De drone wordt 'beter', maar is nog allesbehalve schoon
Vijftien jaar na 9/11 is de drone de belichaming van de War on Terror geworden: hét wapen van de 21ste eeuw en Obama’s lievelingsinstrument.
Vijftien jaar na 9/11 is er weer alle reden om even terug te blikken op de War on Terror. Er zal het nodige herdenkingsmateriaal over u uitgestort worden, dus laten we het beperken tot het wapen dat de oorlog belichaamt en er zijn bliksemcarrière aan te danken heeft: de drone.
Vijftien jaar geleden zei de Nederlandse regering dat we bij de aanschaf van de (bemande) JSF geen rekening hoefden te houden met dat onbemande vliegtuigje, want dat zou pas in 2029 in beeld komen. Maar op 7 oktober 2001 was met een Predator-drone al een Hellfire-raket op talibanleider Mullah Omar afgevuurd. De eenogige griezel ontsnapte nog, maar kort erna begonnen de targeted killings boven Zuidwest-Azië al meer succes te hebben.
Nu is de drone het wapen van de 21ste eeuw geworden. En ook het chosen instrument van Barack Obama. De president wil herinnerd worden als de man die de VS uit onnodige oorlogen terugtrok, maar heeft er nooit een been in gezien om de strijd tegen de terroristen zo onzichtbaar mogelijk voort te zetten. Vanuit de kelder van het Witte Huis geeft hij elke ochtend toestemming, of niet, voor de tientallen operaties van de UCAV’s (de unmanned combat aerial vehicles) die aan de andere kant van de wereld worden uitgevoerd. De Final-Fix-Finish-strategie heet meedogenloos maar zorgvuldig te zijn. Geen doden of materiële verliezen aan eigen kant, en uitdunnen van de vijand tot die uiteindelijk breekt en opgeeft.
Counter-terrorism oké, zeggen de critici, maar de prijs is veel te hoog. De drone wordt verkocht als een ‘schoon’ wapen dat alleen slechteriken doodt en burgers ontziet. Laat dat in cijfers zien, verlangen ze, en toon ons aan dat het middel niet erger is dan de kwaal. Want de inzet van drones veroorzaakt ook blowback in de vorm van de golf aanslagen die het Westen te verduren heeft. Na jaren touwtrekkerij gaf de Amerikaanse regering begin juli een beetje openheid: in de Obama-periode heeft Amerika 473 aanvallen uitgevoerd, waarbij ongeveer 2500 slechteriken in ‘vijandelijke gebieden’ zijn gedood, ten koste van hoogstens 116 zogenoemde non combatants. Valt dus erg mee, was de boodschap. Maar dat wordt door ngo’s hevig betwijfeld. Het Bureau of Investigative Journalism denkt dat de drone veel meer schade aanricht. De drone wordt weliswaar ‘beter’ (onder Obama vallen per aanval half zoveel onbedoelde doden als onder Bush), maar schoon is hij allesbehalve. Onder Obama zijn tien keer zoveel drone-aanvallen gedaan als onder zijn voorganger Bush, in totaal staat de teller op ruim 1000. Daarbij zijn tussen de 5000 en 8000 vijanden gedood. Het geschatte aantal burgerslachtoffers loopt uiteen van bijna 600 tot ruim 1200, in elk geval veel hoger dan de Amerikaanse regering zelf volhoudt.
Deze weken doet zich een bizarre ontwikkeling voor. De concurrentie zit niet stil. Landen als China, Israël en Rusland hebben de drone ook in dienst en ontdekt als exportartikel. De VS is nu z’n monopolie kwijt en de boer op gegaan om de wereldwijde handel in bewapende drones te ordenen en landen te winnen voor een modelbeheersingsregime made in Washington. De regels moeten zo ruim zijn dat Amerikaanse bedrijven als Lockheed er niet al te veel hinder van hebben, en zo streng dat het wereldwijde gebruik van drones, in Amerikaanse woorden, ‘verantwoord’ is. Het mes snijdt dan aan twee kanten, vindt Washington, want bondgenoten kunnen drones kopen om terroristen te bestoken waar de VS dat nu niet langer zelf wil doen. Als lichtend voorbeeld wordt Mali genoemd, waar Fransen met drones het vuile werk doen waar de Amerikanen anders voor op hadden moeten draaien. Verantwoord drone-gebruik, hoe zouden de burgers in Jemen of Afghanistan daarover denken?