elf jaar, want het akkoord baant de weg voor tien jaar uitvoering, verder praten en ingrijpende inspecties, en het zal Iran na eventueel vruchteloos aflopen van de deal nog een jaar kosten om de bom te maken. Onzeker en riskant, maar elf is geen één.