Research

Security and Defence

Op-ed

Even checken: wat verstaat IS eigenlijk onder 'onderhandelen'?

30 Mar 2016 - 10:53
Source: Bas van der Schot

Steeds vaker klinkt de oproep om ondanks alles met IS te onderhandelen. Zelf heeft de terreurorganisatie wel wat ideeën over hoe zulke onderhandelingen eruit moeten zien.

In haar tv-college merkte de (terecht) veelgeprezen terrorismedeskundige Beatrice de Graaf op dat er ondanks alles wel met IS onderhandeld moest worden, sterker nog, dat de organisatie dat zelf had aangeboden en dat er, aangezien IS een blijvertje is, weinig anders op zit dan op die uitnodiging in te gaan. Ze verwees daarbij naar DABIQ, het Engelstalige glossy magazine waarin de organisatie gratis en juichend zijn activiteiten in de wereld toelicht.

Dat was een opmerkelijke aanbeveling die enige nadere aandacht behoeft, zeker na ‘Brussel’, dat op het eerste gezicht moeilijk als een onderhandelingsaanbod aan de westerse liberale democratie kan worden uitgelegd. Nu ben ik niet principieel tegen onderhandelen met je vijand, en ik weet ook dat onderhandelen niet per se als handreiking maar neutraal als ‘poging tot vergelijk’ kan worden gezien. Moshe Dayan zei al: ‘If you want to make peace, you don’t talk to your friends. You talk to your enemies.’ En eerder Winston Churchill: ‘To jaw-jaw is always better than to war-war.’ Maar het lijkt me in het licht van Parijs en Brussel (en vele andere slachtoffersteden verder uit de buurt) toch raadzaam om even na te gaan wat IS eigenlijk zelf onder ‘onderhandelen’ verstaat.

Dat het IS-kalifaat geen tijdelijke actiegroep maar een nieuwe staat wil zijn, blijkt onder meer uit de IS-papers, op 7 december onthuld in The Guardian. Dat IS tot onderhandelen bereid zou zijn, kan inderdaad blijken uit het aanbod van een wapenstilstand (truce) omdat het nieuwe kalifaat het bestaan van een boze buitenwereld erkent, waarmee nu eenmaal ‘externe betrekkingen’ moeten worden onderhouden. Maar in DABIQ staat ook dat ‘er niets verandert voor de Islamitische Staat. (…) Deze zal oorlog blijven voeren tegen de afvalligen totdat ze berouw zullen krijgen van hun afvalligheid. Ze zal oorlog blijven voeren tegen de heidenen tot ze de islam aanvaarden.’ Hoe dan ook: ‘Daarna zullen dankzij Allah’s macht de slavenmarkten in Rome beginnen.’

In de IS-papers staat nog meer over onderhandelen. Onder het hoofdje ‘Externe betrekkingen’ staat dat de uitkomst van zulke onderhandelingen niet in strijd mag zijn met de sharia. Letterlijk: elke bemoeienis van een andere staat met het islamitisch bestuur is uit den boze, ongelovigen of agressoren en zelfs vrienden mogen geen voet over de grens van het IS-kalifaat zetten, de onderhandelingspartner zal altijd moeten beloven dat hij de moslims in zijn land ‘goed behandelt’, en het is niet toegestaan om te onderhandelen met landen die in het verleden vijandig tegenover de verspreiding van de islam stonden of dwarslagen als het om de bouw van moskeeën ging. Een volgend voorbehoud is het gebod dat moslims hoe dan ook al hun rechten en vrijheden zullen behouden in de staten waarmee IS een overeenkomst sluit.

Dat geven en nemen grenzen kent, blijkt het duidelijkst uit bepaling 4 van het hoofdstuk ‘Externe betrekkingen’: elke overeenkomst met IS moet de clausule bevatten ‘that the agreement should first be in the interest of the Muslims, not in the interest of the disbelievers’.

Begin er maar aan.

IS houdt het wel-of-niet-onderhandelingsdebat in het Westen overigens uitstekend bij. Van de laatste publicaties door het Georgisch Caucasus Strategic Studies Institute tot en met Foreign Policy; alles wordt scherp gevolgd. De voorstanders van onderhandelen worden gewaarschuwd tegen te hoge verwachtingen: een wapenstilstand oké, maar zie boven wat de uitkomst moet zijn. En ‘the mujaheddien would never accept partnership with the West. But if western nations want a truce, they really should think thrice (3x) before throwing away the chance’. Tot zover het college.