Articles
26 September 2024

Politiek hoort niet te werken. Op weg naar de grote Europese ruzie.

Hannah Arendt, historicus en filosoof / Onderzoekonderwijs.net

Voor de Marc Chavannesprijs, een wedstrijd voor schrijvers tot en met 35 jaar, moesten deelnemers een essay aanleveren over de vraag: 'Hoe komen we tot een politiek die werkt?' Ties Dams, Research Fellow bij Instituut Clingendael, zond een stuk in.

 

Politiek hoort niet te werken. Op weg naar de grote Europese ruzie. 

Politiek hoort niet te werken. Daar is politiek niet voor. Laat bestuur maar werken: politiek is ruziemaken – samen ruziemaken. Niet om wat het oplevert, maar om de wil tot samenleven te voelen. Dat je – ondanks alles – familie bent. Politiek gaat om die wil, steeds weer hervonden, in ruzie. 

Kijk naar Europa. De EU werkt. En dat weten wij Europese burgers een stuk beter dan waar juist pro-EU politici ons krediet voor geven. 

In de aanloop naar de Europese verkiezingen liet 74% van de Europeanen weten zich een EU-burger te voelen – het hoogste in twee decennia. 62% van de Europeanen is optimistisch over de toekomst van de EU. 77% van de Europeanen is voor het gemeenschappelijk defensie- en veiligheidsbeleid van de EU en 69% voor het gemeenschappelijk buitenlandbeleid. 67% ziet de EU als een bron van stabiliteit in een gevaarlijke wereld en 69% gelooft dat de EU afdoende macht heeft om de economische belangen van Europa in de wereld te verdedigen. 

Dit zijn ongekende rapportcijfers voor een non-staat. Want dat is de EU: geen staat, maar een unie, een familie van staten. En een hele, hele jonge familie. Pas sinds 2009 eenduidig rechtspersoon, pas sinds 1989 verenigd en pas sinds 1979 met eigen verkiezingen. Amerika’s grote experiment duurt al meer dan twee-en-een-halve eeuw, om maar te zwijgen van China. 

Het treft me dat juist pro-EU politici steeds weer vast komen te zitten in dezelfde redeneergroef: extreemrechts bedreigt Europa, dus moeten verstandige mensen duidelijker uitleggen aan ‘de burgers’ dat Europa ook ons voordelen biedt, dat ook wij, ‘gewone’ mensen profiteren van Europa, dat Europa werkt. Frans Timmermans slijpt die groef onvermoeibaar uit, met teksten zoals deze:

Klimaatverandering, sociale onrechtvaardigheid ... als we op deze punten resultaten boeken, kunnen we laten zien dat progressieve, constructieve, coöperatieve politiek resultaten levert en dat nationalisme alleen angst en haat levert.

En groot gelijk heeft Timmermans. Het blijkt dat wij het meer met hem eens zijn dan dat je redelijkerwijs zou mogen verwachten van burgers in de meest veerkleurige familie van democratische samenlevingen die de wereld kent. Wij weten al veel beter dat Europa werkt dan dat Timmermans door lijkt te hebben. En toch slijpt hij maar door.

Ik zie twee metaforen pijlrecht tegen over elkaar staan: Europa als familie, Europa als bezorgdienst. Timmermans wil leveren. Fundamenteler: politiek als werk versus politiek als de wil tot samenzijn. Europa wil samenzijn, wil ruziemaken, wil haar familieband voelen. 

Politiek lijkt meer op kunst dan op arbeid: we ‘doen’ politiek los van wat het oplevert. Democratische politiek is massakunst: we voeren het op, ook als het lelijk, nutteloos of contradictoir is. Waarom? Omdat het ons wezen aanspreekt, in de meest basale definitie van menszijn. Hannah Arendt wist: mensen zijn bovenal praters – praters die samen willen zijn. En omdat mensen radicaal verschillend zijn, wordt dat praten vaak ruziemaken. En ruziemaken is beter dan stom zijn, of stilgemaakt worden, of alleen zijn.

Politiek schept een toneel voor dat ruziemaken – en bij de gratie van de ruzie, is politiek een ruimte tot samenkomen. Daar is politiek voor. Totalitaire staten verstommen de ruzie met geweld. Macht, voor Arendt, was het tegenovergestelde van geweld. Geweld maakt stom, geweld legt mensen het zwijgen op. Daarom scheppen totalitaire regimes permanente structuren van geweld en van vereenzaming. Het is aan de leider om een facsimile van het gemeenschapsverhaal te belichamen – maar zijn positie is altijd precair, omdat de ruimte om in de gemeenschap tot zo’n verhaal te komen door hemzelf is vernield.

Bestuur werkt. Xi Jinpings magnum opus is getiteld ‘Het Bestuur van China’ – niet ‘De Politiek van China.’ In China is politiek stom. Bestuur heerst en zolang het afdoende levert, heerst het absoluut. In Poetins Rusland faalde het bestuur en rest geweld. De test of de Amerikaanse politiek een wil tot samenleven vertegenwoordigt is aanstaande. En lang, veel te lang, heeft het Europees bestuur gewerkt zonder dat een Europese politiek echt tot leven kwam. 

Geweld maakt stom, maar macht praat, volgens Arendt. In een democratische samenleving – een samenleving die viert dat het bestaat uit radicaal verschillende praters die allemaal deel willen zijn van de gemeenschap – is er een strijd om macht, een ruzie om wie namens welke gemeenschap mag handelen naar welke verbeelde toekomst. En uit die ruzie komt het verhaal, en uit het verhaal kunnen we handelen, hebben we, als gemeenschap, macht. 

Macron kent dat wezen van de politiek. De Franse kiezer koos massaal voor extreemrechts in Europa. Niet verrassend. Macrons interpretatie van die winst was dat wel: geen verhaal over ‘beter leveren’, of ‘het verhaal beter uitleggen’, maar een verkiezing – een fundamentele test van de wil tot samenleven, uitgeroepen in zijn eigen huiskamer. Dát is politiek, met alle ellende van dien: een beursdeuk, het bestuur van de republiek in crisis, maar ook: een nieuw links geluid, een nieuwe tegenstelling. Politiek lost problemen niet op, maar maakt het conflict zichtbaar, schept het toneel voor het ruziemaken, en daarmee, voor het samenzijn.

Niet voor niets sprak Macron in zijn laatste Sorbonne-toespraak over een ‘sterfelijk’ Europa. Macrons verhaal over de EU gaat niet over de instellingen van de EU, maar over de gemeenschap Europa, haar wording tot een unie, haar levensverhaal – een leven dat met geweld bedreigd wordt aan onze grens. Pas wanneer we onze sterfelijkheid onder ogen zien, herkennen we de wil tot samenleven die ons tot een unie, maakt – pas dan komen we tot een ruzie over wat ons verhaal is, pas dan kunnen we handelen naar dat verhaal, pas dan ontstaat macht. 

Dit is niet Europa’s tijd van werken. Het bespreken, testen en tarten van onze wil tot samenleven: daar is het nu tijd voor. 

75% van de Europeanen kent president van de Europese Commissie Ursula von der Leyen. Dat is ongekend, zeker vergeleken met eerdere leiders in haar positie. Wij, Europese burgers, zien haar en de EU heus wel. Waarom? Omdat Von der Leyen een Europese Commissie belichaamt die niet alleen bestuurt, maar ook beschermt – tegen militaire agressie en geopolitieke druk. Dat is het verhaal dat zij vertelt. En wij, Europese burgers horen dat, omdat het raakt aan het fundament van ons samenzijn. 

Maar wij willen niet alleen luisteren: wij willen meepraten, ruziemaken over dat verhaal. 51% van de kiesgerechtigden bracht een stem uit voor de verkiezingen van het Europees Parlement. Vergelijk dat met 66% voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 – nota bene de hoogste opkomst sinds 1900 – en 65,79% voor de laatste verkiezingen in India, en zie: geen gekke score voor Europa, zeker gezien het feit dat Amerika al sinds 1789, India sinds 1950, en het Europees Parlement pas sinds 1979 verkiezingen houdt. Het Europese parlement wordt langzaam een ‘ruimte tot samenkomen’, om Arendt te parafraseren, alle praat over het democratisch deficit ten spijt. Maar welk Europa – of welke Europa’s – vertegenwoordigt die ruimte? Welke familieruzie wordt daar opgevoerd? 

Heel lang is het antwoord op die vraag volstrekt onduidelijk geweest. Door de provocatie van extreemrechts wordt het duidelijker. Kijk naar Wilders, Le Pen, Meloni: hoe groter de rol is die zij spelen op het Europese toneel, hoe meer Europees zij blijken te zijn. Wilders is altijd al meer Europees dan nationalistisch geweest. Zonder aarzelen verkleedde hij zich van Thatcherite-neoliberaal tot Péron-socialist. Consequent is hij, sinds zijn eerste baantje als beleidsmedewerker Europa bij de VVD, in zijn opvoering van één personage: de strijder voor de verbeelde ‘Judeo-Christelijke’ Europese beschaving. Daar is geen woord nationalistisch aan. 

Was hij maar premier geworden: had hem maar plaats laten nemen in de Europese Raad en samen moeten komen, in de huiskamer van de unie, namens de familie, met onze Europese zusters en broeders. Het had een belangrijke waarheid op tafel gelegd: de ruzie gaat er niet om of Europa werkt, maar om wie Europa is. 

Orbán toont een groter vertrouwen in de Europese gemeenschap dan de collega-leiders die hem zo vrezen. Hij chanteert een angst voor de fragiliteit van de EU in de stille wetenschap dat hij de unie tussen Oost en West niet waarlijk breken kan. Zonder de EU is Orbán’s oligarchie nergens, ondanks alle Chinese investeringen en Russische steun.

Wilders, Orbán, maar ook Le Pen en Meloni: zij strijden om, niet tegen Europese gemeenschap. Zij tonen een wil tot samenleven, al is het er een die uiteindelijk berust op geweld en uitsluiting. Extreemrechts forceert een grote Europese ruzie, tussen twee verhalen van Europese gemeenschap – waarbij extreemrechts voorloopt omdat het eerder doorkreeg dat politiek niet hoeft te werken, maar moet vertellen. 

Een Europese politiek die volwassen wordt, betekent een grote ruzie die steeds beter de radicale veelheid van al ons praters omvat. Ik wil geen Europese politiek die werkt – ik wil een politiek die beter, groter ruziemaakt over onze wil tot samenleven en wat die wil betekent – een politiek die in de ruzie, het samenzijn bevestigt. Dat is uiteindelijk de enige echte winst die macht kan vieren op geweld.

Werken doe je maar op kantoor. Politiek vraagt van ons allemaal wat anders, iets wat algeheel angstaanjagender is: dat we de waarheid durven te vertellen aan onze naasten. Dat we zo diep vertrouwen op het Europese samenzijn dat we de draagkracht van de familieband durven te tarten, en zo de wil tot samenleven niet alleen veronderstellen, maar voelen. Dat is wat politiek vermag, niet meer.

Authors