Essay: Energietransitie als veiligheidsstrategie
Dit essay verscheen oorspronkelijk in bundel 'De waarde van de energietransitie' van Tennet.
Europa herbewapent én verduurzaamt tegelijk. Die twee agenda's worden zelden in samenhang bekeken, maar ze zijn onlosmakelijk verbonden en kunnen niet langer los van elkaar worden gezien. Energiezekerheid is veiligheidsbeleid. Defensie kan de energietransitie versnellen.
Europa ondergaat op dit moment een dubbele transformatie: een enorme opschaling van de defensie-uitgaven en een fundamentele hervorming van het energiesysteem. Terwijl Europese NAVO-bondgenoten hun defensiebudgetten opschroeven naar historische niveaus , probeert de Europese Unie (EU) minder afhankelijk te worden van geïmporteerde fossiele energie, met name die vanuit Rusland. Tegelijkertijd zet de EU in op het verlagen van de CO2-uitstoot om klimaatverandering tegen te gaan, het diversifiëren van energieleveranciers en het versneld uitbouwen van hernieuwbare energieproductie op eigen bodem.
De energiecrises als gevolg van de oorlog in Oekraïne en het Iran-conflict laten zien dat de aanvoer van gas en olie een structurele strategische kwetsbaarheid vormt die gepaard kan gaan met grote prijsschommelingen. Olieproductiefaciliteiten, opslaglocaties, pijpleidingen, raffinaderijen en elektriciteitsnetwerken zijn relatief eenvoudig aan te vallen. Dat geldt ook voor het blokkeren van aanvoerroutes, zoals de Straat van Hormuz. Wat betekent de kwetsbaarheid van de energievoorziening voor de integrale Europese veiligheidsplanning? En in welke mate kan energie-innovatie bijdragen aan de veiligheid en defensieagenda - een sector die nog in grote mate op de beschikbaarheid van fossiele brandstoffen leunt?
Hoewel klimaat-, energie- en veiligheidsbeleid vaak in silo’s worden benaderd, komen ze samen op een cruciaal knooppunt: weerbaarheid. Denk bijvoorbeeld aan een betrouwbare energievoorziening en de bescherming van onze kritieke infrastructuur. Volgens de NAVO is energiezekerheid een ‘cruciaal element van weerbaarheid’ in de militaire context. Hoewel defensie hier formeel niet voor verantwoordelijk is, maken strijdkrachten wel in toenemende mate gebruik van civiele energiesystemen – die bovendien volop in transitie zijn. Juist daarom is het belangrijk om dit mee te nemen in Europese veiligheidsplanning, in overeenstemming met NAVO-richtlijnen.
Dit essay pleit voor een diepere integratie van klimaat- en energiebeleid in veiligheids- en defensie-investeringen. Eerst benadrukt dit artikel de kwetsbaarheden in verschillende energiesystemen, en de rol van energie-innovatie bij het waarborgen van energiezekerheid. Daarna volgt het argument om niet-militaire innovatie gericht te vertalen naar specifieke militaire behoeften. Tot slot bespreken we hoe Defensie als 'strategic launch customer' complexe technologie kan opschalen en standaardiseren, op een manier die zowel de militaire slagkracht als de bredere energietransitie ten goede komt.
Energiesystemen en nationale veiligheid
De Europese energie-infrastructuur — zowel fossiel als hernieuwbaar — kampt met fundamentele bottlenecks en een groeiende kwetsbaarheid voor externe dreigingen. Naast operationele uitdagingen zoals netcongestie vormen fysieke en cyberdreigingen een direct risico voor de leveringszekerheid. Denk hierbij aan de sabotage van pijpleidingen, maar ook aan potentiële hybride aanvallen op wind- en zonneparken. Naarmate transport, industrie en data-infrastructuur verder elektrificeren, wordt onze nationale veiligheid steeds afhankelijker van de stabiliteit, flexibiliteit en weerbaarheid van Europese elektriciteitsnetwerken.
Daarnaast blijft de import van betaalbare gas en olie een strategische uitdaging. De energiecrisis die volgde op de Russische invasie van Oekraïne legde de structurele Europese zwakte al bloot: de overmatige afhankelijkheid van geïmporteerde energie van slechts een paar, onbetrouwbare of zelfs vijandige leveranciers. Rusland gebruikte energie als politiek drukmiddel en als financiering van zijn oorlogsmachine. Nu hangt Europa een andere afhankelijkheid boven het hoofd: die van Amerikaans vloeibaar gas (LNG).
Bovendien tonen recente aanvallen in Oekraïne, Iran en de Golfstaten aan dat de gehele fossiele aanvoerketen - van raffinaderijen tot tankstations – een primair doelwit is in de moderne oorlogsvoering. Waar prijsschommelingen de maatschappij en economie ontwrichten, vormt het volledig wegvallen van leveranties een acuut veiligheidsprobleem, niet in de laatste plaats omdat militaire operaties hier direct afhankelijk van zijn.
Kortom, energiezekerheid is cruciaal en wordt steeds ingewikkelder. Het gaat niet meer alleen om olie en gas, maar ook om het beschermen van stroomnetten en de digitale systemen erachter. Om de energievoorziening stabiel te houden, zijn meer onderlinge verbindingen en lokale oplossingen nodig. Door in te zetten op innovatie kan de redundantie van het systeem worden vergroot. Dit wil zeggen dat er back-ups zijn in de vorm van verschillende energiebronnen; valt er één uit, dan neemt een andere het direct over. Hiermee kunnen de leveringszekerheid en de operationele veerkracht bij eventuele verstoringen worden vergroot.
Op dit punt komen innovatie en veiligheid samen. Een goed voorbeeld is de ontwikkeling van microgrids, zoals we die nu in Oekraïne zien. Wanneer deze deelsystemen worden voorzien van voldoende opslagcapaciteit, kunnen ze zonne-, wind- en kernenergie integreren met conventionele energiebronnen. Hierdoor kunnen ze bij stroomstoringen onafhankelijk van het centrale net blijven functioneren. Ook kleine kernreactoren (SMR's) komen steeds meer in beeld als gedecentraliseerde oplossing voor datacentra, industrie en militaire bases. Daarnaast blijft energie-efficiëntie essentieel: de goedkoopste en meest betrouwbare energie is immers de energie die je niet verbruikt.
Militaire brandstofbehoefte en parate infrastructuur
De defensiesector vervult een bijzondere positie in het energielandschap. Waar het gewone energieverbruik snel elektrificeert en diversifiërt, blijven militaire operaties sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen en infrastructuur. Dit geldt met name voor de luchtmacht, maar ook voor marineschepen en tanks en afweergeschut bij de landmacht.
Om de afhankelijkheid van de fossiele brandstofketens te verkleinen kunnen duurzame brandstoffen (zoals ‘Sustainable Aviation Fuels’ (SAF) voor vliegtuigen) een deel van de oplossing zijn, maar dit vereist langetermijninvesteringen in hybride oplossingen en het aanpassen van de pijpleidingcapaciteit. Voor NAVO-bondgenoten is dit extra complex vanwege het huidige single-fuel beleid. Dit is bedoeld om logistiek te vereenvoudigen door één standaard brandstof te gebruiken, maar het beperkt de mogelijkheden tot het bijmengen van alternatieve brandstoffen.
De huidige concentratie van brandstofraffinage en -opslag in West-Europa biedt een kans om bij de noodzakelijke uitbreiding naar de Baltische staten en Oost-Europa direct in te zetten op nieuwe energielogistiek. Dit vereist het aanpassen van raffinaderijen en pijpleidingen voor de productie en het transport van alternatieve brandstoffen, zoals SAF en andere duurzame brandstoffen. Deze overwegingen dienen integraal te worden meegenomen in de lopende herziening van het single-fuel-beleid van de NAVO. Parallel aan de oostwaartse uitbreiding van het Centraal-Europees Pijpleidingsysteem zou het een goed idee zijn om deze infrastructuur technisch voor te bereiden op een grotere bijmenging met SAF.
Noorwegen heeft de eerste testvluchten met F-35-straaljagers op SAF al uitgevoerd. Dit gebeurde niet alleen vanuit klimaatoogpunt, maar ook omdat lokale hernieuwbare productie de afhankelijkheid van lange, kwetsbare aanvoerlijnen flink kan verminderen. De huidige NAVO-pijpleidingen zijn technisch al deels geschikt voor deze brandstof. Een verdere uitbreiding hiervan sluit bovendien goed aan bij de Europese verordening om het gebruik van duurzame brandstoffen in de luchtvaart flink op te schroeven (ReFuelEU).
Elektrificatie in defensie en weerbare systemen
Naast de voorlopig voortdurende behoefte aan fossiele brandstoffen, stijgt ook het elektriciteitsverbruik van defensie snel. Zo zag het Britse Ministerie van Defensie tussen 2017 en 2023 een stijging van 46 procent van het stroomverbruik – een trend die breed zichtbaar is binnen de gehele NAVO. Hoewel strijdkrachten in toenemende mate gebruikmaken van off-grid opwekking (vanuit eigen generatoren), blijven ze in de basis afhankelijk van de weerbaarheid van nationale stroomnetten, zoals die van TenneT in Nederland. Dit valt samen met de algehele zorgen over piekbelasting en netcongestie.
De groeiende elektriciteitsvraag maakt defensie tot een centrale speler in het energiesysteem. Dit onderstreept het veiligheidsbelang van langdurige netwerkontwikkeling, systeemintegratie en cyberbescherming. Het uitbreiden van transmissiekabels, transformatoren en opslagcapaciteit is essentieel om het toegenomen stroomverbruik op te vangen en kwetsbaarheden aan te pakken. Tegelijkertijd kan meer lokale opwekking voor militaire infrastructuur, bijvoorbeeld via Small Modular Reactors (SMR's), de afhankelijkheid van geïmporteerde vloeibare brandstoffen verminderen en de druk op het landelijke stroomnet verlichten.
Energie-innovatie benutten op het slagveld
De stijgende militaire vraag naar elektriciteit weerspiegelt de snelle ontwikkelingen op het moderne slagveld. Of het nu gaat om autonome drones, AI-gestuurde datasystemen, of digitale verkenningsplatformen (ISR): een stabiele en mobiele energievoorziening is tegenwoordig ‘mission-critical'. Energie-innovatie in deze context wordt steeds belangrijker om de autonomie en wendbaarheid van militaire eenheden te vergroten. Dit is vooral cruciaal om de zware logistieke last van brandstofkonvooien te beperken – een kwetsbaarheid die gevechtskracht kan ondermijnen en tot aanzienlijke verliezen kan leiden.
De complexiteit en de ‘civiele focus’ van de energiesector maken het voor defensie lastig om innovaties direct over te nemen. De meeste commerciële energie innovaties zijn niet gericht op militaire toepassingen, laat staan op voordelen op het slagveld. Het vroegtijdig overbruggen van deze 'civiel-militaire kloof' is daarom essentieel; alleen zo kunnen we energie-innovaties vertalen naar specifieke tactische eisen. Het potentieel van integratie is groot. Zo is het brandstofverbruik van straalmotoren sinds 1950 al met bijna 50% gedaald door technische verbeteringen. Op vergelijkbare wijze kunnen ultralichte materialen vandaag de dag helpen om zware tanks en ander materieel mobieler en zuiniger te maken.
Sommige innovaties vinden hun weg al wel naar de defensie-industrie. Zo ontwikkelde de Nederlandse startup REEQ (inmiddels overgenomen door het Duitse defensieconcern Rheinmetall), lichtgewicht hybride voertuigen die transport combineren met een mobiel stroomnetwerk (microgrid) voor meer autonome operaties. In de toekomst zullen batterijen met hoge capaciteit onmisbaar zijn voor de stroomvoorziening van onbemande systemen en commandocentra, al vraagt dit om flinke investeringen voor opschaling. Naast efficiëntie bieden deze innovatieve energieoplossingen in bepaalde gevallen ook directe tactische voordelen. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van hybride-elektrische motoren (HEPS) in vliegtuigen om warmte- en geluidsprofielen te beperken.
Van beleidssilo’s naar Defensie als ‘strategic launch customer’
De Europese veiligheidsbelangen en energie-innovatie raken steeds nauwer verweven. Het streven naar flexibele energiesystemen en een weerbare infrastructuur vraagt om een krachtige industriële basis gericht op energie-innovatie. Het is van belang meer aandacht te besteden aan de kwetsbaarheid van de energietoevoer voor nationale veiligheids- en defensie belangen, zowel met betrekking tot elektriciteit als fossiele brandstoffen.
In dit krachtenveld kan defensie fungeren als 'strategic launch customer ’ voor energie technologie met zowel militaire als civiele toepassingen. Het Ministerie van Defensie en defensiebedrijven kunnen de vroege ontwikkelkosten absorberen en nieuwe innovaties aanjagen die anders te duur of onpraktisch blijven. Dit vereist wel een verschuiving: van Europa's traditionele ‘kopen van de (buitenlandse) plank’-beleid bij defensie, naar actieve betrokkenheid bij Europese onderzoek & ontwikkeling (R&D). Tegelijkertijd betekent dit dat bedrijven en investeerders hun traditionele terughoudendheid ten aanzien van defensie laten varen en dual-use producten meer omarmen.
De businesscase voor deze koppeling gaat verder dan energie alleen. Cruciale industriële sectoren in Europa staan onder druk door de sterk gestegen energiekosten en gesubsidieerde concurrentie. Met name de productie van hoogwaardige chemicaliën, staal en legeringen, die essentieel zijn voor pantsers, geweren, schepen, lucht- en ruimtevaart en voertuigen, wordt hierdoor beïnvloed. Defensie-gedreven vraag biedt de afnamegarantie en schaal die nodig zijn om deze vitale industriële productie in Europa te behouden, terwijl het deze sectoren ook kan stimuleren om over te stappen op productie met een lagere CO2-uitstoot.
Als Europa in onzekere tijden meer grip wil krijgen op zijn energievoorziening, moeten schone technologie, veiligheidsplanning en defensieaanbestedingen hand in hand gaan. Energie-innovatie is inmiddels onlosmakelijk verbonden met de nationale veiligheid. Dit vereist niet alleen de bescherming van vitale infrastructuur - zoals pijpleidingen en het stroomnet - tegen (cyber)dreigingen en ongewenst buitenlands eigendom, maar ook een strategisch ontwikkel- en inkoopbeleid. Defensieaanbestedingen fungeren hierbij als hefboom. Ze dwingen standaardisatie en interoperabiliteit af en creëren een stabiele vraag naar de strategische technologieën uit het nieuwe EU-industriebeleid. Zoals de ervaring in Oekraïne laat zien, zijn draagbare batterijsystemen en microgrids bijvoorbeeld goed geschikt voor defensie als hun ontwerp hierop is aangepast.
Het vergroten van de weerbaarheid betekent uiteindelijk ook het terugdringen van fossiele afhankelijkheid door in te zetten op een grotere diversiteit aan energiebronnen en de robuuste infrastructuur die nodig is om dit te ondersteunen. De keuzes die Europa nu maakt in zijn defensie-aanbestedingen, bepalen mede of de energietransitie een strategische troef wordt, of een gemiste kans.
Dit essay is een vertaalde en ingekorte versie van de Clingendael Policy Brief: Powering Resilience; Why Energy Innovation Matters for European Security and Defence, Maart 2026.