Research

Security and Defence

Op-ed

Een integraal veiligheidsbeleid is er nog altijd niet

01 Feb 2016 - 09:14
Source: Bas van der Schot

Het soort dreigingen is veranderd, waardoor het verschil tussen externe en interne (on-)veiligheid vervaagt. Dan krijg je crisisdiplomatie in de Schilderswijk, Genève aan de Jan Hendrikstraat.

Hoewel niemand in veiligheidsland nog aan de oude gedachte vasthoudt dat er een dikke streep tussen nationale en internationale veiligheid valt te trekken, is de praktijk er vaak nog een van twee werelden. Natuurlijk merken ze in Veen of Spijkenisse nogal weinig van het grensconflict tussen India en Pakistan, of van de Chinese claims op delen van de Zuid-Chinese Zee. Al betekent dat laatste dat onze scheepswerven plotseling kunnen verdienen aan de bouw van patrouilleschepen voor de landen die een antwoord willen hebben op China. Het wordt al anders als Poetin de Krim annexeert. Dan veroorzaken de sancties tegen Rusland donkere gezichten bij de kwekers in het Westland. Met de stelling dat er geen grens meer te trekken is tussen nationale en internationale veiligheid wordt iets nieuws bedoeld, een nog nauwere verwevenheid dan het oude feit dat Nederland een afhankelijk handelsland is.

Het soort dreigingen is veranderd, waardoor het verschil tussen externe en interne (on-)veiligheid vervaagt, en ik denk dat (voor zover dat verschil nog wél bestaat) tijd en afstand bijna geen rol meer spelen. De dreigingen van een terreuraanslag om de hoek, het risico dat een Oost-Europese hacker uw bankrekening plundert of een Aziatisch cyberbataljon zich van de besturing van een West-Europese kerncentrale meester maakt, de kwade kans dat uw zwangere dochter op vakantie in Brazilië door de zika-mug wordt gestoken: het is allemaal niet zo onwaarschijnlijk meer als tien of twintig jaar geleden. Terrorisme, klimaatdreiging, cyber als vijfde slagveld (na land, zee, lucht en ruimte), of de verspreiding van epidemieën: het zijn voorbeelden van onveiligheid die niet door grenzen zijn te stuiten en ook geen lange waarschuwingstijd kennen. Een duidelijke afzender hebben ze ook niet, waardoor je de boosdoeners ook niet kunt afschrikken door met vergelding te dreigen.

Een jaar geleden vroeg de Politie Haaglanden me om eens anderhalf uur over deze vervaging van veiligheid te komen praten. Het is voor een Haagse agent, werkend in een wijk met 50.000 mensen van meer dan honderd verschillende nationaliteiten, niet eenvoudig meer om vrede en recht te bewaren. De commissaris zei dat op het hoogtepunt van de slag om de (Noord-Syrische) stad Kobani exact dezelfde bevolkingsgroepen letterlijk op de stoep van zijn bureau stonden. Koerden, Turken en Syriërs stonden klaar om (meer dan) een spiegelstrijd te voeren en verlangden een adequate rol van de Haagse autoriteiten. De commissaris moest niet alleen commissaris zijn, maar op dat moment bovenal ook een kloon van VN-gezant Staffan de Mistura of van Ban Ki-moon zelf. ‘Wat moet ik dan doen?’ was de voor de hand liggende vraag van de politieman, die de omgekeerde rol vervulde van de militair en de diplomaat die op vredesmissie naar het buitenland gaan. Crisisdiplomatie in de Schilderswijk, Genève aan de Jan Hendrikstraat. De transportband van het Syrische conflict naar de binnenstad van Den Haag was breed en snel: familiebanden, social media, de schotelantenne, de smartphone – even vanzelfsprekend als snel verplaatst informatie over conflicten en meningsverschillen zich over de wereld en zo worden die conflicten duizendvoudig gelokaliseerd. De keerzijde van globalisering.

In ons land loopt de institutionele benadering van veiligheid nog achter de feiten aan. Het ministerie van Buitenlandse Zaken doet de externe veiligheid met Defensie als uitvoerend orgaan, het ministerie van Veiligheid en Justitie doet de interne veiligheid. Ze maken er het beste van, maar een integraal veiligheidsbeleid is er nog altijd niet: iedereen maakt zijn eigen nota’s en risicobeoordelingen. De burgemeesters van Ede en Heesch en Veen, de commissarissen van de Koning krabben zich achter de provinciale oren. De ‘buitenlandse’ opvang in de regio heeft voor hen ineens een barre binnenlandse betekenis gekregen.