Research

Europe and the EU

Articles

Waarover gaat dit akkoord?

15 Mar 2016 - 09:02
Source: © European Union, 2013
Wat is een associatieovereenkomst?

Een associatieovereenkomst (ook wel associatieverdrag of associatieakkoord genoemd) bestaat primair uit bindende afspraken op het gebied van economische samenwerking en handel, die vaak gepaard gaan met afspraken over de bescherming van mensenrechten en handhaving van de rechtsstaat.

Voor het opstellen en sluiten van een dergelijke internationale overeenkomst geldt een bijzondere besluitvormingsprocedure. Dit betekent dat de Europese Commissie met een voorstel komt voor de Raad van Ministers (Raad) om tot onderhandelen over te gaan. Als de Raad het voorstel accepteert, wordt een associatieraad samengesteld die namens de EU onderhandelt met het derde land over bepaalde onderdelen in het verdrag - zoals de geleidelijke afschaffing van douanerechten, in- en uitvoervolumes en de procedure in geval van toekomstige handelsgeschillen. De samengestelde associatieovereenkomst moet uiteindelijk worden goedgekeurd door de Raad en het Europees Parlement (EP). Tijdens de stemmingen in de Raad en het EP kan voor of tegen het verdrag worden gestemd, maar er kunnen geen wijzigingen in het verdrag worden aangebracht. Vervolgens treedt de associatieovereenkomst pas in werking wanneer alle EU-lidstaten het verdrag officieel goedkeuren (ratificeren).

De associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne is door alle lidstaten geratificeerd, met uitzondering van Nederland. Hoewel in Nederland zowel de Tweede als de Eerste Kamer heeft ingestemd met het verdrag, kan de regering pas een beslissing nemen over de definitieve goedkeuring na de uitslag van het raadgevend referendum op 6 april. Intussen is een deel van het verdrag, dat met name gericht is op handel, al op 1 januari 2016 in werking getreden. Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders stelt dat 70 procent van de artikelen in het verdrag voorlopig wordt toegepast. 

Leidt een associatieovereenkomst tot EU-lidmaatschap?

De EU heeft al verschillende associatieovereenkomsten gesloten met derde landen. Dit loopt uiteen van zeer uitgebreide overeenkomsten met IJsland, Liechtenstein en Noorwegen tot lichtere vormen van samenwerking met Zuid-Afrika, Chili en Syrië. Omdat de achtergrond van ieder land waarmee de EU een associatieovereenkomst sluit verschilt, is ook de inhoud ervan nooit helemaal hetzelfde.

Het sluiten van een associatieovereenkomst betekent dus niet per definitie toekomstig EU-lidmaatschap. Zo heeft de EU bijvoorbeeld tussen 1998 en 2005 associatieovereenkomsten gesloten met Libanon, Algerije, Egypte, Jordanië, Israël, Marokko en Tunesië. In deze ‘Euro-mediterrane partnerschappen’ wordt niet aangestuurd op EU-lidmaatschap, maar wel op de eerbiediging van Europese normen en waarden als democratie, fundamentele mensenrechten en handhaving van de rechtsstaat. Verder heeft de EU in 2003 een bijzondere associatieovereenkomst gesloten met 79 landen uit Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, de zogeheten ACS-landen. Deze samenwerking is gericht op economische samenwerking, ontwikkelingssamenwerking en het bevorderen van mensenrechten en democratie.

In sommige associatieovereenkomsten wordt wel nadrukkelijk verwezen naar toekomstig EU-lidmaatschap. Zo bevat de associatieovereenkomst met Turkije, dat al in 1964 werd gesloten, wel een verwijzing naar toekomstig EU-lidmaatschap. [1] Daarnaast heeft de EU na het uiteenvallen van Joegoslavië in 1999 zogenoemde Stabilisatie- en associatieovereenkomsten gesloten met Macedonië, Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Servië, Kroatië, Slovenië en Albanië met het oog op stabiliteit in de regio én toekomstig EU-lidmaatschap. De onderhandelingen over politieke en economische hervormingen waren het eerst afgerond met Slovenië, dat in 2004 kon toetreden tot de EU, gevolgd door Kroatië in 2013. Het stabilisatie en associatieverdrag met Kosovo is lange tijd niet geratificeerd vanwege de onzekere status van het land – internationaal wordt het niet overal erkend. Per 1 april 2016 is het verdrag nu toch in werking getreden. Verder hoopt Servië in 2020 klaar te zijn voor het EU-lidmaatschap.

Wat houdt de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne in?

De associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne is dus niet uniek, maar volgt in een hele reeks overeenkomsten met landen buiten de EU. De integratie in de Europese binnenmarkt door een DCFTA (Deep and Comprehensive Free Trade Area) in ruil voor hervormingen en aanpassing aan EU-standaarden is wel bijzonder en is voorts slechts met Moldavië en Georgië gesloten. In 2013 ondertekende de EU al een associatieverdrag met Moldavië en Georgië, maar niet met Oekraïne omdat de toenmalige Oekraïense president Viktor Janoekovitsj zich plots tegen het verdrag keerde - mede onder druk van Rusland.[2] Onder de nieuwe president van Oekraïne, Petro Porosjenko, is de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne nieuw leven ingeblazen.

De uiteindelijk op elke punt en komma onderhandelde, juridisch doortimmerde associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne is zware kost voor de geïnteresseerde leek. Het akkoord omhelst bijna 300 pagina’s, plus een pak protocollen en definities, waarin de meest uiteenlopende onderwerpen aan bod komen: van kwekersrechten tot de ontmanteling van de kerncentrale Tsjernobyl, van vrijwaringsregels voor personenauto’s tot toegang tot de Europese Investeringsbank.

Het economische deel van de associatieovereenkomst is het meest omvangrijk. Maar liefst 15 hoofdstukken, 14 annexen en 3 protocollen worden gewijd aan de totstandkoming van de genoemde DCFTA, die binnen de komende tien jaar moeten worden bereikt. De doelstelling hierbij is ‘om de voorwaarden te scheppen voor versterkte economische en handelsrelaties in het licht van de geleidelijke integratie van Oekraïne in de interne markt van de EU, onder meer door het opzetten van een diepe en brede vrijhandelsruimte’ (Artikel 1, lid 2d van associatieverdrag).Dit gaat gepaard met een uitgebreide harmonisatie van wetten en regelgeving om EU-normen te handhaven in verschillende handel gerelateerde sectoren in Oekraïne. Het politieke karakter van de vereiste hervormingen op onder andere terreinen als bevordering van een democratische rechtsstaat en uitbanning van corruptie is bij met name Rusland op tegenstand gestuit. De hervormingsgezinde Maidan-krachten in Oekraïne zelf vinden echter juist dit element een steun in de rug van de EU.

Daarnaast is er nog een kort deel dat vooral over politieke samenwerking en afstemming gaat, bijvoorbeeld op veiligheidspolitiek gebied. Dit soort samenwerkingsclausules staan ook in veel andere akkoorden met derde landen en hebben geen dwingend karakter. Het gaat meer om regelmatig politiek overleg en afstemming dan dat hieruit meteen concrete samenwerking voortvloeit. Zo kan Oekraïne wellicht te zijner tijd op basis hiervan deelnemen aan een Europese vredesmissie. Maar de prioriteit voor Oekraïne ligt op veiligheidsgebied momenteel meer bij de harde veiligheid en hervorming van de strijdkrachten, waarvoor Kiev naar de NAVO kijkt en niet naar de EU. De wens om naast economische integratie ook te streven naar meer politieke samenwerking, betekent overigens niet dat Oekraïne hiermee op termijn ook lid van de EU wordt. Het akkoord is dus geen voorportaal voor lidmaatschap.

De complete tekst

De complete tekst van het associatieakkoord met Oekraïne vindt u in de Officiële bekendmakingen op Overheid.nl.

-----

Noten

[1] Pas in 1999 werd Turkije officieel aangemerkt als ‘toekomstig EU-lid’. De huidige Turkse president Erdogan wil de onderhandelingen over het EU-lidmaatschap nieuw leven inblazen, maar de onderhandelingen hierover verlopen stroef. Zo kwam het afgelopen jaar een buitengewoon kritisch voortgangsrapport uitgebracht door het Europees Parlement over de Turkse toetreding tot de EU.

[2] Op 22 februari 2014 werd hij door het Verchovna Rada afgezet als president van Oekraïne.