D66 en sociaal Europa: een democratischer unie
Een sterk Europa
Een sociaal Europa is een sterk Europa, waarbij haar leden samen optrekken om de grote problemen van vandaag op te lossen en elkaar daarbij ondersteunen. Dit was met de aanvang van Europese integratie na de Tweede Wereldoorlog al het idee. Om een rol te kunnen spelen in een globaliserende wereld en goed voor de dag te komen, kunnen bepaalde zaken alleen op Europees niveau worden georganiseerd en opgelost.
Een sociale euro
Een voorbeeld is de euro. De euro verschaft Europa de mogelijkheid op mondiaal niveau te concurreren en daarmee welvaart te bieden aan de Europese burgers. Door een gezamenlijke munt kan een land echter niet meer extern devalueren om weer concurrerend te worden in geval van crisis. Interne devaluatie is dan nodig: hervormingen en bezuinigingen, zoals loonmatiging en flexibilisering van de arbeidsmarkt. Maar Europese noodfondsen zijn ook nodig, om die periode van hervormingen te overbruggen. Alleen zo kan de vicieuze cirkel van wantrouwen en onrust op de financiële markten op de korte termijn worden doorbroken en worden voorkomen dat door besmettingsgevaar de hele muntunie geschaad wordt.
Sociaal is dat Griekenland fondsen en schuldverlichting heeft gekregen in ruil voor het strikt nakomen van afspraken en het doorvoeren van hervormingen. D66 was daarom fervent voorstander van het Six Pact. Binnen het Europese Semester kunnen zowel op economische en sociale beleidsvraagstukken best practices worden uitgewisseld tussen de landen. Het is van belang dat landen elkaar ondersteunen volgens deze principes. Een functionerende Griekse economie zorgt namelijk voor een gunstige afzetmarkt voor de overige lidstaten. Wel is Griekenland een atypisch geval met uiteenlopende structurele bestuursproblemen, en hebben we te maken gehad met bepaalde democratische keuzes van verschillende Griekse regeringen.
Nog belangrijker om te vermelden is dat de crisis die Europa heeft geraakt geen eurocrisis maar een schuldencrisis was, waarbij zwakke banken, publieke schulden en een crisis in het concurrentie-en groei vermogen van Europese economieën een vicieuze cirkel vormde. De huidige bankenunie, waarbij de banken elkaar verzekeren zonder dat de belastingbetaler hoeft op te draaien voor het redden van banken, is deel van de oplossing die noodzakelijk is om de Europese (financiële) markt te reguleren.
Een toekomstige federatie
Daarnaast zijn er ook vaste Europese budgetten nodig, met een duidelijke democratische legitimerning vanuit het Europees parlement, om zo een krachtig Europees economisch beleid te kunnen voeren en te investeren in achtergestelde regio’s. Uiteindelijk kan Europa het beste richting een federatie gaan waarbij het net als in Amerika garant staat voor de deelstaten. Op heel veel gebieden is Europa trouwens nodig. Denk aan migratie, grensbewaking, buitenlandse zaken, defensie en klimaat. Alleen zal die federatie zeker nog 20-30 jaar moeten wachten omdat de verschillen tussen de landen daar nu te groot voor zijn.
Geen zwart-wit Europees verhaal
D66 pleit er ook niet voor om alles gedetailleerd op Europees niveau uit te werken. De staten in Amerika hebben ook veel autonomie. Je hebt bestuursstructuren op verschillende niveaus nodig: gemeente, provincie, nationale overheid en de EU, en je dient de democratie in alle lagen te verzekeren.
Het argument dat een Europese demos niet mogelijk zou zijn, kan worden ontkracht door het feit dat natievorming historisch ook in gang is gezet. De verschillen in politiek, cultuur en economie tussen Maastricht en Den Haag waren groot en zijn er nog steeds. Toch is Nederland een natie. In de VS bestaan die verschillen evenzo tussen Sillicon Valley, New York of Mississippi. Uiteindelijk zijn toch gezamenlijke belangen gevonden, politieke kaders gecreëerd, alsook daarna democratisch gefundeerd. Sociale wetgeving op Europees niveau is daarbij niet per se uit te sluiten over 100 jaar. Eerst had je ook sociale wetgeving en vakbonden op het niveau van steden, wat later naar nationaal niveau getild is.
Huidige tendens van sociaal Europa niet optimaal
Ideeën om crises in lidstaten te verhelpen door het ontwikkelen van financiële stabilisatie mechanismen, zoals de onlangs in het Europees Parlement besproken, anticyclische inkomensstabilisatie en de gedeeltelijke bundeling van werkeloosheidsregelingen tussen de lidstaten, klinken misschien mooi. Maar het is uiteindelijk niet de juiste koers. Er ontstaan dan overal intergouvernementele potjes die een onoverzichtelijke black box vormen waarbij de democratische legitimiteit zoek is. Je hebt algemene Europese budgetten nodig met democratische verantwoording op Europees niveau.
Juncker’s social triple A
De Europese Commissie doet er goed aan binnen de huidige economische regels flexibiliteit toe te passen bij macro-economische onevenwichtigheden om zo sociale doelstellingen te waarborgen. Het Junckerfonds is eveneens een aardig initiatief. Alleen was het beter geweest als er meer fondsen kwamen voor sociale cohesie, zoals de bestaande structuurfondsen, en ook voor financiering van Europa brede belangen zoals investeringen in klimaat, energie en innovatie.
De Asscher agenda
De huidige arbeidsmobiliteit agenda van Minister Asscher, onder het mom van hetzelfde loon voor hetzelfde werk op dezelfde plek, is meer dan logisch. Een sociaal Europa is namelijk niet een race to the bottom maar een Europa waarbij we elkaar aanvullen, waar mensen met een bepaald talent of een bereidheid werk te doen, ergens anders een gat kunnen opvullen. Lidstaten moeten uiteindelijk zelf sterk worden in plaats van hun toevlucht tot (oneerlijke) arbeidsmobiliteit te nemen.
Prioriteiten
Voor een sterk en sociaal Europa is het nu prioriteit de bankenunie verder te voltooien, de instituties en kaders te creëren die macro-economische en sociale onevenwichtigheden benoemen en een serieuze discussie te voeren over het creëren van de benodigde Europese budgetten met de vereiste democratische legitimiteit op Europees niveau.
___
Wouter Koolmees is Tweede Kamerlid namens D66.