Research
Op-ed
Hopelijk zal de aanstaande kabinetsformatie geen bedreiging zijn voor onze nationale veiligheid
Logisch is dat nu ook de nationale veiligheid op de schop gaat. De aanslagen van 11 september 2001 gaven de eerste aanzet. Het denken kwam door de aanslagen in Madrid in 2004 in een stroomversnelling. En na de aanslagen in Londen van vorig jaar ging het hard. Deze aanslagen, maar ook de steeds groter wordende omvang van rampen, leidden tot de conclusie dat Nederland op dergelijke gebeurtenissen niet is voorbereid. In ons land is de rampenbestrijding en crisisbeheersing op gemeentelijk niveau geregeld, maar als de klap fors is, kan vrijwel geen gemeente het aan. Er moet dan, zoals dat heet, worden 'opgeschaald' naar een veiligheidsregio waarin meerdere gemeentes samenwerken en vervolgens naar het rijk. Maar dit is slecht geregeld. Autoriteiten werken elkaar tegen. Taken en bevoegden zijn onduidelijk. En we proberen al polderend grip op de gevolgen van rampen, crises en aanslagen te krijgen, terwijl er juist sprake moet zijn van een duidelijke leiding en heldere, werkbare commandostructuren. Vooral wanneer een gebeurtenis een aanpak vergt waarbij meerdere veiligheidsregio's en ministeries zijn betrokken is de ramp niet te overzien. Het ontbreekt aan leiderschap. Deze problemen zijn nu eindelijk erkend.
Militairen weten dat je de oorlog alleen kunt ingaan als hun politieke meesters een strategie hebben. Dat gaat ook op voor de nationale rampenbestrijding en crisisbeheersing. Zo'n strategie gaat er nu komen. Dat is althans de visie van het kabinet, dat dit onlangs in een brief aan de Kamer schreef. Die strategie moet ministeries, provincie, gemeente, veiligheidsregio's en bedrijven een leidraad voor het handelen bieden en hen aan elkaar knopen zodat gezamenlijk optreden mogelijk is.
De strategie gaat uit van een beperkte definitie van nationale veiligheid. Dat is niet minder dan een kleine revolutie. Tien jaar geleden was het politiek onmogelijk te betogen dat een land als Nederland vitale belangen had anders dan het bevorderen van de mensenrechten. Volgens de nieuwe inzichten komt de nationale veiligheid in gevaar als bijvoorbeeld de integriteit van ons grondgebied in het geding is of onze economische en ecologische veiligheid worden ondermijnd. Deze aanpak biedt de mogelijkheid om gericht beleid te maken en te bepalen welk ministerie welke instrumenten moet inzetten om de gevolgen te bestrijden. De rijksoverheid moet dan wel kunnen inschatten hoe vitale belangen worden aangetast. Daarvoor zijn het herkennen van vroege signalen en het maken van de juiste risico-inschattingen van belang. Scenarioanalyses bieden vervolgens uitkomst om de taken van de rijksoverheid en alle andere spelers te bepalen en te komen tot een inschatting van de benodigde spullen voor het bestrijden van de gevolgen van rampen en crisis. Nederland is in deze aanpak volstrekt uniek.
In 2007 wordt de nationale veiligheidsstrategie vastgesteld en wordt een rijksbrede club geformeerd die de analyses moet verrichten. Het grote gevaar heet nu kabinetsformatie. Het is niet te hopen dat gekissebis over een veiligheidsministerie dit initiatief de nek omdraait, waardoor Nederland onvoorbereid op rampen en crises blijft.