FNV en Europa: sociaal beleid dat ons omhoog concurreert
Ondanks de ontwikkelingen in afgelopen jaren is Europese integratie er nooit voor bedoeld geweest om elkaar naar beneden te concurreren, juist omhoog. De vooral geopolitiek geïnspireerde uitbreiding naar Oost-Europa heeft een aantal dingen verscherpt, omdat men bewust naliet de uitbreiding met stevig sociaal beleid te begeleiden, dat de steun van burgers in Oost en West Europa voor die uitbreiding had kunnen bevorderen.
De sociaaleconomische kloof werd geacht vanzelf te worden gedicht: de bedrijven komen naar Oost-Europa, de mensen naar West-Europa. Daar zijn problemen van gekomen, naast het huidige Europese economische en monetaire beleid – vooral sinds de economische crisis - waartoe de lidstaten elkaar verplichten maar Brussel de schuld van geven.
Een sociaal Europa of een sociale politiek?
De neiging bestaat om van Europese politiek iets heel anders te maken dan de politiek in lidstaten. Ik ben niet ‘tegen Europa’: we zijn immers ook niet tegen (of voor) Nederland, we zijn voor of tegen bepaald politiek beleid. De vraag is of de nationale verzorgingsstaat nog in staat is werkelijk welvaart te garanderen in een globaliserende economie. Normale politiek heeft in een land zowel een economische, politieke als sociale dimensie: op Europees niveau is een stevige sociale dimensie nodig – die dus nu nog ontbreekt - anders blijft het economische voortdurend de boventoon voeren.
Dat wil niet zeggen dat alles op Europees niveau gedetailleerd moet worden georganiseerd. Het gaat erom een aantal minimum normen of basisregels op Europees niveau te verankeren. Zo is er recent het idee van een Europese basisregeling voor een werkeloosheidsuitkering. Maar in het verleden zijn op die manier ook minimumregels over werktijden vastgelegd, en gelijke behandeling van mannen en vrouwen op de werkvloer. Vooral dit laatste heeft in veel lidstaten waaronder Nederland veel vooruitgang in Nederland gebracht.
De EU is geen supranationale staat. De lidstaten hebben een forse vinger in de pap bij de vormgeving van wat ‘de EU’ is. De koers van de EU is dus ook afhankelijk van de politieke kleur van de landen. Die koers is in recente tijden vooral door conservatieve regeringen bepaald, vandaar dat ook de EU een behoorlijk neo-liberaal imago heeft. De lidstaten hebben de EU ook tijdens de crisis niet veel ruimte gegeven, en er bijvoorbeeld toen niet voor gekozen om de EU een glansrol te laten spelen en te laten zien dat Europese samenwerking met investeringen en werkgelegenheidsprogramma’s mooie resultaten zou kunnen brengen.
Juncker’s social triple A
De sociale ambitie van Juncker is wellicht groter dan hij tot nu toe in zijn beleid tot uitdrukking komt. En misschien heeft hij wel gelijk dat het de Commissie is van de ‘laatste kans.’ Maar met de beperkte ruimte die de Commissie van de lidstaten krijgt blijft het toch bij ‘van niets, iets maken’. Het Junckerfonds is een investeringsfonds waar uiteindelijk niet veel Europees geld in zit. Het is een motor om geld ergens anders vandaan te halen. Ook het op zich mooie idee van een globaliseringsfonds is nog niet echt van de grond gekomen. Interessant is zijn voorstel een ‘sociale pijler’.
De Asscher agenda en de detacheringsrichtlijn
De detacheringsrichtlijn kwam in de jaren ’90 tot stand om problemen die ontstonden met betrekking tot het zogenoemde ‘vrij verkeer van diensten’ – na de toetreding van de Zuid-Europese landen - op te lossen. Bij vrij verkeer van diensten moet je denken aan een uitzendbureau of (onder)aannemer die gevestigd is in het ene land en mensen uitzendt naar of klussen aanneemt in een ander land.
Probleem is dat de betrokken werknemers dan niet onder het vrije verkeer van werknemers vallen (wat gelijke behandeling in het werkland regelt). De detacheringsrichtlijn regelt dan in dat geval in ieder geval een aantal minimumvoorwaarden die in het werkland gelden. De huidige richtlijn gaat niet ver genoeg en Minister Asscher en de Europese Commissie stellen nu, na jarenlange lobby door de vakbeweging, een aantal verbeteringen voor.
De FNV steunt die, maar heeft nog wel wat extra wensen. In onze visie moet het vrije verkeer van diensten zich beperken tot echt kortdurende dienstverlening, zoals een Tsjechische loodgieter die 10 km de grens overgaat voor een klus van twee weken- en niet van toepassing zijn op een bouwvakker uit Oost-Europa die jaren achtereen op een bouwplaats in Berlijn staat. Het helemaal schrappen van de richtlijn is ook geen goed idee: arbeidsmobiliteit van werkenden in Europa moet eerst nog steviger via het werklandbeginsel geregeld worden.
Versterking Sociale Dialoog
Europa moet er zorg voor dragen dat ondanks de druk van de economische crisis lokale en regionale afspraken standhouden, en sociale partners een rol kunnen spelen bij de aanpak van de crisis. Maar in de afgelopen jaren is dit echt met voeten getreden. Terwijl in Estland werknemers en werkgevers afgesproken hadden hoe ze de crisis te lijf zouden gaan, heeft het IMF samen met het Europees economisch toezicht (de zogenaamde Trojka) hun voorstellen aan de kant geschoven. In Griekenland zijn zulke vergaande eisen gesteld (waaronder de afbraak van hun cao-systeem) dat zij zichzelf niet meer uit de crisis kunnen regelen.
De Denen zien de herziening van de detacheringsrichtlijn wat mij betreft ten onrechte als een bedreiging van hun sociale model. Elke vakbond verdedigt het principe van autonomie op het terrein van de loonvorming, maar de voorstellen voor de detacheringsrichtlijn regelen vooral dat er een Europese bodem wordt bepaald, waarboven je alle ruimte houdt om bij cao betere regelingen te treffen. Het is wel belangrijk te kijken wat Europese voorstellen voor effect hebben op de verschillende systemen in de lidstaten en de diversiteit van arbeidsverhoudingen te respecteren. De detacheringsrichtlijn heeft niet tot doel daarop in te grijpen.
Ander Europees ingrijpen, zoals het debat over flexibilisering van de arbeidsmarkt en de landen specifieke aanbevelingen van de Commissie, kunnen echter wel diepe sporen nalaten in lidstaten. Een actueel voorbeeld is Frankrijk dat economisch niet zo goed presteert. Het land heeft al twee keer haar arbeidswetgeving aangepast. De Europese opdracht om verder aan het minimumloon te morrelen, het ontslagrecht te wijzigen en neo-liberaal beleid tussen de oren van de gemiddelde Fransman te krijgen, zet de Franse regering nu onder enorme druk terwijl er verkiezingen in aantocht zijn. Dan vraag je om problemen, zie alle acties die nu daar plaatsvinden.
Europese vakbonden
Ondanks verschillen tussen Europese vakbonden zijn we het allemaal eens met de hoofdlijn: er moet sprake zijn van ‘gelijk loon voor gelijke arbeid op dezelfde werkplek’. Als Nederlandse vakbond voeren we acties samen met Oost-Europese collega’s, bijvoorbeeld in het transport , en laten wij zien dat het niet zozeer de Pool is die je baan inpikt maar de werkgever die creatief gebruik (of ronduit misbruik) maakt van ingewikkelde regels en die Oost-Europese collega’s uitbuit, en dat we samen moeten strijden voor betere lonen en arbeidsvoorwaarden, betere regels en betere handhaving daarvan. De bestuurders van de meeste Europese vakbonden kiezen nog steeds voor het veroveren van ‘Europa’ voor de burger en werknemer in plaats van ‘tegen’ Europa te zijn.
Lees hier de uitgebreide Europese visie van FNV.
____
Catelene Passchier is Vice-Voorzitter van de FNV.