Research

Security and Defence

Op-ed

De frontsoldaten zijn tegenwoordig wijkagenten en onderwijzers

06 Sep 2016 - 14:02
Source: Bas van der Schot

Buitenlandse conflicten komen steeds vaker terecht op Nederlandse straten en scholen. Een ministerie van Importveiligheidsproblemen zou best van pas komen.

Begin 2015 kreeg ik een telefoontje van de politie Haaglanden. De leidinggevenden van het korps zaten met een probleem waar staatssecretaris Dekker (VVD, Onderwijs) vorige week pas achter leek te zijn gekomen: hoe was het mogelijk dat buitenlandse conflicten zomaar pardoes in Nederlandse straten en scholen terechtkwamen? De commissaris van het politiebureau in de Schilderswijk begreep het wel, maar wist zich geen raad met de oplossing. Op de avond dat zich een beslissende veldslag om de Syrische stad Kobane voltrok, had zich een menigte op de stoep van het politiebureau verzameld en dreigde een kopie van de strijd. De hele wereld had vanaf september 2014 maandenlang met spanning de ontwikkelingen daar gevolgd omdat IS de stad innam en honderdduizenden Koerden de grens met Turkije over vluchtten. De mannen en vrouwen van het politiekorps waren goed in wijkpatrouilles en huisbezoeken, maar daar hadden ze op dat moment weinig aan. ‘Ik was geen Bromsnor meer, maar moest ineens Ban Ki-moon of Staffan de Mistura zijn,’ was zijn bondige analyse, ‘ik had op dat moment de skills nodig om Turken en Koerden en Alevieten en nog tien andere groepen uit elkaar te houden om te voorkomen dat er een mini-Kobane werd uitgevochten.’

Televisie, telefoon, sociale media, familiebanden en de diaspora vormen samen de transportband waarmee buitenlandse conflicten realtime exportartikelen naar elke plaats op de wereld zijn geworden, hebben de grens tussen interne en externe veiligheid volkomen weggevaagd. De oude scheiding tussen de instituties (politie=blauw=binnenland, militairen= groen= extern) is wel een beetje fluïde geworden sinds terrorisme en cybercriminaliteit (of is het cyber war?) de moderne dreigingen zijn geworden, maar een ministerie van Importveiligheidsproblemen – wie verzint een kortere naam – begint wel een issue te worden. Gewoon erbij, want we hebben natuurlijk ook nog Mali, Rusland, IS en zeerovers, maar de frontsoldaten en -diplomaten in de moderne beveiliging zijn de wijkagenten, de burgemeesters en de onderwijzers van Sander Dekker. Zij hebben het dubbel moeilijk want de regels waar zij zich aan moeten houden, zijn toch iets anders dan in het noorden van Irak of de Hoorn van Afrika. De politiecommissaris in de Schilderswijk ontdekte na een moeizame speurtocht kleine sociologische openingen in het ingewikkelde weefsel van bevolkingsgroepen die gemakshalve als ‘allochtonen’ op een grote hoop geveegd worden en transformeerde zich – bijgetankt als Midden-Oostendeskundige – tot een lokale diplomaat/vredesgezant.

De grensvervaging tussen intern en extern neemt allerlei vormen aan en is daarom zo lastig te tackelen. De burgemeester van het badplaatsje Villeneuve-Loubet pakte het verkeerd aan. Zijn boerkiniverbod sneuvelde bij de Franse Raad van State. Symbolisch, in strijd met de fundamentele vrijheden en (te) preventief, want de aanleiding (een beetje publieke onrust op het strand) stond niet in verhouding tot de ophef die de maatregel zelf veroorzaakte, laat staan de dreiging die onder een boerkini schuilt. Zeker niet toen dienders demonstratief eisten dat vrouwen zich op het strand deboerkineerden. De vrijheid van kledingkeuze prevaleert.

Er zat onmiskenbaar iets discriminerends in het boerkiniverbod. Nadat onderbroekenterrorist Umar Farouk Abdulmutallab op kerstdag 2009 een vliegtuig probeerde op te blazen, is nooit een algemeen onderbroekenverbod voor donkere moslimvliegtuigpassagiers ingesteld. Na Richard Reid, de shoebomber uit 2001, is nooit verordonneerd dat lichtgetinte Britse Jamaicanen met paardenstaarten voortaan alleen nog op blote voeten mogen vliegen. Toch is de verontwaardiging over het boerkiniverbod een beetje monocriet. Als de boerkini werkelijk een keer als dekmantel voor een bomgordel wordt gebruikt, zal de fundamentele vrijheid niet zo fundamenteel meer zijn.