Articles
10 December 2024

Enige (geo-)politieke reflecties op de humanitaire situatie in Syrië

Syrian refugees in Turkey. Flickr.

Erwin van Veen, senior research fellow at Clingendael’s Conflict Research Unit, gaat bij de Tweede Kamercommissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp praten over de Humanitaire situatie Syrië. Het rondetafelgesprek zal plaatsvinden op 11 december. Zijn te behandelen position paper volgt hieronder. 

Voor de recente opmars van Hayyat Tahrir al-Sham (HTS) via Aleppo en Hama naar Homs stond c. 60% van Syrië onder controle van Bashar al-Assad, een dictator vergelijkbaar met Kim Jong Un in Noord-Korea, Saddam Hoessein in Irak of Omar al-Bashir in Soedan. Ongeveer 20-30% van Syrië viel en valt onder de Syrisch-Koerdische volksmilities (YPG), met name het noordoosten. Het Syrische Nationale Leger (SNL) en de Syrische Interim Regering (SIR) enerzijds, beiden grotendeels van Turkije afhankelijk, en HTS anderzijds beheersten de resterende 10-20%. Het gaat hier met name om het noordwesten en noorden van het land. 

Het bevroren karakter van de Syrische burgeroorlog tussen 2020 en december 2024 kwam voort uit de steun van diverse grootmachten voor bepaalde Syrische conflictpartijen. Turkije steunt het SNL en de SIR, en geeft HTS gedoogsteun; de VS steunt de Syrisch-Koerdische YPG en Iran/Rusland steunen Assad. Geen van de lokale conflictpartijen was bij machte een ander te onderwerpen zonder daarbij het risico te lopen met de ondersteunende grootmacht in conflict te komen. De grootmachten zelf zaten evenmin op een directe confrontatie te wachten. 

HTS bereikt op 4 december Hama

Inmiddels heeft Hayyat Tahrir al-Sham (HTS) met Turkse gedoogsteun zowel Hama als Aleppo onder de voet gelopen en trekt op richting Homs. De snelle opmars van deze beweging laat onder meer zien hoe afhankelijk de troepen van Bashar al-Assad zijn geworden van Russische en Iraanse militaire inzet. Assad zijn hoofdsponsors bevinden zich op het moment evenwel allebei in een lastig parket, waardoor grootschalige assistentie om de opmars van HTS te stuitten op zich zou kunnen laten wachten.

Rusland maakt torenhoge menselijke en materiele offers voor elke meter terreinwinst in Oekraïne. Het heeft daardoor weinig middelen om in Syrië in te zetten naast de c. vierduizend manschappen en de handvol luchtmacht eskadrons die vanuit de Khmeimim basis opereren. Iran hapt nog naar adem van het pak slaag dat met name Hezbollah, maar ook Iran zelf, van de Israëlische strijdkrachten heeft gekregen. Het is ‘down, but not out’.

Per saldo betekent dit dat een deel van de terreinwinst van HTS waarschijnlijk permanent zal zijn. Het betekent ook dat gevechten zich de komende dagen, weken en mogelijk maanden verder zullen uitbreiden. De Syrisch-Koerdische volksmilities en het Syrische Nationale Leger hebben zich al in de strijd gemengd waardoor een voorheen bevroren conflict steeds verder ontdooit. 

Vòòr HTS was het ook niet veilig in Syrië 

De laatste dagen hebben van Syrië weer een actief slagveld gemaakt. Het is evident geen veilige plek om vluchtelingen naar terug te sturen. Maar Syrië was evenmin veilig voor deze dramatische wending. Allereerst is er het simpele feit dat de Syrische burgeroorlog niet voorbij is. Dat zou al ruim voldoende reden moet zijn om Syrische vluchtelingen conform de VN Vluchtelingenconventie van 1951 in Nederland te verwelkomen in plaats van te overwegen ze terug te sturen.1 Het feit dat Syrië in Nederlandse media nauwelijks meer aan bod komt, betekent niet dat het er veilig is. Zo hebben de verschillende delen van Syrië elk hun eigen keur aan veiligheidsproblemen:

  • Bashar al-Assad ‘erfde’ de dictatuur van zijn vader in 2000 en maakte er een nog beter geoutilleerde politiestaat van. Moustafa Khalifé beschrijft dit in zijn boek ‘La Coquille’. Een fijnmazig netwerk van informanten, veiligheidsdiensten, gevangenissen en executieterreinen zorgde voor een hoge mate van politieke repressie en veelvuldige mensenrechtenschendingen. Sinds het begin van de burgeroorlog ging dit systeem in overdrive. Het resultaat is duizenden standrechtelijke executies, grootschalige martelingen, verkrachtingen en verminkingen, zoals we leerden uit het epistel ‘Opération César’. Dit systeem bestaat vandaag nog steeds en deze praktijken zullen onverkort doorgaan tot de eventuele val van het Assad regime. 

    Daarnaast is het door Assad beheerste deel van Syrië regelmatig het doelwit van Israëlische bombardementen die zich doorgaans richten op militaire eenheden, infrastructuur en logistieke operaties die gelinkt zijn aan Iran, maar daarbij nevenschade geenszins schuwen. ACLED rapporteerde in de afgelopen twaalf maanden ongeveer 220 van dergelijke aanvallen, een verdubbeling van het aantal in de twaalf maanden die daar weer aan vooraf gingen.

  • De Syrisch-Koerdische volksmilities beheren noordoost Syrië eveneens op autoritaire wijze en zijn van politieke dissidentie niet gediend met als gevolg dat politieke tegenstanders zonder proces opgesloten worden, gedood worden of zelfs verdwijnen.
  • De delen van Syrië die onder indirecte Turkse controle staan – Afrin, noord-Aleppo en de grensstrook tussen Tel Abyad en Ras al-Ain – zijn onveilig doordat de verschillende groepen van het Syrisch Nationale Leger ook opereren als maffia-/smokkelkartels en als roverbaronnen. Het laagje openbare orde in dit gebied is flinterdun.
  • Tot slot stond het gebied onder controle van HTS – noord-Idlib – regelmatig bloot aan beschietingen van het regime en waren schermutselingen er aan de orde van de dag. Evenmin staat HTS als Islamitisch conservatieve verzetsgroep positief tegenover andere seksuele of geslachtelijke overtuigingen.

Nà HTS zal het evenmin veilig zijn in Syrië 

Als de huidige opmars van HTS tot stand gebracht wordt door Russische en Iraanse interventie, zal er aan bovenstaande veiligheidsproblemen weinig veranderen. Mocht er een paleiscoup binnen het regime plaatsvinden, dan blijft dit evenzeer het geval. Als HTS en de SNL het regime van Assad omverwerpen, blijven er drie grote vragen over die elk negatieve repercussies hebben voor de mate van veiligheid en mensenrechtenschendingen: 

Ten eerste is het onduidelijk wat voor bewind HTS zou vestigen. Momenteel valt de groep te vergelijken met de Taliban zonder de tribale steun van de Pashtun en opererend in Syria’s pluriformere en hoger opgeleide maatschappij. Het is evident een Islamitisch conservatieve groep die zich probeert te distantiëren van haar wortels in Jhabat al-Nusra en Al-Qaeda, maar het is onduidelijk wat dit precies betekent. De wederopbouw van Syrië zal daarnaast onder een HTS bewind net zo lastig zijn als onder Assad aangezien HTS ook aan VS en VN (VNVR RES 1267) sancties onderhevig is.

Een ‘HTS overwinning’ lost evenmin de Koerdische kwestie op doordat noch Assad noch Turkije noch de Syrische oppositie bereid is een Koerdische staat of een federaal Syrië te accepteren met autonomie voor de Syrische Koerden. De laatsten zullen zich echter niet zonder slag of stoot gewonnen geven en dit staat garant voor politieke en gewapende strijd in de toekomst. 

Tot slot leeft 70% tot 90% van de inwoners van Syrië onder de armoedegrens volgens de Wereld Bank en de Euro-Med Monitor. Dit komt deels door vooroorlogs economisch mismanagement; deels door dertien jaar burgeroorlog; en deels door internationale sancties die vooral de Syrische burgerbevolking treffen. Door deze algehele armoede neemt bijvoorbeeld georganiseerde misdaad hand over hand toe en worden Syriërs die terugkeren (bijvoorbeeld uit Libanon vanwege Israëlische bombardementen) als lucratief doelwit gezien vanwege hun relatieve rijkdom. Zonder naleving van VN resolutie 2254 en een herstelplan voor Syrië zal sprake blijven van een hoge mate van multidimensionale onveiligheid. Na het definitief zwijgen van de wapens zal het zeker een jaar of tien duren om het land enigszins op de been te helpen.

Authors

Programme Lead Middle East | Violence, Authoritarianism and Transition / Senior Research Fellow